Schippers glorieert in Zürich

Dafne Schippers won twee keer goud op de sprint. Ze houdt van de meerkamp. Maar als sprintster telt ze echt mee.

Dafne Schippers (midden) juicht bij haar overwinning op de 200 meter. Links van haar de BritseJodie Williams, die tweede werd. Foto AFP

Dafne Schippers is in het knusse stadion Letzigrund in Zürich Europees kampioen geworden op zowel de 100 als 200 meter sprint. Daarmee is zij, een jaar na haar bronzen medaille op de zevenkamp bij de WK in Moskou, opeens een serieuze sprintster geworden.

Tijdens haar in majestueuze stijl gewonnen dubbele sprint, duldde ze vrijdagavond alleen in de bocht nog loopsters naast zich. Op het laatste rechte stuk accelereerde ze, om in eenzaamheid de finish te passeren, als een koningin. En dan die tijd: 22,03 seconden. Een verpulvering van haar Nederlands record van 22,34.

Alleen uitzonderlijke sprintsters is het gegeven twee afstanden te winnen. Schippers is de tiende atlete die dat heeft gepresteerd en er is een reële kans dat er zondagmiddag nog de titel op de 4x100 meter bijkomt. Daarmee zou Schippers een waardige opvolger zijn van Fanny Blankers-Koen.

Schippers heeft haar naam stevig gevestigd. De internationale pers wilde vooral weten hoe een meerkampster zo goed kan sprinten. En of ze na de EK terugkeert naar de zevenkamp. Ja, zei ze. Haar bevestiging oogstte ongeloof. Zó goed kunnen sprinten en daar niet van profiteren, hoe is het mogelijk? Weet Schippers wel dat ze heel veel kan gaan verdienen?

Natuurlijk beseft ze dat. Maar Dafne Schippers is een liefhebster, een atlete die ook wil springen en werpen. En ze vindt de meerkamp gezelliger. Die ijzige stilte en strakke gezichten van sprintsters vlak voor de start zijn niks voor haar.

Maar ja, als sprintster telt ze pas echt mee. Dat wordt een moeilijke afweging na de EK. Want de eerzuchtige Schippers is vast niet ongevoelig voor roem en een fikse bankrekening. Maar ze wil zo graag olympisch goud winnen en de kans daarop lijkt haar reëler op de meerkamp dan op de sprint. Al is dat na haar explosie op de 200 meter nog maar de vraag. Met haar tijd van 22,03 liep ze niet alleen een Nederlands record, maar ook ’s werelds snelste seizoenstijd.

Hoe lukt het Schippers zo goed te zijn op zo veel onderdelen? Een verklaring is moeilijk te geven, maar het begint eenvoudigweg bij haar talent. Haar rijzige gestalte en natuurlijke stijfheid geven haar extra voordeel op de sprint. Ze stuitert als het ware over de baan en genereert met die stijl extra voorwaartse kracht.

Haar recordjacht op de sprint is volgens trainer Bart Bennema vooral een gevolg van meer krachttraining, opgevoerde belastbaarheid en opgedane ervaring. Schippers is met 22 jaar op een leeftijd dat haar lichaam veel aankan. Bijzonder is dat ze relatief weinig aan sprinttrainingen doet, hooguit twee keer per week. Bennema huldigt de opvatting dat een veelzijdige trainingsaanpak de snelheid stimuleert.

Wat de vraag oproept hoe snel Schippers op de 100 meter kan worden als ze zich op de sprint toelegt. Kan haar dat op olympisch niveau brengen? Een sprintster die nu al de 200 meter domineert moet op de 100 meter zelfs het Amerikaanse en vooral Jamaicaanse geweld kunnen weerstaan. Maar dan moet Schippers wel voor de sprint kiezen.

    • Henk Stouwdam