Kun je zingen

Naties hebben hun volkslied, verenigingen het clublied dat de leden op plechtige of vrolijke momenten beginnen te zingen. Die liederen worden algemeen erkend als geestelijk eigendom van de betrokken organisatie. Als iemand begint te zingen „Hand in hand, kameraden”, zal je hem niet voor een supporter van PEC Zwolle verslijten. Maar er is één massa – een club of organisatie kun je het niet noemen – die over een rijke liederenschat beschikt zonder dat officieel een hecht verband wordt erkend. Dat is de generatie.

Als je in een café een man hoort zingen „I’ve been around the world in a plane” en zijn tafelgenoot vervolgt: „Settled revolutions in Spain” en ze gaan samen verder: „The North Pole I have charted, but I can’t get started with you”, dan weet je bijna zeker dat de heren tussen de zeventig en de tachtig zijn. I can’t get started is voor de oorlog geschreven door Ira Gershwin en Vernon Duke en het was de herkenningsmelodie van een programma van de commerciële radiozender Luxemburg die in de jaren vijftig furore maakte en in 1992 is opgeheven.

Het schoot me allemaal weer eens te binnen toen ik in deze krant van 12 augustus het meeslepende verhaal van Henk van Gelder las. De eerste vrije tv-zender REM werd snel van zee gehaald. Dat was op 12 augustus 1964. Het Nederlandse volk was ten prooi geraakt aan een culturele revolutie. Die was al veel eerder begonnen, kort na de Bevrijding, toen de jeugd kennismaakte met de populaire Amerikaanse muziek. De Amerikaanse strijdkrachten hadden in hun bezettingszone in Duitsland drie eigen zenders, The American Forces Network, in Frankfurt, Stuttgart en München. Herkenningsmelodie Moonlight Serenade, gespeeld door Glenn Miller, en daarna zei een zware Amerikaanse stem: „Remember! VD walks the street. Penicillin fails once in seven times.” En dan kwam het Amerikaanse repertoire.

In de oorlog hadden we misschien naar de BBC geluisterd, om half elf Workers’ Playtime met het orkest van Geraldo („Hello again, here are we on the radio again!”). Hier hadden we het dansorkest The Ramblers onder leiding van Theo Uden Masman met zang van Marcel Thielemans. Succesnummers als Wie is Loesje, Loesje is dat snoesje, Loesje is het meisje van de drummer van de band, en Meneer de baron is niet thuis, hij is al wekenlang van huis. Aan het slot werd Farewell Blues gespeeld. Dat vond ik wel mooi.

De Nederlandse culturele revolutie in de ether is begonnen in 1960 met de radiouitzendingen van Veronica („Véééróóónica!”) gevestigd op een schip buiten onze territoriale wateren. Daarna kwam onder auspiciën van de scheepsbouwer Cornelis Verolme en nog een paar tycoons het REM-eiland, een kunstmatig eiland, ook in de vrije zee. De culturele burgeroorlog was losgebarsten. Voor het eerst werd het Nederlandse volk, voorzover het er zin in had, continu blootgesteld aan luchtig divertissement. De profeet van dit nieuwe vermaak bleek al gauw Mr. Ed, het sprekende paard te zijn.

Het REM-eiland werd door onze mariniers geënterd en opgeheven. Maar intussen was er een nieuwe continuïteit in onze ether gevestigd, wat bewezen werd met de oprichting van de TROS. Voor de toenmalige culturele elite was het een bewijs dat het met de Nederlandse beschaving nu definitief bergafwaarts ging. Er kwam een nieuw werkwoord: vertrossen. Volgens Van Dale: amusement zonder diepgang. Maar wel naar het conservatieve neigend. Intussen is de TROS met de AVRO gefuseerd. Twee geestverwante verenigingen, maar het is geen succes geworden. In vier jaar is deze gecombineerde omroep van 860.000 tot 686.000 leden gekrompen. Of dat aan de programma’s ligt weet ik niet. Er wordt wel een algemene trend mee bevestigd. Vrijwel alle traditionele media worden kleiner.

Dat komt door internet, zeggen de deskundigen. Zonder internet zou ik geen droge boterham meer verdienen, maar ik blijf ook naar de radio luisteren en sinds een jaar of tien merk ik dat daar de volgende culturele revolutie om zich heen grijpt. Op mijn digitale toestelletje kan ik drie zenders met klassieke muziek ontvangen. De AVRO zendt continu uit, zonder de tussenkomst van een presentator (die vroeger omroeper genoemd werd); Classic FM specialiseert zich in een eigen soort toptien met Eine kleine Nachtmusik als een van de voltreffers; en Radio 4, verdeeld tussen de omroepen, wordt verder veroverd door de leuke praatjesmakers. Daar heb ik al eens over geschreven, ik ga niemand beledigen, maar wat is dat een ellende, die mensen die allemaal leuk en vrolijk uit de hoek willen komen. Dat is de culturele revolutie die we nu meemaken.