Ooit was dit de gedroomde stad

Een comfortabele, saaie suburb veranderde afgelopen week in een slagveld. Hoe kon dat?

De rellen in Ferguson tonen hoe sterk de kloof in de VS tussen blank en zwart nog altijd is.

Zeker vijf winkels in Ferguson zijn dit weekend geplunderd, het tankstation QuickTrip brandde vorige week zondag af. Foto AP

Een plundering gaat razendsnel. Schoonheidssalon Beauty Town in Ferguson is in een paar minuten leeggeroofd. Een steen, of twee, gaat door een ruit bij de zij-ingang. Iemand wurmt zich naar binnen, en maakt de deur open. Een jongen met wit masker intimideert omstanders, waardoor vijftien plunderaars de kans hebben naar binnen te rennen. Gillend komen meisjes naar buiten met dozen eyeliner, shampoo en nagellak. Een jongen rijdt zijn auto voor, laadt hem vol met dozen en scheurt weg.

West Florissant Avenue, de lange weg waar Beauty Town aan ligt, is het hart van demonstraties in het stadje Ferguson tegen de politie van St. Louis. Sinds vorige week zaterdag de 18-jarige Michael Brown, een Afro-Amerikaan, werd doodgeschoten door een blanke agent, gaan inwoners de straat op. Zeker vijf winkels zijn dit weekend geplunderd, het tankstation QuickTrip brandde vorige week zondag af. De winkels die nog overeind staan, zijn gebarricadeerd met hout.

Maar de straat is meer dan dat, zegt Deanel Trout (53). De timmerman woont om de hoek, in een groot, vrijstaand huis. West Florissant Avenue was altijd een hoopvolle plek, zegt hij. „Ferguson had dankzij deze straat een bloeiende middenstand. Het was hier goed leven voor mij.” Trout ging, op zoek naar rust, veertien jaar geleden in Ferguson wonen. Hij wilde weg uit het criminele en verpauperde stadscentrum van St. Louis. Hij had goed geld verdiend met zijn timmermansbedrijf, en wilde wonen waar blanken ook wilden wonen: Suburbia. De plunderingen doen Trout pijn, zegt hij. Ze verpesten de demonstraties, die alleen over politiegeweld moesten gaan. Maar ze maken ook een einde aan zijn vertrouwen dat Ferguson kan slagen.

Grote mansions, oprijlanen

Ferguson was tot twintig jaar geleden een grotendeels blanke voorstad. Zoals overal in Amerika trok ook St. Louis in de tweede helft van de twintigste eeuw leeg. Blanke gezinnen wilden in vrijstaande huizen en grote tuinen wonen, en kwamen alleen voor hun werk nog in de stad. Ferguson werd het prototype van de fantasieloze, maar comfortabele suburb: grote mansions, oprijlanen, tuinen. „De meeste mensen hier hadden een Duitse achternaam, net als ik”, zegt Karen Knodt, dominee van de Immanuel United Church of Christ. Haar kerk, vrijwel volledig blank, telde in de jaren negentig 1.200 leden. Knodt: „Het was hier destijds wat stijfjes, en saai”.

In de jaren negentig nam de zogeheten Black Flight, de zwarte suburbanisatie, toe. Veel zwarte gezinnen werden welvarender, en wilden de steden ontvluchten. De ooit zo trotse industriestad St. Louis was in ernstig verval geraakt, en wie het kon betalen, trok de stad uit. Voor Deanel Trout betekende het veel dat hij in 2000 tussen blanke gezinnen ging wonen. „Ik heb de nadagen van de segregatie nog meegemaakt. Ik dacht dat we die tijd achter ons lieten.”

In rap tempo begonnen de blanken Ferguson te verlaten. Zij trokken nóg verder weg van St. Louis, in voorsteden met fonkelende strip malls, dure scholen en: geen Afro-Amerikanen. Ferguson werd steeds zwarter. In 1980 was 14 procent van Ferguson zwart. In 2010 was dat 67 procent. Omdat veel mensen wegtrokken, daalden de huizenprijzen. Werkloze en kansarme gezinnen trokken naar Ferguson, waar grote huizen voor een prikje te koop stonden.

In een paar decennia is de omgeving van St. Louis, een gebied met ruim drie miljoen inwoners, één van de meest gesegregeerde steden van de Verenigde Staten geworden. „Na de blanke vlucht uit de stad kwam de zwarte vlucht”, schrijft hoogleraar Geschiedenis Colin Gordon in het boek Mapping Decline, over de teloorgang van St. Louis. Maar dat heeft niet tot een nieuwe integratie tussen blank en zwart geleid. „Het is 90 procent van het één of 90 procent van het ander.”

St. Louis is volgens Gordon een uitvergrote versie van het probleem van segregatie dat overal in Amerika bestaat. Om die reden is de criminaliteit hier ook veel hoger dan elders. In het district waar Ferguson deel van uitmaakt, werden in 2012 op een miljoen inwoners liefst 44 moorden gepleegd. Missouri staat landelijk bijna helemaal bovenaan in de moordstatistieken.

Het bestuur en de politie zijn blank

Karen Knodt leidt één van de laatste blanke bolwerken in Ferguson, haar kerk. De middelbare vrouw steunt de protestbeweging die in Ferguson is ontstaan. Maar, zegt ze erbij, vertel dit niet aan mijn gemeente. „Ze zouden me morgen op straat zetten.” Haar kerk heeft nog maar 800 leden, het gevolg van de witte vlucht. Vrijwel niemand gaat met zijn Afro-Amerikaanse buren om, zegt ze. Mensen zijn doodsbang, en mijden de meeste straten. „Ik begrijp de frustratie in de zwarte gemeenschap. Ze vormen de meerderheid maar worden met de nek aangekeken.”

Het grote probleem van Ferguson is volgens Knodt dat Afro-Amerikanen geen enkele vertegenwoordiging hebben: het stadsbestuur is vrijwel alleen blank. De politie: blank. „Het gaat aan twee kanten mis. Zwarte leiders krijgen geen plek in de officiële organen. Ze wantrouwen ons ook. Als ik een vergadering heb met blanke en zwarte dominees, dan denken de zwarten dat wij alles al voorgekookt hebben. Daarom komt hun achterban niet meer opdagen als er ergens over gestemd moet worden.”

De basis voor de rellen van deze week werd begin dit jaar gelegd, zeggen meerdere inwoners. Hoewel het volledige schoolbestuur van Ferguson blank is, kregen de publieke scholen 2,5 jaar geleden een Afro-Amerikaanse bestuursvoorzitter, Art McCoy. Om onduidelijke redenen werd McCoy in maart opeens weggestuurd. De zwarte inwoners van Ferguson zeggen dat het racisme was. Het schoolbestuur zegt dat het een verschil in werkstijl was. Hoe dan ook, bewoners begonnen protesten te organiseren om McCoy terug te krijgen. De Facebookgroep Stand up for Dr. Art McCoy! heeft ruim 2.300 leden. Het hielp allemaal niet. De stad wachtte gespannen op een moment van escalatie. Dat moment kwam vorige week zaterdag.

De grens: West Florissant Avenue

Toch is er ook onenigheid onder de zwarte inwoners van Ferguson. Deanel Trout kan de scheidslijn precies aanwijzen. Het is West Florissant Avenue. Wie links van de weg woont, zoals hijzelf, heeft een koophuis. Er staan betere scholen. Aan de rechterkant zijn de goedkopere huurhuizen gebouwd, waar werkloosheid heerst, en criminaliteit. „De gemeentelijke grens om je kind naar een goede school te sturen, is precies op West Florissant Avenue gesteld. Wie verzint nou zoiets? Die mensen hebben geen kansen. De woede daar is veel groter dan hier.”

Dat vergeten blanken nog wel eens, zegt Trout: de zwarte gemeenschap is ook diep verdeeld. Echte leiders zijn er niet. Naar de demonstratieleiders, meestal zwarte lokale politici, luistert een groot deel niet. Bekende nationale leiders die langskomen, zoals Jesse Jackson, worden nauwelijks opgemerkt. Wel begint vrijwel iedereen in gesprekken over de zwarte Burgerrechtenbeweging van de jaren zestig. De strijd die Martin Luther King of Malcolm X voerden, moet opnieuw worden gevoerd, zeggen ze. Een vergadering van demonstranten, in een kerk in Ferguson, werd deze week afgesloten met een van de bekendste strijdliederen uit die tijd, het gospellied ‘We shall not be moved.’

Ferguson droeg lange tijd de belofte met zich mee van een postraciaal Amerika. Het Amerika dat Barack Obama voorspiegelde toen hij in 2008 de eerste zwarte president van Amerika werd. Om die reden is Erica Cummings hier in de jaren negentig gaan wonen, zegt ze. De Afro-Amerikaanse vrouw begon een bedrijf in T-shirts, en vestigde zich aan West Florissant Avenue. Nu weet ze dat ze van niemand hulp hoeft te verwachten. Het waren zwarte jongeren die deze week de deur van haar zaak forceerden en leegroofden. En het waren blanke agenten die een paar meter verderop stonden en alles lieten gebeuren. „De haat, het racisme, alles is er nog”, zegt ze. „Er is sinds de jaren zestig niks veranderd.”

    • Guus Valk