Ik ben eigen baas, woon bij mijn vader en eet droog brood

Foto iStock

Werken in je pyjama. Wasjes draaien in de lunchpauze. Vakantie opnemen wanneer je wilt. Je eigen werktijden bepalen. Het zelfstandig ondernemerschap lijkt voor veel mensen een aantrekkelijke werkvorm.

Maar eventuele risico’s die op de loer liggen worden nogal eens vergeten. Gaat je opdrachtgever failliet? Dan krijg jij je geld niet. Heb je een hersenschudding, maar vond je een arbeidsongeschiktheidsverzekering te duur? Dan werk je maar door. Vind je een tijdje geen werk? Dan is een buffer noodzakelijk.

Dat zzp’ers het moeilijk hebben laten ook de cijfers zien. In 2012 bleek 13,5 procent van de zzp’ers te moeten leven van een te laag inkomen, berekende het Sociaal Cultureel Planbureau. Twee zelfstandigen vertellen over de risico’s van het ondernemerschap.

Peter Kools (40), zelfstandig klusjesman
“Mijn opleiding tot banketbakker heb ik al snel gelaten voor wat het was. Ik dacht dat ik het leuk zou vinden, maar banket bakken bleek toch niks voor mij. Via uitzendbureaus rolde ik al snel de bouw in. Ik werd steeds vaker ingehuurd door verschillende klusbedrijven en dat sprak me erg aan. Je werkt elke keer op een andere plek en steeds is het een andere klus, zo wordt het werk nooit saai. In 2008 kon ik bij een vriend met een klusbedrijf aan de slag als zelfstandige, maar na een paar maanden bleek hij me niet te kunnen betalen. Toen stond ik er alleen voor.”

“Zo had ik me de start als zzp’er niet voorgesteld. Om meer opdrachten te krijgen ben ik meer verschillende klussen gaan aannemen. Ik ging op den duur ook kachels inbouwen en op beurzen stands opbouwen en afbreken.”

“Vooral dat laatste verdiende goed, want het is simpelweg veel uren maken. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, ik maakte weken van wel 100 uur voor gemiddeld 30 euro bruto per uur. Maar het gaat vervelen, steeds hetzelfde werk, ik ben geen machine.”

Vooral ‘s zomers is het zwaar

“Sinds 2010 merk ik de crisis in de bouw. Ik had wel werk, maar niet constant en dan bouw je geen buffer op. Bovendien is de concurrentie van bouwvakkers uit het voormalige Oostblok groot. Als ik 350 euro moet vragen voor een klus, dan doen zij het voor de helft. Steeds vaker loop ik hierdoor achter de feiten aan: ik kan rekeningen niet meer betalen en heb overal incasso’s uitstaan.”

“’s Winters heb ik genoeg klussen via de openhaardspecialist, dan verdien ik gemiddeld 3.300 euro netto per maand. Maar buiten de winter om daalt mijn netto inkomen naar 2.100 euro en als je steeds achterstallige rekeningen moet betalen en nog een betalingsregeling bij de Belastingdienst hebt, is dat niet genoeg. Maandelijks heb ik zeker voor 700 euro aan zakelijke kosten en met alle achterstanden heb ik zo’n 100 euro per week voor eten, sporten en benzinekosten. Op die posten nog een keer gaan bezuinigen is lastig. Ik doe zwaar en soms loodzwaar werk en moet daarom goed eten. Ik heb het een tijdje op droog brood gedaan, maar dat hield ik niet lang vol. Daarnaast krijg ik last van mijn rug als ik niet regelmatig sport.”

“Inmiddels is mijn relatie tijdelijk op een laag pitje gezet, alle stress om geld leverde te veel spanning tussen ons op. Omdat mijn vriendin in ons huis bleef wonen ben ik bij mijn vader ingetrokken. Ik zou wel iets voor mezelf willen, maar ik kan het simpelweg niet betalen.”

Blijven werken met een hersenschudding

“Door de geldproblemen ga je je grenzen opzoeken. Ik kreeg in april een ladder tegen mijn hoofd waardoor ik een hersenschudding opliep. Ik ben iemand die zich wel over een pijntje heen zet, maar na anderhalf week ben ik toch maar even naar de dokter gegaan. Die zei dat ik veel eerder had moeten komen en dat het herstel wel een half jaar gaat duren. Ik heb geen arbeidsongeschiktheidsverzekering, die zijn veel te duur, dus ik moest wel blijven werken.”

“Ik had niet verwacht dat het werken als zzp’er zo complex kon zijn. Toch zou ik niet ergens in loondienst willen werken, dat lijkt me maar saai. Als ik de winter haal en weer veel kachels kan bouwen, dan komt het wel goed.”

Margreet Pasman (38), zelfstandig tekstschrijver
“Mijn ontslag als productmanager bij Bolletje kwam me eigenlijk wel goed uit. Ik vond het een leuke, maar stressvolle baan. Ik zag mezelf dit niet nog tien jaar doen en had behoefte aan een carrièreswitch. Toen ben ik een opleiding tekstschrijven gaan doen.”

“Ik ontdekte wat ik eigenlijk al wist: dat schrijven mij heel goed ligt. Het zou stom zijn als ik daar niks mee zou doen. Ik had alleen geen professionele ervaring met tekstschrijven, dus een vaste baan zat er niet in.”

“Mijn zoon Niels was op dat moment anderhalf jaar oud. Omdat ik net begon, was een kinderdagverblijf te duur. Ik probeerde tussen de bedrijven door te werken, maar deze constructie werkte totaal niet. Frustrerend voor mij, maar ook voor mijn zoon. Na een half jaar kozen we voor een crèche. Daardoor hadden we 300 euro per maand minder te besteden, maar ik kon wel al mijn aandacht richten op mijn onderneming, Empee tekstbureau.”

Teren op mijn spaargeld

“Mijn vriend werkt fulltime als engineer bij een technisch bedrijf. Hij heeft een goed salaris. Toch hebben we mijn inkomen hard nodig om onze vaste lasten te kunnen betalen. Ik werk gemiddeld 3,5 dag per week en verdien tot nu toe ongeveer 750 euro netto per maand. Dit maakt net het verschil waarmee we bijvoorbeeld de kapotte wasmachine kunnen repareren of de auto nieuwe banden kunnen geven.”

“Ik teer nu tijdelijk in op mijn spaargeld, zodat we de vaste lasten kunnen betalen. En omdat de zomervakantie een rustige tijd is weet ik niet of ik de komende periode genoeg werk heb.”

“Een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) heb ik niet en pensioen bouw ik niet op. Zodra ik er financieel de ruimte voor heb, kies ik eerst voor een aov. Want stel dat ik rsi krijg, dan heb ik een probleem. Over mijn pensioen maak ik me minder zorgen, want ik kan in principe tot mijn tachtigste blijven schrijven.”

“Ondanks dat het financieel vaak puzzelen is, heb ik er geen moment spijt van dat ik voor mezelf ben begonnen. Ik leer elke dag, zowel vakinhoudelijk als over het ondernemerschap. Elk half jaar evalueer ik de stand van zaken en tot nu toe zit er een stijgende lijn in het aantal opdrachten. En mocht het nodig zijn, dan kan ik er altijd iets naast doen. Al moet ik schoonmaken of aan de lopende band staan.”