Voor of tegen Israël en de Palestijnen – de oorlog woedt ook in de kolommen

Over alles in het Israëlisch-Palestijnse conflict wordt bitter getwist – elk woord, elk cijfer, elke formulering is munitie in de strijd. Ook NRC Handelsblad werd de afgelopen weken bestookt met verwijten over „evidente” eenzijdigheid, en met staaltjes close reading waaruit moest blijken dat de krant partij koos vóór, respectievelijk tégen, Israël.

Zo kreeg ik al op 9 juli, kort na het begin van de oorlog, 72 vrijwel identieke e-mails van merendeels islamitische Nederlanders over de „opmerkelijke slordigheid” van de krant (en de NOS). Die nacht waren ruim dertig Palestijnen omgekomen, onder wie acht kinderen. Er kon toch geen reden zijn om dat „structureel te verzwijgen”.

Pardon? Het bericht van die doden stond die dag prominent in de krant (Zeker 32 doden in Gaza, ook kinderen slachtoffer, 9 juli). Later volgde: Kinderen in Gaza en soldaten Israël dood (29 juli). En op 17 juli: Vier spelende kinderen gedood bij beschietingen door Israël. Curieuze vorm van „verzwijgen”.

Lezers die de Israëlische zaak bepleiten, vonden op hun beurt juist dat de Palestijnse doden, met name die kinderen, te veel accent kregen. Geen wonder, menen zij: de krant is tegen Israël. Wéér andere lezers bespeurden juist pro-Israëlische zelfcensuur omdat een, nu al iconische, foto van een gedood Palestijns jongetje op het strand de krant niet haalde. Dat had eerder te maken met de huidige – in mijn ogen soms te grote – schroom van de krant om ‘gruwelijke’ beelden te tonen.

Critici hameren dan ook nog op het ontbreken van context: waarom wordt de commissie-Peel hier niet genoemd, of die abjecte groot-moeftie? Ja, niet bij elk stuk in de krant kan de geschiedenis sinds 1973, 1967, 1948, 1917, 1881 of het jaar 70 worden verteld. En dan nog: ook die is inzet van onophoudelijke interpretatie- en woordenstrijd.

Betekent dat heen-en-weer nu dat de krant het veilige midden hield?

Dat niet, want de krant gaf wel een opvallend accent op de opiniepagina’s, met een uitgebreid stuk over islamitisch antisemitisme (Jodenhaat hoort bij de islam, 19 juli). Opmerkelijk, want de krant behandelde dit conflict altijd vooral in politieke en diplomatieke termen, niet in religieuze of ideologische. Ook dit keer was dat zo, op de nieuwspagina’s. In sommige mediakritische kringen geldt dat juist weer als een verwijt aan de ‘linkse’ krant: die ‘verzwijgt’ het islamitische antisemitisme.

Met dat opiniestuk van de jurist David Suurland, een student van Afshin Ellian in Leiden, werd dat probleem nu eerder van de daken geschreeuwd, op de voorpagina van het katern. Er volgden boze reacties, waar Opinie er enkele van afdrukte.

Nu was er op dat daverende betoog (in feite ook weer niet zo verrassend voor wie gesticht is door de columns van Suurlands leermeester) ook wel iets terug te zeggen. Critici vonden het eenzijdig en vooral ahistorisch. Sommigen zagen het als een poging van de krant het Gaza-conflict te presenteren als een oprisping van antisemitisme. Had de krant zich met dit stuk, zoals een lezer schreef, „voor het karretje van het CIDI laten spannen”?

De prozaïsche werkelijkheid is dat Suurlands stuk al op de plank lag vóór die oorlog en daar dus ook niet over ging. Het werd door de redactie geplaatst toen die een actuele aanleiding zag.

Nu is de publieke opinie in Nederland over Israël ook wel frappant omgeslagen. In De Gids (Anti-Israëlische enthousiasmes en de tragedie van het blind proces, 2012) signaleerde Abram de Swaan doorgaans geen antisemitisme, maar wel een „anti-Israëlisch enthousiasme” in de gretige, bijna opgeluchte Nederlandse kritiek op Israël. De grens met ‘echt’ antisemitisme is in het huidige Europa bovendien onscherp – en dat is geen hersenschim.

Tegen die achtergrond moet een krant ook dit mijnenveld durven betreden. Het rumoer uit de Schilderswijk, de woede op sociale media, en de ophef om de warhoofdige tweet van een ambtenaar, maken overduidelijk dat de krant een kwestie te pakken heeft. Mijn stille wens: dat stuk van De Swaan nog eens afdrukken (8.214 woorden).

Alleen, de lezers die zich stoorden aan de timing van het stuk van Suurland hebben wel een punt over de context van het debat. De jongste Gaza-oorlog kwam toen er al zorgen leefden, in Nederland en Europa, over heroplevend antisemitisme. Maar die twee onderwerpen, al raken ze elkaar, zijn niet identiek. Voor een ideologische versimpeling van het conflict tot een soort late nawee van de Koran moet de krant natuurlijk waken. „NRC, hou je ogen op de bal”, schreef een lezer. Bezie het conflict ook politiek, diplomatiek en militair.

Dat heeft de krant gaandeweg dan ook wel gedaan. De opiniepagina’s boden een palet aan meningen, over politiek (Frans Timmermans), het al dan niet buitenproportionele geweld (Hans Knoop, Ian Buruma), de harde politieke en maatschappelijke radicalisering in Israël (Assaf Gavron) en meer.

Ook daarbij bleek opnieuw hoe zwaarbevochten de woordenstrijd is. Nrc.nl schreef dat minister Timmermans in zijn stuk „het geweld” van Israël onacceptabel vond. Niet goed, liet zijn woordvoerder weten, de bewindsman noemde „de consequenties” ervan onaanvaardbaar: de verwoesting van scholen en ziekenhuizen, de burgerdoden.

En ja: ook om die burgerslachtoffers woedt nu een strijd, maar dan in cijfers. Hoe betrouwbaar zijn die? The New York Times meldde onlangs, op basis van eigen analyse en rekenwerk, dat onder de Palestijnse slachtoffers, gemeten naar rato van de totale bevolking van Gaza, veel meer jonge mannen waren dan vrouwen en kinderen.

Deze krant hield zich aan de officiële cijfers van de VN. Toch zou ik er graag meer over lezen; het is relevant om te kunnen wegen hoe buitenproportioneel het geweld nu werkelijk was.

Ook de doden zijn propagandamateriaal.

Reacties:ombudsman@nrc.nl