Met spoed gezocht: spitsen die scoren

Diverse clubs zijn nog op zoek naar een aanvalsleider die veel doelpunten maakt. Maar dat blijkt lastig, en er is weinig tijd.

Het lukte de IJslandse Ajax-aanvaller Kolbeinn Sigthorsson gisteren niet om te scoren. Zijn club won wel, met 3-1 van AZ. Foto ANP

Vraag een willekeurige trainer in de eredivisie wat voor speler hij het liefst nog aan zijn selectie zou willen toevoegen en het antwoord zal zijn: een scorende spits.

Zelfs een ploeg als PEC Zwolle, waar al drie spitsen onder contract staan, sloeg snel toe toen deze week bleek dat de Tsjechische international Tomas Necid wel een jaar in Overijssel wilde voetballen. Een buitenkans, omschreef technisch directeur Gerard Nijkamp zijn nieuwe versterking. Stel nou dat hij in een seizoen twintig keer scoort? Zo’n kans wil geen enkele club laten lopen.

De spitspositie zorgt voor de meeste hoofdbrekens bij de technisch directeuren die deze weken bezig zijn hun selectie voor komend seizoen op orde te krijgen voordat de transferperiode eind deze maand verstrijkt. Een spits die 25 doelpunten maakt of één die maar tien keer scoort. Het zou aan het eind van het seizoen zomaar een plek of vijf op de ranglijst kunnen schelen.

Bij Ajax stond gisteren, in het met 3-1 gewonnen duel tegen AZ, Kolbeinn Sigthorsson weer eens in de basis. De IJslander leek het seizoen te beginnen als derde spits, achter Arek Milik en Richairo Zivkovic, maar gisteren was hij er opeens weer. Drie grote kansen kreeg hij, oog in oog met doelman Esteban. Even zo vaak miste hij. Ajax-trainer Frank de Boer blijft intussen stilletjes hopen op de komst van de topspits Samuel Eto’o. Hij zou misschien wel voor Ajax willen spelen.

„Een goede spits is voor mij nog steeds iemand die van de tien kansen er acht benut”, zegt voormalig topspits Pierre van Hooij-donk. „Steeds meer clubs kiezen hun spitsen uit op snelheid en beweeglijkheid, maar een topspits moet gewoon over een groot scorend vermogen beschikken.”

Ajax werd de afgelopen vier seizoenen kampioen met een spits die nooit meer dan dertien doelpunten maakte. Telkens waren het de spelers om de aanvalsleider heen die het belangrijkst waren.

Wat maakt de zoektocht zo lastig?

„Veel topclubs kopen spitsen aan die het bij vorige clubs goed deden, zonder te kijken of ze wel in het systeem van hun nieuwe ploeg passen”, zegt Van Hooijdonk. Hij wijst op Luuk de Jong, deze zomer voor ruim vijf miljoen euro gekocht door PSV. Zijn ploeg won zaterdag met 6-1 van NAC. Luuk de Jong scoorde niet één keer. Hij kreeg zelfs geen enkele kans.

Van Hooijdonk weet wel waarom: „vleugelaanvallers spelen zelden meer in dienst van de spits. De Jong is een spits die voorzetten nodig heeft. Maar de buitenspelers van PSV gaan steeds voor eigen succes. Dan kan De Jong in het centrum weinig anders doen dan kaatsen.”

Niet alleen Ajax en PSV, ook veel andere Nederlandse clubs kampen met een spitsenprobleem. Feyenoord is al weken op zoek naar een geschikte opvolger voor Graziano Pellè, omdat de club vindt dat Mitchell te Vrede, die dit seizoen al wel twee keer scoorde, niet voldoet. En ook AZ en FC Twente zijn niet blij met de huidige invulling van de spitspositie. Wat maakt het vinden van een goede spits toch zo moeilijk?

Volgens Van Hooijdonk is het een logisch gevolg van de veranderende opvattingen in het voetbal. Waar buitenspelers vroeger tegen de zijlijn stonden aangeplakt en elk duel tien goede voorzetten moesten geven, is dat nu anders. Vaak gaan ze voor eigen succes en lopen ze daarmee voor de voeten van de spits.

De balletjesafwachter sterft uit

Consequentie is dat de ouderwetse balletjesafwachter, die de hele wedstrijd loert op die ene kans, uitsterft, zegt Van Hooijdonk. „Je moet er als club alles aan doen om de voorwaarden te creëren waaronder een spits goed kan functioneren. Anders heb je er weinig aan, hoe goed hij bij andere clubs misschien ook was.”

Het schoolvoorbeeld is volgens hem Pellè bij Feyenoord, de afgelopen twee seizoenen. „Hij was volledig afhankelijk van voorzetten en dus was de opdracht aan de buitenspelers om de bal zo vaak mogelijk voor te geven. Dat werkte.”

In Alkmaar maakte Ajax-spits Sigthorsson zijn matige optreden tegen AZ nog een beetje goed door de assist te geven bij de derde goal van Ajax. Maar zijn laatste competitiedoelpunt maakte Sigthorsson op 6 april van dit jaar. En dat is volgens de logica van Van Hooijdonk nu eenmaal te lang geleden voor een echte topspits. Maar welke centrale aanvaller dan de doelpunten moet maken voor Ajax, daar heeft ook hij geen antwoord op.