Enthousiast op je stoel springen

Tijdens Zomergasten wordt tv-kijker Renske de Greef smoorverliefd op wiskundige Ionica Smeets, die haar galerie van bètahelden presenteert, de schoonheid van wetenschap wil tonen aan leken, en de ananas van SpongeBob wiskundig kraakt.

Wereldvreemde professoren die een briljante inval krijgen in stoffige kamertjes waar het zonlicht nooit komt, en de formule in hun geestdrift over de muur en het raam schrijven (waarom is er nooit gewoon een papiertje in de buurt?) en de vraag wat je nou precies aan differentiaalvergelijkingen hébt, in je leven – wanneer het over wiskunde gaat, zijn er genoeg vooroordelen te bedenken.

Aan Zomergast Ionica Smeets de taak om het publiek kennis te laten maken met een andere kijk op wiskunde en natuurwetenschappen. Iets wat ze zo slim, geestig en enthousiasmerend doet dat ik me aan het eind van de avond afvraag of ik A) vroeger mijn wiskundelessen op de middelbare school niet te veel heb gedemoniseerd, en B) of ik Ionica Smeets niet kan overhalen haar vriend te verlaten voor mij – we zouden samen Girls kunnen kijken en science fiction kunnen lezen en ik zou avondenlang kunnen luisteren naar hoe zij vertelt over de elegantie van getallenreeksen.

Terwijl ik via fragmenten van Kees Torn en Kurt Vonnegut steeds verliefder word, lijkt Wilfried de Jong daarentegen meer en meer in de war. Hij heeft het over nerds alsof het gaat om een net ontdekte stam uit Papoea Nieuw Guinea, hij kijkt ongemakkelijk en aan het eind van de avond geeft hij toe dat hij er van tevoren tegenop had gezien: „Kan ik wel mee in de wereld van de wetenschap? Maar zoals jij het doet, wel.” Het is een compliment, maar hij komt zo toch dicht in de buurt van een beeld dat Smeets schetste: dat van de alfa die al snel roept dat-ie weer niets van dat droge bètagedoe begrijpt.

Terwijl de avond juist zo helder en open is. Ionica Smeets brengt een ode aan de slimheid, aan de persoon die haast een beetje gek is om zo lang op één onderwerp door te willen gaan. Ze laat fragmenten zien van natuurkundige en Nobelprijswinnaar Richard Feynman en de wiskundige Marcus du Sautoy, die aan komiek Alan Davies uitlegt hoe je erachter kan komen dat er oneindig veel priemgetallen bestaan (Horizon, BBC 2, 2009). Maar het is ook een ode aan fantasie, aan humor, aan het springerige denken. Zo is er het YouTube-filmpje Open letter to Nickelodeon waarin wiskundige Vi Hart uitlegt waarom het ananashuisje van SpongeBob nooit een echte ananas kan zijn. Het fragment geeft niet alleen inzicht in de wonderlijke mathematische structuren van de natuur, ook de manier van denken is onweerstaanbaar: dat er in zee een vierkant geel sponswezen woont met een zeeslak als huisdier, prima, maar dat zijn symmetrische huisje een ananas moet voorstellen, dáár trekt ze de grens.

Het is de aflevering die voor mij het meest van nu voelt: niet alleen omdat ze YouTube filmpjes gebruikt en relativerend is over Facebook („Vroeger waren er ook mensen in de kroeg die op alles ‘ja leuk’ zeiden”), maar ook omdat het gaat over de vraag waarom er nog steeds zo weinig vrouwen in de exacte wetenschap te vinden zijn. Ze laat er een fragment over zien, waarin wetenschapper Neil deGrasse Tyson tijdens een paneldiscussie vertelt hoe moeilijk het voor hem was om als zwarte man astrofysicus te worden: „De maatschappij wierp allerlei obstakels op. Leraren vroegen aan me: weet je het zeker? Wil je niet liever sporter worden?”

Een perfecte Zomergast. Ik ga mijn middelbare school-werkstuk over Fibonacci weer eens opzoeken.