Ze aanbidden de duivel niet, wel de Pauw-Engel

Yezidi’s en hun geloof

Het zijn geen moslims en geen christenen, de yezidi’s. Maar waar geloven zij dan wel in?

Voor de stoottroepen van de Islamitische Staat (IS) zijn ze ‘duivelaanbidders’, wezens ‘zonder boek’, die je niet kunt bekeren, alleen uitroeien. Ottomaanse pasja’s in Mosul en sommige Koerdische stamhoofden dachten er in de negentiende eeuw net zo over. Honderd jaar later wenste Saddam Hussein hun streek te ‘arabiseren’ en hij dreef hen samen in speciale dorpen. Na Saddams val werden ze het doelwit van sunnitische rebellen.

Ze noemen zich yezidi’s, naar Yazid I, de tweede kalief uit het geslacht der Omajjaden (680-683). Toch zijn het geen moslims, en ook geen christenen. Ze belijden een ‘syncretistisch’ geloof, dat elementen combineert van islam (vijfmaal daags bidden), christendom (doop) en godsdiensten van het oude Perzië. Ze zijn in totaal met niet meer dan 300.000 zielen, van wie de meesten een teruggetrokken bestaan leiden tussen de bergen van Noord-Irak. Verreweg de meesten spreken Kurmanji, een noordelijke variant van het Koerdisch; een kleine minderheid spreekt Arabisch.

Eén god

Het yezidisme heeft zeer oude wortels, maar de beweging is ontstaan in de twaalfde eeuw. Grondlegger is sjeik Adi bin Musafer, een islamitisch mysticus uit de Beka’a-vallei in het huidige Libanon. Hij volgde islamstudies in Bagdad en trok toen naar de Hakkaribergen op de grens van het huidige Irak en Turkije, waar hij door de Koerden warm werd onthaald. Rondom sjeik Adi ontstond een mystieke orde, de Adawijja, die hem na zijn dood als heilige ging vereren en zijn graf in Lalish, benoorden Mosul, tot bedevaartsoord maakte.

In de veertiende eeuw werd de Adawijja mikpunt van islamitische geloofszuiveraars, die vonden dat deze mensen niet God, maar de sjeik aanbaden. In 1414 werd zijn graf vernietigd. Sjeik Adi zou waarschijnlijk bezwaren hebben gehad tegen de ontwikkeling van zijn orde tot het huidige yezidisme. Elementen daarvan leefden al lang vóór zijn komst in de Hakkaribergen: resten van een oud Iraans geloof en de verering van kalief Yazid als imam.

Er is waarschijnlijk geen religieuze minderheid in het Midden-Oosten die in de loop der eeuwen zo hevig is vervolgd als de yezidi’s. Belangrijkste reden is een hardnekkig misverstand, namelijk dat de yezidi’s ‘duivelaanbidders’ zouden zijn.

De yezidi’s aanbidden één god, die de wereld schiep en deze vervolgens toevertrouwde aan zeven Heilige Wezens of engelen, die voortkomen uit Gods licht. Zij staan onder leiding van Melek Ta’us, de Pauw-Engel. In overeenstemming met de zoroastrische traditie van het oude Perzië belichaamt de Pauw-Engel het menselijke vermogen om zowel goed als kwaad te doen.

Toen hij Melek Ta’us schiep, zei God hem niet te buigen voor andere wezens. Daarop schiep God de andere engelen en de mens Adam. Toen hij de engelen gelastte voor Adam te buigen, weigerde alleen Melek Ta’us. Hij zei: „Hoe kan ik, geschapen uit uw licht, buigen voor een wezen dat geschapen is uit stof?” Moslims zien in Melek Ta’us de duivel. Voor de yezidi’s is hij Gods vertegenwoordiger onder de mensen. Zij nemen aanstoot aan diens identificatie met Satan en zoeken de bron van alle kwaad in de ziel van de mens.

Een andere reden voor het misprijzen van moslims is dat yezidi’s niet, zoals joden en christenen, worden beschouwd als ‘mensen van het boek’. Yezidi’s hebben namelijk geen heilige schrift. Hun overtuigingen, legendes en leefregels zijn in de loop der eeuwen alleen mondeling overgeleverd in de vorm van qawl, heilige hymnen, die worden onthouden en voorgezongen door qawwal of voorzangers.

Parijs 1944

Het ressentiment onder militante sunnieten werd eens te meer gevoed na de invasie van 2003. Een Amerikaanse officier vergeleek de intocht van zijn legeronderdeel in Sinjar, een stadje met een yezidische meerderheid, met ‘Parijs 1944’. Ouders en kinderen liepen uit om de troepen toe te juichen en priesters baden voor het heil van de Amerikaanse strijdkrachten. Begrijpelijk na eeuwen vervolging, maar de sunnitische rebellen vergaten dit niet.

Buiten Irak zijn er nog kleine yezidische gemeenschappen in oostelijk Syrië, Armenië en Georgië. De Turkse yezidi’s zijn sinds de jaren tachtig bijna allemaal geëmigreerd, de meesten naar Duitsland. Het religieuze leven in de bergen draait om de emir, de pir (priesters), het reciet van de qawwal en bedevaarten naar het graf van Sjeik Adi. Buiten de eigen bergen gaat de ongeschreven traditie teloor.

    • Dirk Vlasblom