Nieuw talent is er heus en het daagt uit

Acts als Vance Joy en Mapei tekenen de veranderende muziekcultuur: anderhalve hit op internet trekt al volle zalen.

Boven: de straatwijze Mapei met haar slimme raps. Onder: ware soul bijJanelle Monáe: ‘I Feel Good’ Foto’s Andreas Terlaak

Zon en wolken, muziek om introvert bij te knikken en muziek om bij te springen. Lowlands 2014 trekt 55.000 bezoekers van zestien tot in de zestig, die snel kunnen schakelen tussen sfeer en genre: van de briesende rock bij Bring Me The Horizon, tot de funky onderwaterwereld van Glass Animals. De bezoeker levert ook een inspanning. Wie ’s middags een stappenteller inschakelde, had ’s avonds, na meerdere omzwervingen langs de podia, een kleine tien kilometer afgelegd.

De afgelopen maanden was er kritiek op de programmering van Lowlands. Die zou voorspelbaar zijn en doubleren met andere festivals (hoofdact Queens Of The Stone Age stond in 2013 op Pinkpop) en van zichzelf: grote namen als Imagine Dragons en Disclosure speelden vorig jaar ook.

Nu het festival is begonnen, blijkt de situatie genuanceerder. Inderdaad is er overlap, en kun je zeggen dat de grote festivals (Pinkpop, Lowlands) naar elkaar toe groeien. Maar de verdienste van Lowlands is dat in de hoeken en kieren van het festival wel degelijk onbekend talent te vinden is.

In de kleinere tenten was vrijdag veel belangstelling voor bijvoorbeeld Glass Animals, de slimme raps van zangeres Mapei en voor singer/songwriter Vance Joy – waarbij de laatste twee typerend zijn voor de hedendaagse muziekcultuur: anderhalve internethit is genoeg om volle zalen te trekken. Bij de op het podium nogal bleke Vance Joy is die hit Riptide. Van de straatwijze Mapei, uit Zweden, is het smachtende r&b-nummer Don’t Wait bekend. Live laveerde ze soepel langs rock, rap en dance, op een prettig uitdagende toon.

De vervoering werd groot bij de zweterige Afrofunk-jams van supergroep Atomic Bomb, met daarin leden van Hot Chip, LCD Soundsystem en Zap Mama. Een stuk of twintig – deels Afrikaanse – muzikanten creëerden een prikkelende combinatie van chaos en discipline, met gesmeerde drums en uitgelaten kreten, en een vleugje politiek (‘Peace for Gaza’). Dit alles tegen een decor van prachtige achtergrondprojecties en begeleid door opzwepende danspassen.

De nogal stramme Britse zanger Sam Smith deed een van de grote tenten uitpuilen. Smith geldt als ‘soul-zanger’, maar is voor een soulzanger te weinig royaal: zijn soul komt eruit alsof er een tube wordt leeg geknepen. Al was de door hem gekozen cover verrassend: het hoekige Do I Wanna Know van Arctic Monkeys.

Het duo Disclosure laat zien hoe snel het kan gaan: vorig jaar was hun faam nog pril, deze editie was het Britse duo hoofdact van de vrijdag. Tot ver buiten de grote tent werd gedanst op hun warmbloedige dance. De twee broers blinken uit in ratelende beats met hints van soul en disco, en verrijkt met slimme samples en zang. Ze bleken inmiddels zelfverzekerd genoeg om uitgebreid te improviseren en live te ‘remixen’. Maar de zangers waren afwezig, de stemmen kwamen hier uit kastjes.

Zo werd de ware soul op Lowlands gisteren het best vertegenwoordigd door de Amerikaanse Janelle Monáe, in de snelle Motown-versie, met watervlugge raps en een natuurgetrouwe versie van James Browns I Feel Good. Monáe had een uitgebreide show, met flitsende choreografietjes en alle muzikanten gekleed in witzwarte ‘op-art’. Ze zong fantastisch, danste spectaculair en aan alle details was gedacht: tot aan de witzwart geblokte sokken van de gitaristen aan toe.

    • Hester Carvalho