‘We zijn een groot deel van de dag bezig met het tellen van vogels’

Aielle Erens (53) en Vasco van der Boon (57) zijn in de zomer vrijwillige vogelwachters op de Wadden.

Aielle: „We hebben regenwater in een ton, daar kun je jezelf mee wassen.”

In het atelier van Aielle Erens : „Ik sleep mijn schildersspullen altijd mee, maar ik schilder maar heel soms.” Foto David Galjaard

‘Het is een perfect huisje’

Aielle: „Je hebt heel veel wadlopers die even komen kijken bij onze hut.”

Vasco: „De eerste vraag is altijd: vind je dit niet eenzaam? Dan staan er dus 150 mensen om je heen.”

Aielle: „We horen bij een groep van vrijwillige vogelwachters voor Staatsbosbeheer. Elke zomer zitten we een paar weken op verschillende plekken.”

Vasco: „Op de Boschplaat op Terschelling is het drie uur lopen van de bewoonde wereld, vijftien kilometer van de laatste plek waar mensen wonen.”

Aielle: „Op Engelsmanplaat bij Schiermonnikoog hebben we het perfecte huisje. Zo’n 25 vierkante meter, op palen. Het staat er al vanaf 1981 en is van binnen net een museum. Allemaal plankjes met pareltjes en schelpen, echte juttersvondsten.”

Vasco: „Zodra het vloed wordt staat alles om je heen onder water. Dan kun je wel rondlopen op de veranda, maar je kunt er niet af. We komen nu al tien jaar op Engelsmanplaat , ook met onze zoon. Onze dochter Alouette is nooit meegegaan, omdat er geen douche en wc is.”

Aielle: „We hebben regenwater in een ton, daar kun je jezelf mee wassen. Je wordt heel bewust van luxe. Dan regent het en denk je: hebben we weer vers water.”

‘Honderdduizenden vogels’

Vasco: „Als vrijwillige vogelwachter heb je eigenlijk twee taken: vogels tellen en het wad bewaken. Met eb, als het water weg is, dalen er honderdduizenden vogels neer om op de zeebodem wormpjes en schelpjes te eten. En zodra het vloed wordt, vliegen ze naar een droge plek op het wad om te slapen. Dan moet je zorgen dat daar geen mensen of boten komen, want ze hebben hun rust nodig.

Om de vogels te tellen ben je een groot deel van de dag kwijt aan het kijken door de telescoop. Wat zijn de aantallen, wat zijn de verschillen, zitten er nog rare soorten tussen? Dan roep ik zo nu en dan de opvallende dingen naar Aielle.”

Aielle: „Het getij is je klok op zo’n dag. Er zijn tabellen om te zien wanneer het eb en vloed wordt en je luistert naar de radio voor het weerbericht. In 24 uur wordt het twee keer eb en twee keer vloed, dat verschuift iedere dag ongeveer een uur.”

Vasco: „ Ik heb wel eens een foute inschatting gemaakt, dan loop je tot je keel toe in het water terug naar de hut en moet je hopen dat je niet in de modder wordt vastgezogen.”

‘We vinden elkaar terug’

Vasco: „Ik weet niet anders dan dat ik met vogels bezig ben. Vlak na de middelbare school heb ik dit ook fulltime gedaan, maar dan moet je om drie uur opstaan terwijl je leeftijdgenoten aan het feesten waren.

Het was een recept voor eenzaamheid, dat werkte niet voor mij. Maar we vinden het erg leuk om het samen te doen.”

Aielle: „In het normale leven hebben we een ritme dat erg uit elkaar loopt. Ik geef schilderlessen, zijn werk als journalist slokt hem soms helemaal op.”

Vasco: „Ik ben soms 12 uur per dag, zeven dagen per week aan het werk. Ik heb drie boeken geschreven over de financiële sector. Het vogelen geeft een enorme ontspanning. We vinden elkaar altijd weer heel erg terug in die weken.”

Aielle: „Ik sleep mijn schildersspullen altijd mee, maar ik schilder maar heel soms. Ik maak wel een tafeltje met materiaal. Dat staat wel romantisch, maar eigenlijk ben ik bijna de hele tijd aan het kijken. Al dat gekwetter, al die vogels. Zelf word je er heel onbelangrijk door, dat is erg mooi.”

‘Hij is een superkok’

Vasco: „Doordeweeks kookt zij, maar in onze weken als vogelwachter zorg ik voor het eten.”

Aielle: „Hij is een superkok.”

Vasco: „Je moet het doen met wat je hebt meegenomen, je kunt niet even iets lenen of kopen. Ik zie het als een soort sport, elke dag precies uit te mikken dat we lekker eten en aan het eind niet te kort komen. De laatste dagen is het spannend: is er nog wel genoeg, wie mag de laatste melk in de koffie...”

Aielle: „Het gaat altijd goed, behalve als we al onze muesli gebruiken om een aangevlogen duif aan te sterken.”

‘Mensen in speedboten’

Aielle: „Het meest stressvolle moment is als de rust moedwillig verstoord wordt.”

Vasco: „Mensen in speedboten die dreigen aan wal te gaan op het rif waar de vogels slapen. Als mensen dit doen, spelen ze vaak expres de vermoorde onschuld. Net doen alsof ze niet in de gaten hebben dat ze door de vogelwachters gezien worden. Soms gaan ze dus pontificaal met de rug naar ons toe zitten. Dan ga ik lopend erheen, vaak staat het water tot aan mijn borst. Dan is het wel leuk om ze opeens op de rug te kunnen tikken.”

Aielle: „Dat gebeurt hooguit een keer per week.”

Vasco: „Ik ben een groot deel van de dag bezig met tellen. Als de vogels stilzitten ga je een klein gedeelte heel nauwkeurig tellen en dat vermenigvuldig je. Het is mooi als je bijzondere vogels ziet. De laatste keer zag ik een broedende Middelste Zaagbek, die je nooit in de zomer ziet.”

Aielle: „Moet je goed opschrijven, anders rijdt zo heel Nederland erheen om de verkeerde vogel te zien.”

    • Charlotte van ’t Wout