Ook het veroveren van een dam in Irak heet nu ‘bescherming van Amerikanen’

De verovering van de Mosul-dam toont dat Obama zijn mandaat oprekt.

Een Koerdische peshmerga-strijder staat klaar voor beschietingen bij de Mosul-dam. Foto AP

Koerdische troepen hebben met forse Amerikaanse luchtsteun de Mosul-dam in het noorden van Irak heroverd op Islamitische Staat (IS). De Amerikaanse militaire inzet beperkt zich daarmee niet langer tot het beschermen van Amerikanen in Irak of het redden van yezidi’s.

De stuwdam in de Tigris is de grootste in het land en zowel militair strategisch als voor het leven van miljoenen Irakezen van cruciaal belang. Alleen al 1,7 miljoen burgers zijn direct ervan afhankelijk voor hun water en elektriciteit. Het water is nodig voor het irrigeren van de provincie Nineveh. Amerikanen hebben tijdens de missie in Irak tussen 2003 en 2011 meebetaald aan het renoveren van de stuwdam.

Na langdurige gevechten wapperde op de dam sinds 7 augustus een IS-vlag. Als de jihadisten de dam zouden opblazen zou, in het slechtste scenario, een vloedgolf van twintig meter in de richting van Bagdad denderen.

Ook zonder de dam te vernietigen is het een machtig wapen. Door (delen van) de dam te openen of te sluiten kan de leefbaarheid in grote delen van het land worden beïnvloed. Burgers en militairen kunnen worden gedwongen te vluchten door hun watertoevoer af te sluiten. Dat IS daartoe in staat is, bleek eerder dit jaar toen het een kleinere dam bij Fallujah veroverde.

Het Amerikaanse leger voerde zaterdag en zondag luchtaanvallen uit, gecoördineerd door Amerikaanse speciale eenheden op de grond bij de Koerdische troepen. Zondag waren vooral voertuigen van IS doelwit van de bombardementen.

De luchtsteun was nodig omdat IS veel modernere wapens heeft dan de Koerden. Die zijn in juni in Mosul buitgemaakt op het Irakese leger. In de loop van de zondag meldden de Koerden dat de dam in hun handen was. Vanochtend waren peshmergatroepen nog bezig met mijnen ruimen.

Opvallende afwezige in de berichten vanuit Irak is het Irakese leger. Het is onduidelijk of het door Amerikanen opgeleide en bewapende beroepsleger een rol speelt in het heroveren van terrein op IS. Tot nu toe lijkt de hoofdrol weggelegd voor de samenwerkende Koerden en de Amerikanen. Daarbij gaat het om Koerdische strijders uit zowel Syrië, Irak als Turkije.

Intussen laait de strijd in Syrië op. Volgens niet te controleren berichten van het Syrische Observatorium voor Mensenrechten in Londen heeft IS de afgelopen dagen zevenhonderd leden van de al-Sheitaat-stam gedood. IS en al-Sheitaat waren de afgelopen weken in gevecht over twee olievelden in Syrië.

Gelijktijdig met de luchtaanvallen op IS in Irak door de Amerikanen, voerden troepen van president Bashar al-Assad dit weekend aanvallen uit op doelen van IS in Syrië. Tot nu toe liet Assad IS grotendeels met rust. Het kwam hem prima uit dat IS groeperingen van de Syrische oppositie aanviel. Nu is vanuit de lucht de stad Raqqa bestookt, een bolwerk van IS.

De ironie van het gelijktijdig optreden tegen dezelfde vijand zal Obama noch Assad ontgaan. Het is bijna op de dag af een jaar geleden dat Obama gewapend ingrijpen in Syrië overwoog nadat Assad op 21 augustus met chemische wapens aanvallen op burgers had uitgevoerd.

President Obama informeerde zondag het Amerikaanse Congres over de militaire inzet. Volgens hem waren Amerikaanse belangen en de levens van Amerikaanse burgers in Bagdad in gevaar. Met die formulering zou de Amerikaanse betrokkenheid nog binnen het beperkte mandaat vallen waarmee hij de militaire inzet anderhalve week geleden autoriseerde. Het is echter duidelijk dat Obama om IS een slag te kunnen toebrengen de begrippen zoveel mogelijk oprekt.

    • Marloes de Koning