We hoeven niet alles te weten

Gaza, het kalifaat, Oekraïne, het is niet bij te houden. Zoveel maakt dat ook niet uit. In tijden van crisis wint de emotie het toch, zegt Henri Beunders.

foto’s afp, ap, reuters

Een vriend twitterde wanhopig: „Ik voel me verplicht alles over Gaza te lezen. Maar wat moet ik eigenlijk allemaal weten?” De vraag wat we eigenlijk overal van moeten weten, en wanneer we moeten handelen, lijkt weer urgenter dan lang het geval was. Crises overal. Er crashen vliegtuigen. Sommige lijken te zijn neergeschoten. Er woeden burgeroorlogen in Oekraïne, Libië, Syrië, Afghanistan en in wat ooit Irak heette. IS is in Irak bezig met het uitmoorden van christenen, vrouwen worden vervolgd. Rond Gaza woedt een bloedige oorlog.

Er is, helaas, maar één antwoord op die vraag wat we allemaal moeten weten. Heel weinig. Althans, historisch gesproken doet het er heel weinig toe. Denk aan de Eerste Wereldoorlog. Wat wisten de mensen in Europa in augustus 1914 nou eigenlijk over de oorzaken van de frictie tussen de culturen in Europa? Ik heb er nog nooit iets zinnigs over gelezen. Er was patriottisme, nationalisme, hypernationalisme, kortom een heftig gevoel dat er iets moest gebeuren omdat er anders iets verloren zou gaan. En er was veel staatsdwang: als je dienst weigerde, ging je de gevangenis in, en als je in die oorlog een stap terug deed, werd je doodgeschoten. En wat wisten de meeste mensen over de aard van die komende oorlog? Nul.

Revoluties beginnen ‘vaag’

Ook in de huidige communicatiechaos is het goed twee vragen te onderscheiden. De ene is: wanneer komen mensen zelf in opstand tegen hun eigen situatie? De andere is: wanneer komen mensen in opstand tegen wat elders gebeurt en wat hen zelf fysiek niet direct raakt?

Emoties winnen het altijd van de rede als de eigen eer of het eigen lijfsbehoud in het geding is. Over de vraag wanneer mensen zelf in opstand komen, citeer ik al heel lang de conclusie die de negentiende-eeuwse cultuurhistoricus Jacob Burckhardt trok, nadat hij enkele millennia aan crises had bestudeerd: „Alleen als de tijd rijp is, en de ware brandstof voorhanden, dan vliegt het aansteken daarvan met elektrische snelheid over honderden mijlen en over volken van de meest verschillende soort, die elkaar anders nauwelijks kennen. De boodschap gaat door de lucht. En op dat ene punt waar het op aan komt, daarop verstaan ze elkaar plotseling allemaal. Al was het maar een vaag: Het Moet Anders Worden!” Hoe ontnuchterend, om de kern van alle opstanden te definiëren als een ‘vaag’ verlangen!

Informatie als nieuwe religie

Dat revoluties niet alleen vaag beginnen, maar in de uitwerking bijna alle in totale onredelijkheid eindigen, dat weten we. Op de Amerikaanse revolutie eind achttiende eeuw na, eindigen de meeste revoluties in terreur. De reden? De mensen willen – soms, plotseling – vrijheid, maar daarna haten ze de chaos die daarvan het gevolg is, en roepen ze om een dictator om weer orde te scheppen. Napoleon, Hitler, Stalin, Saddam, Khomeiny.

Wij hebben nu een paar decennia achter de rug waarin ‘Vrijheid’ de nieuwe religie was. Net als ‘Informatie’. Het was de emancipatie van de burger die dankzij een internetaansluiting met iedereen kon communiceren. Naïevelingen hieven de slogan aan: „Meer van elkaar weten is elkaar begrijpen. Informatie is altijd positief.” Dat sloot aan bij het oude Verlichtingsidee: ‘Kennis is macht’. Maar kennis, zonder scepsis of moraal, leidt tot dictatuur. „Ik weet hoe het zit, jij niet, dus jij moet doen wat ik zeg.” Na het dogmatische katholicisme was het communisme hierin een van de grootste uitvoerders.

De zogenaamde vrije kapitalistische democratie heeft gezegevierd, dacht men na 1989. Door de vrije concurrentie van ideeën zou de waarheid naar boven komen. Maar wat naar boven kwam is niet de waarheid, maar de publieke opinie.

Bij de Vietnamoorlog kwamen de Amerikaanse media er pas erg laat achter dat ‘de mensen in het land’ er allang anders over dachten. De invasie in 2003 in Irak is een ander schrijnend voorbeeld. Tv-zenders zoals CNN en NBC zonden na de inname van Bagdad de beelden van het omlaaggehaalde standbeeld van Saddam Hussein die dag om de vier (4!) minuten uit, met de woorden ‘vrijheid’ en ‘vreugde’ erbij. Later excuseerden media als The New York Times zich openlijk voor hun eenzijdige berichtgeving.

In 2003 was er nog geen Facebook, geen Twitter. Maar is er uiteindelijk verschil in de manieren waarop mensen in opstand komen tegen hun eigen situatie, of tegen ellende die elders geschiedt?

Velen dachten dat. De Arabische Lente werd een Facebookrevolutie genoemd. Maar kijk wat er is geworden van Egypte. Burckhardts conclusie geldt onveranderd: een vaag gevoel dat het anders moet worden, vrijheid enzo, creëerde de opstand. En wie grijpt de macht in de chaos? Het leger, de enige georganiseerde eenheid te midden van versplintering.

Waarom Gaza wel?

Dan de vraag waarom mensen in opstand komen tegen onrecht elders, zoals in Gaza. Waarom ontstaan er hier protestbewegingen over slechts enkele van al die crisishaarden elders in de wereld? Waarom worden alleen petities georganiseerd tegen Israël, zo lijkt het, en niet tegen Irak, tegen Libië, Soedan, of welk land ook waar de regering er een zootje van maakt?

Daarbij speelt gevoel ook een duidelijke rol. Een belangrijke reden is namelijk dat wij ons identificeren met Israël. Wij zijn het eigenlijk zelf die bombarderen, want wij waren voor Israël, want wij waren tegen Hitler.

Daarnaast is Israël een democratie, dus die regering is aanspreekbaar. Zonder adressant is elk protest zinloos, behalve in de zin van een algemene slogan ‘peace’.

Een kenner word je toch niet

Een mening is iets tussen algehele onwetendheid en kennis in. Dat is een breed gebied. Kenners kunnen wij niet worden.

We moéten dus afgaan op ons gevoel, gesteund door enige informatie, al is het helemaal niet duidelijk hoevéél informatie.

Tijdens de Vietnamdemonstraties van de jaren zeventig hadden vele demonstranten niet eens televisie, ik althans niet. Het gerucht, of de krant, is voldoende om de emotie te activeren. Anno 2014 is het anders. Destijds waren ‘wij’ en ‘de media’ verschillende dingen. Nu staren wij permanent in onze smartphone. Wij kunnen nu continu ontvangen – daarom is ‘het nieuws’ de religie van deze tijd – maar wij kunnen ook continu zenden. We zijn daarmee zelf ons eigen crisiscentrum geworden. Velen zijn doorgaans nu erg tevreden dat ze het nieuws van een minuut geleden dertig seconden eerder weten dan hun buurman, die religie. Maar in tijden van crises, zoals de huidige, wordt het tot het klassieke dilemma bij conflicten of incidenten: fight or flight?

Wat te doen om uit deze stress van emoties en informatie te geraken? Doseer. Bedenk wat je zelf belangrijk vindt. Doe binnen die structuur wat kennis op, maar hou je visie open. Anders word je orthodox. Zoals de Engels-Amerikaanse dichter en criticus W.H. Auden, ook al weer een eeuw geleden, zei: „There’s always another story. There’s more than meets the eye.”

    • Henri Beunders