Echt een héle goede lobbyclub

Kritiek op Israël? Dan verschijnt het Centrum Informatie en Documentatie Israël al snel in beeld. Hoe werkt de lobby en hoe effectief is die?

Een bijeenkomst op de Dam pro Israël, juli dit jaar, georganiseerd door het CIDI. Foto ANP

Vanavond loopt het bestand in Gaza af, maar de pr-oorlog tussen Palestina en Israël gaat altíjd door. Ook in Nederland, bleek onlangs weer toen De Telegraaf een grote advertentie afdrukte tegen jodenhaat. Bekende Nederlanders spraken zich daarin uit tegen antisemitisme. Wie de advertentie coördineerde? Het CIDI, de Joodse belangenbehartiger in Nederland.

De organisatie heeft veel macht in Nederland, zo zeggen mensen die met het CIDI te maken kregen. Enkele Haagse bronnen wilden anoniem blijven, om hun eigen politieke partij niet in diskrediet te brengen.

Op 5 minuten lopen van het Tweede Kamergebouw staat het kantoor van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Directeur Esther Voet zit achter haar bureau. Er werkt een klein bestuur van 7,5 fte en er zijn twaalf vrijwilligers. Ze houden zich bezig met het monitoren en bestrijden van antisemitisme. De begroting bedraagt circa 600.000 euro per jaar.

Dat geld is afkomstig van anonieme donateurs. Ook krijgt de organisatie een deel van de restitutiegelden, die door Nederland zijn betaald als compensatie voor de geroofde Joodse tegoeden na de oorlog. Het CIDI wordt niet gefinancierd door de Israëlische regering, zegt Voet. „Dan zouden we niet meer onafhankelijk zijn.”

Als lobbygroep onderhoudt het CIDI nauwe banden met politici. En dat levert ze ook invloed op. Zo stelde het CIDI vorig jaar aan de orde dat de Palestijnse autoriteit geld uitkeert aan vermeende terroristen die door Israël gevangen zijn genomen. Het CIDI drong er bij politici op aan over de kwestie vragen te stellen. ChristenUnie en SGP dienden een motie in waarin het kabinet werd opgedragen de Palestijnen hierop aan te spreken. De motie werd aangenomen. Ook voerde CIDI een campagne tegen het etiketteren van producten afkomstig uit Israëlische nederzettingen. Hoewel het kabinet eerst van plan was dit in te voeren, werd besloten te wachten op Europese regelgeving. Dit was volgens een Kamerlid mede het gevolg van lobbywerk van het CIDI.

En toen kwam de ambassadeur

Buiten het Binnenhof heeft het CIDI ook invloed. Edith Snoeij, oud-voorzitter van Abvakabo FNV, kreeg enkele jaren geleden te maken met het CIDI toen haar vakbond een Palestina Conferentie organiseerde. Toen duidelijk werd dat er op die conferentie steun zou worden uitgesproken voor de Palestijnse vakbeweging, belde het CIDI met de toenmalig voorzitter. Een CIDI-medewerker maakte Snoeij in „heel stevige” bewoordingen duidelijk dat zij de conferentie geen goed idee vond.

Daarna kwam de Israëlische ambassadeur langs en uitte een uur lang zijn ongenoegen over de conferentie. „Of ik mij geïntimideerd voelde? Nee. Maar ik dacht wel: wat is dit een vreselijk goed georganiseerde lobby”, zegt Snoeij. Uiteindelijk werd de conferentie uitgesteld, toen bleek dat een omstreden Palestijnse spreker zou spreken.

„Een effectieve en professionele lobbygroep”, zo omschrijft ook bijzonder hoogleraar public affairs Arco Timmermans van de Universiteit Leiden het CIDI. „Ze verstaan als geen ander de kunst van de stille lobby: iets agenderen zonder er zelf mee naar voren te treden.”

Studiepunten bij het CIDI

Het CIDI speelt ook een belangrijke rol in het „onderwijzen” van journalisten, politiek betrokken jongeren en studenten. CIDI organiseert al 25 jaar een studievak genaamd Israël en buitenlandse politiek, te volgen via alle universiteiten. De colleges, samengesteld door universitaire docenten vinden plaats in het CIDI-kantoor in Den Haag. Esther Voet of haar voorganger Ronny Naftaniel geeft het laatste vak ‘Het Israëlisch beleid ten aanzien van vredesopties’. De studenten kunnen studiepunten krijgen voor deze vakken.

Daarnaast organiseert het CIDI jaarlijkse reizen voor journalisten en neemt zijn jongerenorganisatie CIJO vertegenwoordigers van politieke jongerenpartijen mee naar Israël. Deelnemers dragen 500 euro bij, het CIDI betaalt 800 euro. Sinds 2009 hebben naar schatting 150 beginnende journalisten en politici deelgenomen. Daarvan werken nu diverse journalisten bij de Volkskrant, Elsevier, Trouw en NRC.

Volgens directeur Esther Voet zijn deze reizen bedoeld om deelnemers „kennis te laten maken met Israël”. Het programma geeft volgens Voet een „gebalanceerd beeld” van de verhoudingen tussen Israël en Palestina.

Oud-deelnemers vertellen een ander verhaal. „Gebrainwasht word je niet, maar je begrijpt door de reis wel beter waarom Israël een sterk bewapend beleid voert”, zegt Tina Ehrami die in 2011 meereisde naar Israël. „Het was heel duidelijk dat het CIDI ons één kant van de medaille iets beter wilde laten zien”, zegt freelance journaliste Fleur de Weerd die meeging met de reis.

Deelnemers spreken acht dagen onder andere met het Israëlische leger, bewoners van nederzettingen en Israëlische regeringswoordvoerders. Daar tegenover staan twee dagen in Palestina, waar onder andere een vluchtelingenkamp wordt bezocht. Kritische vragen konden gewoon gesteld worden.

Volgens Volkskrant-journalist Alex Burghoorn, die enkele jaren geleden een groep jongeren toesprak op de CIDI-reis, geeft de reis geen gebalanceerd beeld omdat de journalisten geen bezoek brengen aan Gaza. „Je kunt het conflict niet begrijpen als je niet ziet hoe de mensen daar leven.”

Op wat de gidsen zeggen wordt gelet. Zo werd een Israëlische gids die kritiek leverde op de Israëlische regering tot de orde geroepen door een voormalig CIDI-medewerker. Deze medewerker lichtte hierna de Israëlische gemeente in over de negatieve houding van de gids, zo blijkt uit gesprekken met deelnemers en de betrokken medewerker.

Hebben de persreizen effect? Het CIDI stelt als voorwaarde dat deelnemers van de reis ieder „één mediaproductie” maken die het CIDI „kan gebruiken voor een multimediatentoonstelling over Israël”. En dus publiceerde nrc.next na een dergelijke persreis een artikel over het conflict, bracht het Nederlands Dagblad zes artikelen (vier vanuit het perspectief van Israël, twee vanuit Palestina) en schreef historicus Dirk-Jan van Baar na zijn Israëlreis in een opiniestuk in de Volkskrant dat Palestijnen „onder een gestoord zelfbeeld lijden” en „elk realiteitsbesef ontberen”.

Warme banden met de VVD

Het politieke netwerk van het CIDI zit vooral in de VVD. Onno Hoes, VVD-burgemeester van Maastricht, is tevens voorzitter van het CIDI. Hoes, kind van een joodse moeder, deed in een interview in 2011 de beladen uitspraak dat Palestijnen bij de stichting van de staat Israël niet zijn verdreven, maar uit zichzelf zouden zijn weggegaan uit het land.

VVD’er John Manheim, tot 2010 voorzitter van het CIDI, en thans erevoorzitter, is nu honorair consul van Israël. Hij leidde diverse VVD-buitenlandwoordvoerders en fractieleiders rond door Israël. Met de huidige buitenlandwoordvoerder, Han ten Broeke, is hij persoonlijk bevriend. „Ik ken John al heel lang”, zegt Ten Broeke. Hij maakte recent twee reizen met Manheim naar Israël en Palestina.

De voormalig CIDI-voorzitter onderhoudt tevens nauwe banden met VVD-Europarlementariër Hans van Baalen. Manheim was voorzitter van de stichting Vrienden van Hans van Baalen en heeft geld gedoneerd voor zijn campagne. Bronnen rondom de VVD zeggen dat hun contact met het CIDI inmiddels amicaal is. De partij spreekt bijna dagelijks met aan het CIDI gelieerde personen. „We zien elkaar in de wandelgangen of in de kroeg”, aldus een VVD’er. Ten Broeke ziet er geen probleem in. „Het CIDI is nuttig, deskundig en heel evenwichtig”, zegt hij.

Ook bij andere partijen zijn er dwarsverbanden. Oprichter van de CIDI-jongerenorganisatie was Simone Kukenheim. Zij werd hierna beleidsmedewerker van D66-leider Pechtold en is nu wethouder in Amsterdam. Voormalig ChristenUnie-jongeren-voorzitter IJmert Muilwijk en oud-Tweede Kamerlid voor het CDA Henk de Haan zitten in een andere, aan het CIDI gelieerde organisatie: het Iran Comité.

Bellen met Europarlementariërs

Het Iran Comité is een stichting die zich zorgen maakt om het Nederlands beleid ten opzichte van Iran. Het CIDI was nauw bij de oprichting betrokken. Op zijn website schrijft het comité dat Iran „tal van terroristische organisaties” steunt die het gemunt hebben op „Israëlische burgers en Joodse doelen”. Ook staat volgens het comité vast dat Iran werkt aan een atoombom en gaat hier „met name voor Israël” een „extreem gevaarlijke dreiging” van uit.

Is het Iran Comité een project van het CIDI? „Nee”, zegt Esther Voet. „Ik was een van de oprichters”, zegt Ronny Naftaniel. Hij was toen ook directeur van het CIDI. „Maar dat staat los van de oprichting van het comité”, zegt Naftaniel. Voet: „Ze hebben alleen bij ons een kantoor gehuurd.” Dat was de eerste twee jaar, zegt Naftaniel. En oh ja, het CIDI en het Iran Comité hebben ook meerdere bijeenkomsten samen georganiseerd, zegt Naftaniel en het zou goed kunnen dat het CIDI wel eens een zaal heeft bekostigd voor het comité.

Het comité probeerde te voorkomen dat Nederlandse Europarlementariërs in 2009, als onderdeel van een officiële delegatie, een bezoek aan Iran zouden brengen. Ze werden opgebeld door mensen van het Iran Comité. Er werd gezegd dat de namen van politici die de Iranreis wel zouden maken in de Nederlandse media beschadigd zou worden, zeggen verschillende bronnen tegen deze krant.

Naftaniel erkent dat er „gesproken” is met drie Nederlands Europarlementariërs die naar Iran wilden gaan. „Misschien is uit enkele artikelen in de media gebleken dat wij die reis een verkeerde gang van zaken vonden.”

Ook een partijleider uit de Tweede Kamer die anoniem wil blijven kwam in aanvaring met het CIDI. In een speciaal aangevraagd gesprek met de ambassadeur van Israël en een medewerker van het CIDI werd deze partijleider aangesproken op de Israël-kritische houding van zijn fractie, stelt een partijgenoot.

Esther Voet ziet geen problemen. Volgens haar is het CIDI geen lobbyclub. „Wij nemen mensen niet mee op dure reisjes en gaan niet met ze uit eten, zoals veel lobbyisten doen. Er wordt geen politicus door het CIDI gefêteerd.” Wat is het CIDI dan wel? Voet: „Een belangenorganisatie.”