Ger van Elk, Nederlands boegbeeld conceptuele kunst, overleden (73)

Ger van Elk in 2010 met op de achtergrond twee foto's die van hem zijn gemaakt in 1993 in museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Foto NRC / Vincent Mentzel

De internationaal vermaarde beeldend kunstenaar Ger van Elk is overleden. Dat melden twee galeries die hem vertegenwoordigen. Van Elk was onder meer bekend van zijn conceptuele sculpturen, installaties en beschilderde foto’s. Hij is 73 jaar oud geworden.

Twitter avatar BorzoArt Borzo Gallery In Memoriam GER VAN ELK. Overleden op zondag 17 augustus. Groot kunstenaar en lieve vriend.

Van Elk wordt samen met Jan Dibbets en Marinus Boezem gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van de conceptuele kunst in Nederland. Hij werkte met allerlei materialen, waaronder touw, canvas en hout. Zijn kunst is tentoongesteld in het Stedelijk Museum in Amsterdam, Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, het Museum of Contemporary Art in Chicago en The Museum of Modern Art in New York.

Een bescheiden meesterwerk

“Hij was één van de weinige Nederlandse kunstenaars die internationaal zijn doorgebroken”, zegt redacteur beeldende kunst Sandra Smallenburg. Hij was vertegenwoordigd in internationaal toonaangevende tentoonstellingen, zoals ‘Op losse schroeven/Situaties en cryptostructuren’ in het Stedelijk Museum, ‘When Attitudes Becomes Form’ in de Kunsthalle in Bern, beide in 1969, en ‘Sonsbeek buiten de perken’ in 1971. Smallenburg:

“Vorig jaar was bij de Fondazione Prada in Venetië, gelijktijdig met de Biënnale, een remake te zien van ‘When Attitudes Becomes Form’. Daar zat Van Elk weer bij, samen met Walter De Maria, Robert Smithson en Jan Dibbets.”

Zijn meesterwerk was La Pièce, zegt Smallenburg, een klein, witgeschilderd blokje hout op een roodfluwelen kussentje.

“Hij schilderde het midden op de oceaan wit, omdat de lucht zo zuiver en stofvrij mogelijk moest zijn. Hij maakte het op kruising van twee oceaanwinden. Het was een klein werkje, dat hij later exposeerde op een roodfluwelen kussen onder een glazen stolp, alsof het een diamant was. Het was een reactie op de spektakelkunst van de Amerikanen, zoals Robert Smithson, die in de jaren zeventig zo megalomaan mogelijk werkten door bijvoorbeeld in de natuur kilometers lange kunstwerken te bouwen.”

Foto van Sportive Time Study van Van Elk in het Kröller-Müller. Foto ANP/Ed Oudenaarden

Geen fotograaf, geen schilder. Wel nieuwsgierig

Van Elk was in zijn kunst veel bezig met de kunst zelf. “Ik ben geen fotograaf en een schilder ben ik ook niet”, zei hij in 2012 in een interview met NRC Handelsblad.

“Ik ben geen fotograaf. Een schilder ben ik ook niet, zelfs niet als ik schilder. Ik onderzoek wel vaak de tradities van de schilderkunst. Ironisch zou ik mijn werk niet willen noemen. Ik ben eerder een romanticus. Als ik iets ben, is het nieuwsgierig. Voor sommige mensen lijkt het alsof ik van de hak op de tak spring, maar ik ben streng op wat ik maak.”

Van Elk over zijn meesterwerk La Pièce:

“La Pièce heb ik pas een paar jaar geleden verkocht. Christophe Cherix, conservator van het Museum of Modern Art in New York zag het bij mij op het atelier in Amsterdam en zei: ‘Hé, heb je er nog een gemaakt?’ Hij kon niet geloven dat La Pièce niet was aangekocht door een museum. Een paar weken later kreeg ik opeens bezoek van Evert van Straaten, de directeur van het Kröller-Müller. Hij vroeg wat ik ervoor wilde hebben. Twee ton, zei ik. ‘Dat gaan we organiseren’, zei hij. En dat is gelukt. Ach, mensen zien op het moment zelf bijna nooit wat goed is.”

Van Elk over zijn jeugdjaren in de VS:

“Toen ik twaalf was, was ik een lastig jongetje. Hopeloos. Op school in Nieuwendam wisten ze niet wat ze met me aan moesten. Ik moest een test doen bij het nationaal katholiek instituut voor beroepskeuze. Daar kwam uit dat ik fotograaf of binnenhuisarchitect moest worden. Mijn vader, die toen al lang in Los Angeles woonde, zei, ‘Ach jongen, kom maar naar Amerika, kom bij mij werken.’ Hij werkte in de tekenfilmindustrie, bijvoorbeeld voor The Flintstones. Ik ben inderdaad na een jaar op de Rietveld Academie naar Amerika gegaan, niet naar mijn vader, maar naar het Immaculate Heart College. Dat was een te gekke school, je kreeg les van allerlei rare types. Ik kreeg kunstgeschiedenis van nonnen, maar dan wel nonnen die in Cadillacs rondreden. John Cage gaf er ook les.”

“Ik heb lang tussen Amerika en Nederland op een neer gereisd. Nu ben ik alweer tien jaar vooral hier. Amerika is heel spannend, maar ik heb ook de melancholie van Europa in me.”

Een bezoek aan een tentoonstelling in het Stedelijk Museum zou eigenlijk 75 euro moeten kosten, zei Van Elk in NRC.

“Een kaartje voor het Concertgebouw kost 75 euro en het Concertgebouw zit gewoon vol. Maar bij kunst heeft niemand er voor over wat het echt kost. Ik ben een oude VVD’er, een rechtse bal. Ik geloof ernstig in vraag en aanbod. Ik was het wel eens met de bezuinigingen op kunst. Als je er niets voor over hebt, betekent het niets, net als in de liefde.”

Lees hier het volledige interview met Ger van Elk uit 2012 in NRC Handelsblad.

    • Laura Klompenhouwer