De zure start van King Louis

De Nederlandse trainer maakte dit weekend zijn competitiedebuut bij Manchester United. Het werd een domper: United verloor. Maar het vertrouwen in Van Gaal is groot onder de fans.

Louis van Gaal tijdens de verloren wedstrijd (1-2) tegen Swansea City. foto EPA

Voetbaltrainers zijn als schepen die bij nacht passeren, zei de Engelse coach Bobby Robson eens. Zo niet Louis van Gaal op deze winderige zaterdag in Manchester. Alle ogen zijn op de nieuwe trainer van Manchester United gericht als hij tevoorschijn komt uit de spelerstunnel van Old Trafford. Zelfverzekerd komt hij op, varend op een golf van optimisme. Daar is hij: King Louis.

Zelfs fans die niet in het stadion zitten klappen voor hem. In The Toll Gate, een van de pubs nabij Old Trafford, wordt United hartstochtelijk naar voren geschreeuwd. Tussen de locals die hier de thuiswedstrijd tegen Swansea City (1-2) aanschouwen is het alsof je op een volle tribune zit. Perfect zicht op het spel, koud bier en rauwe Mancs die „fuckin shite” roepen wanneer het tegenzit.

Waar hij is, ontstaat beroering. Vergelijk het fenomeen Louis van Gaal met een rondtrekkend circus: overal trekt het bekijks. Ditmaal bij de grootste club ter wereld. In opdracht van de club berekenden onderzoekers in 2012 dat 659 miljoen volwassenen ter wereld geïnteresseerd zijn in Manchester United. Schrik niet: dat is één op de tien van de zeven miljard mensen op aarde. Van wie er 75.000 in het stadion passen.

Kaartjes zijn onverkrijgbaar

Reden genoeg om zijn spoor te volgen naar de voormalige industriestad. Wat helaas makkelijker is gezegd dan gedaan. Trainingscentrum Carrington is voor buitenlandse pers gesloten en ook een persaccreditatie voor zijn debuutwedstrijd zit er niet in. „De perstribune zit vol. Door de aanwezigheid van Van Gaal heeft iedereen kaarten aangevraagd”, meldt de club.

Ook een gewone kaart is onverkrijgbaar. Tenzij iemand voor 42 euro lid wordt van Manchester United, maar ook dat geeft geen garantie op een toegangsbewijs: honderdduizenden anderen hebben ook zo’n lidmaatschap.

Blijft er één optie over: de zwarte markt. Daarop zijn handelaren net zo guur als het weer, blijkt ’s ochtends rondom Old Trafford. Lange jassen met capuchons, sigaret in de mond en een duistere blik. In de wandelende massa fluisteren ze dat ze kaarten over hebben. Interesse? „150 pounds.” Een slordige 200 euro, waarvoor je in een kraam verderop vijftien shirts van ‘King Louis’ kunt kopen.

The future is bright, the future is orange”, staat er op de oranje shirts. Een boodschap die verwijst naar de nationaliteit en de missie van de nieuwe trainer. Het is aan Van Gaal om succesvolle tijden te laten herleven. Die van Bobby Charlton, George Best, Eric Cantona, David Beckham en Sir Alex Ferguson zijn geweest; het is tijd voor een volgend heldenepos in het Theatre of Dreams.

Maar het competitiedebuut van de nieuwe trainer loopt uit op een domper. En dat na een indrukwekkende voorbereiding, met oefenzeges op Real Madrid, AS Roma en Internazionale. De laatste keer dat United de openingswedstrijd op Old Trafford verloor, was in het seizoen 1972-1973, toen Ipswich Town met 2-1 te sterk was.

Voor de wedstrijd loopt de shirtverkoop goed. „Maar dat is altijd met nieuwe spelers en trainers. Van David Moyes hebben we ook veel shirts en sjaals verkocht”, zegt de verkoper.

De voorganger van Van Gaal werd ook alom gerespecteerde toen hij aantrad, maar na tegenvallende prestaties werd hij weggehoond en ontslagen. Een sympathieke vent, vond de achterban, maar niet opgewassen tegen de eigenzinnige vedettes van United.

Zij zien liever een trainer die naast suikerklontjes ook zweepslagen kan uitdelen. „Met Van Gaal durven spelers niet te spotten”, stelt supporter Colin Avery (61). Net als tegenstanders. „Door hem komen ploegen weer met angst naar Old Trafford. Zoals het hoort.”

Paus Johannes Paulus II

Intussen heeft zich een grote menigte gevormd bij de spelersingang van het stadion. Kinderen en volwassen krioelen samen achter dranghekken, verlangend naar een glimp van hun helden, die elk moment kunnen arriveren. Paus Johannes Paulus II meende dat „voetbal het belangrijkste is van alle onbelangrijke dingen”, maar voor deze mensen is het eerder andersom.

Het zijn eerst de spelers van Swansea die aankomen. Daarna volgt een zilvergrijze SUV. Blikken vol verwachting. Wie zit er achter de geblindeerde ramen? Vast een speler die niet meedoet. Misschien de geblesseerde middenvelder Michael Carrick, of nog beter: Robin van Persie, de razend populaire spits die van zijn trainer nog fitter moet worden.

Als de autodeuren zijn geopend, is de beroering snel verdwenen. Een vrouw stapt uit. Zorgvuldig gecoiffeerd, een knalgele jas en een grote zonnebril. Het is Truus van Gaal, maar dat weet niemand.

Voor de onfortuinlijke aanwezigen zonder kaartje volgt daarna het enige moment om haar wederhelft in levende lijve te spotten. Om die zelfverzekerde blik te zien. De trots. De gedrevenheid. De zin om te worden bewonderd in zijn eigen circus. Daar is-ie, de dubbeldekker van United.

Opwinding onder de fans. Maar wat gebeurt er? De chauffeur parkeert de bus dusdanig dicht tegen de ingang dat het overgrote deel van de nieuwsgierigen elk zicht wordt ontnomen. De sterren en hun coach zijn onzichtbaar, zegt een teleurgesteld jongetje tegen zijn vader. Het blijft bij een glimp van Van Gaal. Als het tenminste zijn rug was.

Het moment is daar om te verkassen naar The Toll Gate. Een volle pub waar de trainer in de daaropvolgende uren wel zichtbaar is. Hij zit in zijn dug-out en kijkt net zo zuur als de aanwezigen in het etablissement. Swansea komt tweemaal op voorsprong en wint, met 1-2.

Vanachter haar jus d’orange zegt Alison Byrom dat haar weekend is verpest. Maar, zegt de vrouw wiens twee zoons in het stadion zitten: „We hebben ons geld gelukkig niet verspild. Bij zo’n waardeloze wedstrijd had je toch niet aanwezig willen zijn?”

    • Fabian van der Poll