opinie

    • Marcel van Roosmalen

Het Paradijs op aarde

Hoe zou het zijn in de Syrische kustplaats Latakia? Die vraag hield me opeens bezig nadat ik bij het uitruimen van een van mijn verhuisdozen stuitte op een nummer van het tijdschrift Rails uit 2006. In acht jaar kon er veel veranderen.

Het was toen schijnbaar normaal dat een tijdschrift een special maakte met als thema ‘Het paradijs op aarde’ en verslaggevers de hele wereld over stuurde. Ik herinnerde me opeens de jubelstemming die me overviel toen ik gebeld werd en kort daarna de teleurstelling toen ik mijn reisbestemming vernam, want Syrië kwam ook toen al niet voor in de top twintig van paradijzen die ik in mijn hoofd had.

Ik moest op pad met een christelijke fotograaf die zich op Schiphol introduceerde met de zin: „Ben jij een beetje bijbelvast?”

Als iemand je die vraag stelt, dan weet je dat je de rest van reis bent uitgeluld en dat het een hele lange week gaat worden.

Dat werd het ook, want hij bleef maar praten over Adam en Eva en de Hof van Eden, die volgens de hoofdredactie van Rails dus ergens in de omgeving van Latakia lag.

Na een vliegreis en twee dagen rijden door een maanlandschap bereikten we Latakia, waar we incheckten bij het duurste hotel: het Cote D’Azur de Cham Resort. We verkenden de stad. Het uitzicht op de boulevard werd er ontnomen door een pas gebouwde containerhaven, in een parkje verkochten ze gepofte kastanjes en er was een kinderboerderij met als enige bewoners twee kippen. ’s Avond aten we schapenhersenen met winterpeen en gemalen groenten.

Het Cham Resort had meer dan duizend kamers en ze waren allemaal leeg. Ik dwaalde er dagen door eindeloze gangen, rookte een sigaret op het verlaten terras en at een broodje kip in een zaal met spiegels.

Ik interviewde er alle aanwezige personeelsleden. Ze waren nerveus vanwege mijn kladblok en deden hun best zo positief mogelijk te zijn. Nee, er waren in die tijd van het jaar niet zoveel gasten, maar ze waren blij dat president Assad de wijze beslissing had genomen dat het hotel ook in de koude wintermaanden geopend moest zijn. Het leven in Syrie was geweldig, evenals de natuur en over de regering hadden ze niet te klagen. Mijn vraag of dit dan het paradijs op aarde was werd door vijf personeelsleden ja-knikkend beantwoord.

Het beste citaat kwam van receptionist van het hotel.

„Ons volk houdt van de kip, wij danken president Bashar Al-Assad voor de kip.”

Je ging je afvragen hoe het nu met hem ging.

    • Marcel van Roosmalen