Niet alleen boeren en telers hopen op steun uit Brussel

Russia's President Vladimir Putin listens to his spokesman Dmitry Peskov before a meeting with his Finnish counterpart Sauli Niinisto at the Bocharov Ruchei state residence in Sochi August 15, 2014. Niinisto on Friday said an agreement had been reached for a Russian humanitarian aid delivery to eastern Ukraine and he hoped it would pave the way for a ceasefire between the government and pro-Russian rebels there. REUTERS/Ivan Sekretarev/Pool (RUSSIA - Tags: POLITICS CIVIL UNREST CONFLICT) Foto Reuters

Misschien krijgen Europese telers van groente en fruit vandaag al het verlossende woord uit Brussel te horen. Eurocommissaris Ciolos voor Landbouw zou begin deze week bekendmaken hoe hij de telers die lijden onder het Russische importverbod te hulp schiet. Telers willen een deel van de oogst ‘uit de markt halen’ om zo de prijsdaling tegen te gaan. Wat gebeurt er eigenlijk met dat overschot? En waarom krijgt alleen de landbouw hulp, en de transportsector bijvoorbeeld niet?

Voedselbanken

Een compensatieregeling uit Brussel maakt hoogstwaarschijnlijk de weg vrij om overschotten aan de voedselbanken te doneren. Dat zegt Albert Jan Maat, voorzitter van brancheorganisatie LTO Nederland en van de Europese boeren- en tuindersorganisatie Copa. Maat verwacht dat Nederlandse telers van tomaten, paprika’s en champignons op steun kunnen rekenen.

Hij gaat uit van een regeling waarbij Europa en de telers de kosten delen om overschotten uit de markt te halen. Die overschotten zouden prima ten goede kunnen komen aan de 85.000 tot 100.000 Nederlanders die afhankelijk zijn van de voedselbank, zeggen Maat en Salomon Querido, het bestuurslid van Voedselbanken Nederland dat verantwoordelijk is voor voedselverwerving.

“Misschien 10 procent van de 35.000 gezinnen die wekelijks een pakket krijgen ontvangt verse groente of fruit”, zegt Querido. In het westen van het land is dat vaker dan in het oosten, omdat die voedselbanken dichter bij het Westland zitten. “Een teler die iets overheeft rijdt nu eenmaal makkelijker van Naaldwijk naar Den Haag dan naar Oost-Groningen.”

Querido zou willen dat iedereen per week drie kilo groente en fruit krijgt. De voedselbanken hebben de logistieke capaciteit om dat te distribueren, zegt hij. Als de telers bereid zijn hun overschot naar een van de acht distributiecentra van de voedselbanken te rijden, kunnen de vrijwilligers van de organisatie dat van daaruit naar de 155 voedselbanken brengen.

Soep

Alternatieven zijn verwerking tot veevoer of vergisting tot biogas. Of niet oogsten. “Oogsten kost toch een paar cent per kilo”, zegt Maat. Waarschijnlijk zullen er dus ook telers zijn die daarvoor kiezen.

Om zoveel mogelijk te kunnen profiteren van de overschotten is Querido in gesprek met soepproducenten. “Het allermooiste zou zijn als zij bereid zijn om de groente te verwerken tot soep in potten of zakken, producten die langer houdbaar zijn. We benaderen nu grote en kleine producenten.”

Maat heeft bij staatssecretaris Dijksma (PvdA, Landbouw) en bij eurocommissaris Ciolos bepleit om een sociaal programma te faciliteren. Een mogelijke hobbel op de weg is het mededingingsrecht. “De telers zouden een collectieve afspraak moeten maken om partijen uit de markt te nemen. Als je die dan toch voor consumptie aanbiedt zou dat collectieve marktbeïnvloeding genoemd kunnen worden.”

Maat en Querido vinden beiden dat hier geen sprake van is. Querido: “De mensen die eten van de voedselbank krijgen zouden deze groente en fruit toch al niet kopen.”

Transport

Brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland kan niet in een getal uitdrukken hoe hard de transportsector is getroffen door de Russische sancties. “Het valt nog mee”, zegt een woordvoerder. “Het meeste transport naar Rusland wordt gedaan door Oost-Europese of Russische bedrijven. Maar er is wel een aantal schrijnende gevallen van expediteurs die zich echt op Rusland richten. Enkelen hebben zich bij ons gemeld met de zorg dat ze failliet zullen gaan.”

Een andere lobbygroep, verladersorganisatie EVO, is bang dat er alleen hulp voor de telers komt. De EVO vertegenwoordigt elke ondernemer die iets vervoert, of het nu de bakker om de hoek is of een multinational. “De sancties treffen veel meer sectoren dan alleen de agrarische”, zegt Godfried Smit, woordvoerder internationale handel. Volgens hem hebben de sancties die de Europese Unie instelde een groter effect op de Nederlandse economie dan de Russische tegensancties die gericht zijn op voedingsproducten.

“Toen de EU de sancties samenstelde heeft zij geschat dat dit Nederland ergens tussen de 0,1 en 1,3 procent van het bruto binnenlands product kan kosten”, zegt Smit. Het bbp bedroeg vorig jaar 603 miljard euro. De schade zou volgens deze schatting dus tussen 600 miljoen en 7,8 miljard euro bedragen, voor alle Nederlandse leveranciers en hun toeleveranciers.

Militaire goederen

De sancties van de EU betreffen de uitvoer naar Rusland van militaire goederen, technologie voor de oliewinning en een groep goederen voor ‘duaal gebruik’: producten die misschien in een van de bovenstaande categorieën kunnen worden toegepast. “Neem bijvoorbeeld vlakglas”, zegt Smit. “Dat kan zowel voor vensterglas dienen als voor nachtkijkers.”

Dat nu alleen vooral de telers aandacht krijgen uit Brussel komt volgens Smit door twee redenen: ten eerste is hun situatie dringender, omdat hun waar bederfelijk is. Omdat de Europese sancties alleen gelden voor nieuwe contracten, zullen de gevolgen pas later merkbaar worden.

Ten tweede is het relatief eenvoudig om de landbouwsector te helpen. “De instrumenten daarvoor liggen in Brussel gewoon op de plank”, zegt Smit. “De landbouw heeft een aparte status in het Europese beleid, omdat men vroeger uitging van zelfvoorzienendheid. Europa heeft allerlei mechanismes om de prijzen te reguleren. Het uit de markt halen van partijen is er één van.”

Smit begrijpt dat de telers in acute nood zijn en dus hulp nodig hebben. Verder vindt hij “gelijke monniken, gelijke kappen”. De EVO pleit voor “een zekere mate van compensatie” voor met name mkb-bedrijven uit de categorie ‘duaal gebruik’, die veel aan Rusland leveren en nu in hun bestaan bedreigd worden. Tegelijk ziet hij dat het niet zo eenvoudig is. “Andere sectoren zijn amorfer dan de landbouw, waardoor het minder eenvoudig is om in kaart te brengen wat er nodig is.

Bovendien kan de militaire industrie niet direct op sympathie van het publiek rekenen.” Donderdag is er op initiatief van werkgeversorganisatie VNO-NCW een overleg met brancheorganisaties en minister Kamp van Economische Zaken over mogelijke maatregelen.

    • Hanneke Chin-A-Fo