Intens blij

Dafne Schippers maakt veel goed voor de vrouwensport in Nederland. De sprintkampioene van Zürich scherpt de aandacht voor atletiek weer even aan. Ik verwacht een hype rond de snelste vrouw van Europa. Nog niet zoals destijds met Ellen van Langen, maar toch reeds in substantieel feestgedruis.

Dafne beroert en ontroert.

Mooie meid van 22, de ogen vol onschuld, de teksten nog naïef. Verwonderd ook dat ze zo makkelijk het koningsnummer op de Europese kampioenschappen atletiek had gewonnen.

Atletiek is in de lage sportlanden een ondergeschoven kindje. En daarmee ook in de media, in de sponsoring, in cafépraat. Vrouwenatletiek al helemaal: weeskind. De sprint, de meerkamp, hoogspringen, speerwerpen en kogelstoten, het wordt pas echt sport op Olympische Spelen. Op doordeweekse dagen is de belangstelling mager. Vreemd, want geen sport eert het menselijke lichaam meer dan atletiek.

Dafne zei dat ze niet gedacht had aan Fanny Blankers-Koen die 64 jaar geleden ook Europees kampioene op de 100 meter was geworden. „Ik ben 22 jaar en bezig met wat nu gebeurt.” Sterke, trotse uitspraak. Allicht wil ze 64 jaar na dato niet vergeleken worden met een relict. Dat het zo lang geduurd heeft, zegt alles over de schraalte van Nederlandse 100-metersprintsters. Fanny als referentie is ook referentie aan leegstand.

Het zou mooi zijn als de Europese titel van Dafne Schippers de liefde voor atletiek weer een beetje op gang trekt. Haar uitstraling nodigt alvast uit tot identificerende gevoelens. Ik kan mij voorstellen dat nu een paar duizend bakvisjes wakker worden met de smeekbede: mag ik ook Dafne zijn? Met datzelfde rijzige lichaam en poëtische hoofd.

Daarmee maakt Dafne goed wat het NOC*NSF verzuimt. Dood orgaan. Nu Erica Terpstra tv-prinses is geworden, weten weinigen nog dat het bestaat. Nul wervende kracht, geen ambassadeursgevoel. Aseksueel zelfs.

Het laatste is Dafne zeker niet en Marianne Vos ook niet. Het Nederlandse vrouwenhockey: altijd goed voor natte dromen van het gemeen, zij het de laatste tijd iets minder. Heeft het bedrijfsleven nog veel zin in atletiek? De klassieke sportmerken natuurlijk wel, maar verder houdt het niet over. Sportsponsoring valt terug naar het middenstandsniveau uit de vorige eeuw.

IJsboerke.

Roompot Orange: je denkt aan ondergoed, niet aan de Tourmalet.

Het lijkt alweer eeuwen geleden dat we nog een zucht van de minister van Sport hebben gehoord. Ook zij reserveert Olympische Spelen voor haar balkonscène. Tot deze week wist ze wellicht niet wie Dafne Schippers was. En die Marianne Vos, is dat niet de cabaretière?

Noch in beleid en structuur, noch in ambiance manifesteert Nederland zich als een sportnatie. Het blijft bij kermen rond voetbalvelden en drinken bij darts. Voorlopig sportief hoogtepunt van de eeuw: Johnny Hoogerland die in prikkeldraad hangt. Dat soort beelden beklijven.

Terwijl we een gracieuze hinde op de 100 meter hebben die lichtjes zwevend met catwalkallure voorbijflitst. Een topsportster die bovendien nog niet vergiftigd is door commerciële praatjes en voorgekauwde advocatentaal. Zoals ze vloeit over de piste, zo vloeit ze in de mond.

Na haar succes in Zürich was de vraag: kiest Dafne Schippers nu voor de lucratieve sprintnummers of blijft ze in de meerkamp? Voor het geld kan ze beter naar de sprint, maar ik heb het vage gevoel dat bij haar pure sport nog voor pecunia gaat. En ook dat ze haar hoofd niet zo gauw gek laat maken door het aantal minuten zendtijd op televisie.

In Zürich zag ik een kampioene die intens blij was dat ze kon lopen. De kracht der zotheid hoefde niet.

    • Hugo Camps