Kabinet moet zich bezinnen op militaire steun Noord-Irak

Een „tactisch transportvliegtuig”, zoals Defensie het noemt, is vandaag namens Nederland naar Noord-Irak gevlogen. De Luchtmacht levert in Arbil hulpgoederen af bij OCHA, de VN-organisatie die ter plekke de noodhulp aan yezidi’s en andere vluchtelingen coördineert. Voedsel, water en dekens, alsmede de parachutes waarmee de goederen in het Sinjar gebergte worden gedropt. Daaruit bestaat de bijdrage van Nederland, de tweede in één week.

Een ongetwijfeld welkome stap in een humanitaire noodsituatie. Grote vraag is nu: komt er ook militaire steun, met name aan de Koerden en aan Irak. Zij trekken ten strijde tegen de eenheden van de Islamitische Staat (IS), die uit zijn op de definitieve vestiging van een kalifaat in Irak, Syrië en wellicht elders. Die militaire steun is er al wel van de Verenigde Staten, met onder meer als gevolg dat de Koerdische strijders sinds gisteren een deel van een stuwdam bij Mosul terug in handen hebben gekregen, die van groot strategisch belang is. De Britse premier Cameron riep gisteren in het dagblad The Telegraph op tot actie tegen IS. Frankrijk, en ook Duitsland, voelen deze noodzaak eveneens. Dat is niet verwonderlijk; de Europese ministers van Buitenlandse Zaken stelden vrijdag in Brussel vast dat sommige wreedheden die de IS heeft gepleegd als misdaden tegen de menselijkheid kunnen worden aangemerkt.

Afgezien van de noodhulp en de mededeling van Defensieminister Hennis-Plasschaert (VVD) dat de krijgsmacht voor het transport daarvan „24/7” klaarstaat, is de houding van Nederland als afwachtend te bestempelen. Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) liet vorige week de Tweede Kamer weten dat Nederland niet uitsluit in enige vorm een militaire bijdrage te verlenen als „de huidige veiligheidsdreiging voortduurt”. In Brussel herhaalde hij vrijdag deze mededeling. Het is een vraag die Nederland niet voor zich uit kan blijven schuiven, zeker nu de lidstaten het erover eens zijn dat het een „internationale en Europese verantwoordelijkheid is om met Irak samen te werken in de gemeenschappelijke strijd tegen het terrorisme”. Zo formuleerden ze dat vrijdag. Nederland onderstreepte daarbij de grote uitdaging die de „fundamentele veranderingen in de Arabische wereld” voor de EU vormen.

Maar verder blijft het wat Nederland betreft vooralsnog bij begrip en applaus voor de (lid)staten die wapens leveren of meevechten. Bewapening van groeperingen die morgen alweer de bad guys kunnen blijken, is inderdaad riskant. Maar de roep om ook militair te helpen zwelt niettemin in de Tweede Kamer aan, bijvoorbeeld bij regeringspartij VVD. Van het kabinet mag daarover een fundamenteler standpunt worden verwacht dan het tot nu toe liet horen.