Belastingdienst werkte mogelijk met criminele tipgever samen

Herkomst informatie over ontduikers belastingen was ‘geen issue’.

Foto Thinkstock

Ambtenaren van de Belastingdienst die in 2009 onderhandelden met een tipgever over zwartspaarders, waren niet geïnteresseerd in zijn criminele verleden. Ze wilden ook niet weten hoe de man aan dossiers over Nederlandse zwartspaarders en buitenlandse bankrekeningen was gekomen.

Dat blijkt uit vorige maand afgenomen getuigenverhoren van vier ambtenaren die indertijd betrokken waren bij onderhandelingen over die dossiers. „Ik heb mij er niet van vergewist of de stukken afkomstig waren van een misdrijf. Dat was voor mij geen issue”, aldus een van de ambtenaren.

De Belastingdienst kreeg uiteindelijk de dossiers van driehonderd zwartspaarders, verdeeld over drie banken in Luxemburg. In onderhandelingen werd de tipgever anonimiteit beloofd en kreeg hij enkele tonnen aan tipgeld. De fiscus inde in de jaren erna honderden miljoenen euro’s aan naheffingen en boetes.

Sindsdien procederen zwartspaarders tegen de fiscus. Ze willen weten wie de tipgever is en hoe hij aan de dossiers is gekomen. De getuigenverhoren van de ambtenaren maken deel uit van die procedures.

Belastingkantoor Amersfoort

De tipgever meldde zich in eerste instantie bij het belastingkantoor in Amersfoort, zo blijkt uit die verhoren. De ambtenaar die het telefoontje in 2009 kreeg, had geen ervaring met anonieme bronnen en wist ook weinig over zwartsparen.

„Ik heb mogelijk interessante informatie voor de Belastingdienst”, hoorde ambtenaar aan de telefoon. „Ik kan daar niets mee”, was haar reactie. Maar de ambtenaar gaf hem wel het telefoonnummer van een collega die intern over ‘buitenlands vermogen’ ging.

Uiteindelijk ging het balletje toch rollen. Nog diezelfde maand kreeg de tipgever bezoek van een FIOD-ambtenaar. Dat leidde nog niet tot inzage in de boekhoudingen, want de tipgever wilde anoniem blijven. En die garantie kon alleen gegeven worden na overleg met een speciale recherche-eenheid van de FIOD, de CIE, tegenwoordig het Team Criminele Inlichtingen (TCI) van de fiscus.

In maart dat jaar, bijna twee maanden later, was er opnieuw contact met de tipgever, nu in aanwezigheid van een CIE’er. In dat gesprek liet hij voor het eerst zien wat voor informatie hij had: niet alles, de ambtenaren moesten het doen met een Excelsheet en een mondelinge toelichting. Want zolang er geen garanties waren over zijn anonimiteit en de beloning, hield hij dossiers achter.

In mei volgden meer dossiers en was de fiscus er ook van overtuigd dat die authentiek waren. De Belastingdienst kreeg uiteindelijk de dossiers van zo’n driehonderd zwartspaarders, verdeeld over vestigingen van drie banken in Luxemburg.

Tegelijkertijd kregen de ambtenaren haast. Want sommige dossiers gingen terug tot 1996, waardoor het risico op verjaring op de loer lag. Een speciale ambtenaar nam contact op met iedereen die een naheffing zou krijgen. Dreigde verjaring, dan werden naheffingen via een speciale procedure opgesteld en door een deurwaarder thuis bezorgd, zo verklaarde een ambtenaar.

De betrokken ambtenaren waren niet echt geïnteresseerd in de vraag hoe de tipgever aan zijn dossiers was gekomen. Diefstal? Inbraak? „Ik vermoed dat ik mij heb gerealiseerd dat de documenten mogelijk afkomstig waren van een misdrijf”, verklaarde een ambtenaar, ofschoon hij wist dat de tipgever strafbare feiten op zijn kerfstok had. Want dat bleek volgens hem uit de overeenkomst die hij uiteindelijk sloot: „De tipgever is gewezen op strafrechtelijke risico’s, zoals dat ook in de overeenkomst staat. [...] Strafrechtelijke risico’s zijn besproken als onderdeel van de overeenkomst. Daar was de landsadvocaat bij betrokken. Ik weet niet of er aangifte is gedaan tegen de tipgever.”

Civielrechtelijke overeenkomst

Na dat eerste bezoek heeft de CIE zich ook niet meer met de anonimiteit van de tipgever bemoeid, zo blijkt uit de verklaringen. „Ik heb nog contact met de tipgever”, verklaarde ambtenaar die met hem over de overeenkomst had onderhandeld. „Hij is niet ondergebracht bij de CIE. De anonimiteit is gebaseerd op de civielrechtelijke overeenkomst. De directeur-generaal van de Belastingdienst heeft het besluit genomen de overeenkomst met de tipgever te sluiten”, aldus de betrokken ambtenaar

Acht maanden na dat eerste telefoontje naar het belastingkantoor in Amersfoort werd die overeenkomst met de tipgever beklonken. Tot die tijd kon de fiscus niets met de overgedragen informatie. Dat mocht niet: „Met de tipgever was afgesproken dat de informatie niet operationeel zou worden gebruikt, als de overeenkomst niet tot stand zou komen. Dat was een gentleman’s agreement, aldus een ambtenaar.

De informatie kwam stukje bij beetje, omdat „de tipgever een vertrouwensrelatie met de Belastingdienst moest sluiten”. In september was dat zover. „Er waren 250 namen. Dat heeft geleid tot 76 zaken. De kick-off was op 9 oktober 2009. Toen zijn de posten uitgezet naar de regio’s en daarna naar de individuele behandelaars.”

    • Jos Verlaan