Kaars, knuffel, maar dan aan de slag

Maandag beginnen de scholen in Noord-Nederland weer, ook als ze bij de vliegramp leerlingen verloren. „Rouw en school moeten niet door elkaar lopen.”

Foto Comenius College

Leerlingen zullen twee boompjes planten. Aan de zijkant van de school. Herdenkingsbomen, om Chris en Zeger, de twee scholieren die zijn omgekomen bij de vliegramp in Oekraïne „nooit meer te vergeten”, vertelt rector Johan Veenstra van het Comenius College in Hilversum. Zeger uit 5 vwo, die met zijn ouders in het vliegtuig zat. En Chris, uit de vierde klas van het gymnasium, die met zijn ouders en broertje omkwam.

Van de 289 slachtoffers van de ramp met vlucht MH17, waren er 58 jonger dan achttien jaar. 196 slachtoffers hadden de Nederlandse nationaliteit. Tientallen scholen verloren leerlingen en docenten.

Maandag gaan de eerste scholen in Noord-Nederland weer open. Een confronterende dag. „Iedereen realiseert zich dan dat Chris en Zeger nooit meer terugkomen”, vertelt rector Veenstra.

Hoe pak je dat als school aan? Een eenduidig antwoord is er niet, zegt Fiegret Hexspoor. Zij is verpleegkundige bij GGD Gooi & Vechtstreek en begeleidt zes scholen in de regio die leerlingen of leerkrachten hebben verloren bij de ramp. „Iedereen gaat anders met rouw om. Ik probeer met de school te kijken wat bij hen past.” Een rooms-katholieke school kiest ervoor om de week te beginnen met een dienst in de kerk, vertelt Hexspoor. Een openbare school hijst maandag samen met de leerlingen de vlag halfstok. En er wordt een gedicht voorgelezen. „Ik vraag altijd: wat past bij jullie identiteit, wat voelt goed?”

Veel scholen openden kort na de ramp de deuren om samen het nieuws te verwerken. De GGD’s in Nederland benaderen alle scholen die getroffen zijn. Hexspoor ging langs bij de scholen in haar regio. Sommige willen veel begeleiding, andere minder, zegt Hexspoor. Samen met andere organisaties, zoals Slachtofferhulp Nederland en de GGZ, wordt gekeken welke hulp er geboden kan worden.

Op het Comenius College wordt de eerste week straks afgesloten met het planten van de twee bomen. „Dat hebben we helaas vaker gedaan”, vertelt rector Veenstra. „We hebben eerder meegemaakt dat een leerling of docent is overleden.” Een herdenkingsboom planten is nu een vast ritueel. „Een positief signaal; zo worden ze niet vergeten en groeien ze met ons mee. Die symboliek spreekt de leerlingen aan.”

Groep 8

Voor de deur van de Derde Daltonschool in Amsterdam is een herdenkingsmonument opgericht, met knuffels en kaarsen voor de overleden leerling, die naar groep 8 zou gaan. Maandag wordt alles naar binnen gehaald, vertelt directeur Mario Wormhoudt. „Dan komt er een plekje in de school waar hij herdacht kan worden.” Het is lastig bepalen hoe lang dat plekje er blijft, zegt hij. „Dat moeten we peilen en aanvoelen. Wanneer is rouwen afgelopen?”

Het is een van de vele vragen waar scholen mee worstelen. Wanneer is rouwen genoeg, maar ook: moet je er veel over praten of juist niet, en wat doe je met gruwelijke details? Heel belangrijke vragen, zegt Harry Crielaars, voorzitter van de raad van bestuur van Slachtofferhulp Nederland. „Wij adviseren leerkrachten om goed naar het gedrag van kinderen te kijken. Is een kind prikkelbaar? Slaap hij slecht? Dat kunnen signalen zijn dat een kind last heeft van de gebeurtenissen. Dat moet je niet negeren. Je moet de verschrikkelijke gebeurtenis juist bespreekbaar maken.”

Maar leerkrachten moeten ook niets forceren. „Een kind dat niet wil praten, moet je niet dwingen. Dat kan de situatie soms verergeren.” Het is ingewikkeld, beaamt Crielaars. „Het vergt veel van leerkrachten om op de juiste manier te anticiperen.”

Te veel aandacht aan de ramp besteden werkt averechts, denkt hij. Want dan blijven kinderen hangen in hun verdriet. „Structuur is heel belangrijk. Dat geeft een gevoel van veiligheid. En dat moet ook; het leven gaat ook weer verder. Hoe hard dat ook klinkt.”

Omschakelen

Het Comenius College in Hilversum heeft daar ook over nagedacht. Vrijdag organiseerde de school een herdenkingsbijeenkomst. Bewust voor het weekend en voordat het nieuwe schooljaar weer begint. „We weten dat de herdenking heel emotioneel zal zijn en daarom vinden we het belangrijk dat er een weekend tussen zit voor de lessen beginnen”, zegt rector Veenstra. „Dan kan de emotie een beetje zakken. Want hoe gek het ook klinkt; vanaf maandag moeten we ons ook weer richten op het schooljaar. De plekken die leeg blijven, vergeten we nooit, maar wij zijn er als school ook verantwoordelijk voor dat we door moeten. We willen niet dat rouw, verwerking en de gewone schooldagen teveel door elkaar lopen.”

Het is voor leerkrachten belangrijk om te weten dat kinderen heel anders met de dood omgaan dan volwassenen. „Ze overzien niet dat nooit écht nooit meer is”, zegt verpleegkundige Hexspoor. „En kinderen switchen daarbij ook snel tussen emoties”, zegt Crielaars.

Kinderen kunnen inderdaad onvoorspelbaar reageren, weet directeur Mario Wormhoudt van de Derde Daltonschool. Hij werkte lang op een school voor langdurig zieke kinderen. Daar kreeg hij ook te maken met leerlingen die overleden. „Ik vertelde met lood in mijn schoenen in de kring dat een klasgenootje nooit meer zou terugkomen. Een leerling riep: ‘Mag ik dan op zijn plaats zitten?’ Een ander vroeg: ‘Krijgen we nu een nieuw jongetje in de klas?’” Kinderen hebben een totaal ander perspectief, zegt Wormhoudt. „In al zijn triestheid heeft dat ook wel z’n charme.”

    • Enzo van Steenbergen
    • Juliette Vasterman