‘Het werd een opgeklopte hetze’

Terwijl de Haagse burgemeester Van Aartsen met vakantie was, ontstond in zijn stad onrust na een pro-Gazademonstratie. „Niemand zei: burgemeester, kom terug.”

Nog voor hij gaat zitten, zegt de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen: „Ik had net de politie aan de lijn.” Dan zichtbaar tevreden: „De man die afgelopen zondag de journalist van Novum Nieuws belaagde, is zojuist aangehouden.”

Het is de ochtend na het nachtelijke spoeddebat in de Haagse gemeenteraad naar aanleiding van onlusten bij recente demonstraties in de hofstad. Van Aartsen: „Zoals ik gisteravond al zei: er wórdt opgetreden in deze stad.”

In de afgelopen weken ontstond volgens hem desondanks „het beeld van een stad waar totale anarchie heerst”, mede door zijn in sommige media breed uitgemeten verblijf in Frankrijk. Schamper: „Een vakantievierende technocraat die oogluikend antisemitisme zou toestaan.” Hij schudt zijn hoofd. „Het werd een opgeklopte hetze, gericht op mijn persoon.”

Wanneer bekroop u het gevoel: er gaat iets mis?

„Dat was een paar dagen na de pro-Gaza-demonstratie van 24 juli waarbij in het Arabisch verwerpelijke teksten als ‘Dood aan de Joden’ werden gescandeerd. Vanaf dat moment had ik er een dagtaak aan.”

Hoe kwam de ophef in Frankrijk tot u?

„Ik volgde op mijn iPad de media en las tot mijn verbazing dat ik zou hebben gezegd dat er ‘geen grenzen waren overschreden’ bij die demonstratie. Dat was bizar om te ervaren. Want dat heb ik, noch mijn woordvoerder, gezegd. Er is op de avond van de demonstratie gezegd dat er geen straf-rech-te-lijke grenzen waren overschreden.”

Dat essentiële woord valt in de berichtgeving al snel weg. Een rel is geboren. Helemaal als uit op de sociale media circulerende beelden blijkt welke antisemitische uitingen zijn gedaan. Van Aartsen: „Toen is er direct actie ondernomen. Maar dat kan ik niet zelf doen want het Openbaar Ministerie vervolgt en de politie houdt aan. Dat doet een burgemeester namelijk niet zelf.”

Doceerde hij.

„Ja! Omdat we in Nederland steeds slordiger worden in het kennen van de spelregels. Dat stoort mij mateloos. We leven in een democratische rechtsstaat waarin ieders bevoegdheden zijn vastgelegd. Zo kan ik alleen demonstraties verbieden als er aantoonbaar gevaar is voor wanordelijkheden, de volksgezondheid of de verkeersveiligheid. Het recht op demonstratie, wat voor onverkwikkelijke types daar aan deelnemen en hoe onwelgevallig hun boodschap ook is, is een grondrecht. Daar moet je je wel in wíllen verdiepen, zeker als journalist. Het gaat te vaak over iets anders dan de feiten. Neem het hoofdredactioneel commentaar van de Volkskrant waarin doodleuk staat dat die onnozele burgemeester zegt dat er geen grenzen zijn overschreden. Barre onzin.”

Hij legt zijn handen gevouwen op tafel. „Ik ben van de Bolkesteindoctrine. Frits citeerde vaak een uitspraak van generaal De Gaulle: ‘Les ministres n’ont pas d’état d’âme’. Vrij vertaald: ‘Een gezagsdrager moet tegen een stootje kunnen’. Daar kan ik me wel in vinden. Maar nu werden me persoonlijke verwijten gemaakt die, diplomatiek gezegd, nogal fors waren. Zo heeft de aantijging dat ik antisemitische uitingen zou toelaten me zéér geraakt.”

Waarom heeft u niet direct gereageerd door voor een camera te gaan staan?

„Ik ben niet van die school. Ik heb mijn woordvoerder een verklaring gedicteerd dat ik geraakt was door de heftige aantijgingen. Misschien is dat ouderwets. Ik vind dat je als politicus niet moet toegeven aan dit soort hetzerij door op de buis te verschijnen. Zelfs als je weet dat door dat besluit de hetze verder aanzwelt.”

Het handboek ‘Burgemeester in problemen 2.0’ zegt: direct reageren.

„Ik ken die boeken. Mijn ervaring is dat je op je eigen intuïtie af moet gaan.”

Was er niemand die tegen u zei: ‘Kom nú terug’?

„Nee.”

Een bekend gevaar van uw ambt is afwezige tegenspraak.

„Daar ontbreekt het me hier niet aan. Ik heb het dilemma gedeeld met een aantal mensen en niemand zei: ‘Burgemeester, kom terug’. En ik ben niet zo’n eigenwijs type dat uitstraalt: ik doe het toch niet.”

Nou.. U staat bekend als slagroom: hoe harder ze kloppen, hoe stijver u wordt.

Glimlachend: „Ik heb opvattingen en daar wijk ik niet zomaar van af. Dat klopt.”

Is de IS-sympathie die zich openbaart in uw stad oprecht of is het puberaal gedrag?

„Moeilijke vraag. Beide is het geval. Het lastige is alleen dat je de exacte omvang van de twee groepen niet kent. IS heeft geen clubcard. Toch hebben we tamelijk goed zicht op de echt zorgelijke sympathisanten en de meelopers. Den Haag heeft een geschiedenis van radicale nesten. Daar maken we iedere dag werk van, wat sommige politici daar ook over roepen.”

Wilders is de meest opvallende van hen. U zette hem als VVD-leider in 2004 uit de partij. Heeft u het gevoel dat Wilders een oude rekening met u wil vereffenen?

„Wij hebben een geschiedenis met elkaar. Daar leef ik al tien jaar mee. Sindsdien grijpt hij iedere mogelijkheid aan om me neer te zetten als een lafaard, een slapjanus of een nog steviger aangezette equivalent daarvan. Ach, het zij zo.”

Stoort het u?

„Welnee.” Dan: „Het symbool van de PVV is een meeuw, als ik het goed heb. Om vier uur ’s nachts beginnen die beesten te krijsen. Dat heb je met Wilders ook.”

Er is nog iets dat meeuwen altijd doen... Ze schijten alles onder.

„Misschien moet ik een nettere metafoor gebruiken. Daar daar kom ik nu even niet op. Maar het is waar, dat doen meeuwen ook.” Lachend: „Op de twitterij is de grap, begrijp ik: 1,2,3 Wilders kom er maar in. Zo kijk ik er ook naar.” Van Aartsen neemt een slok thee. Lachend: „Ik word ’s nachts trouwens nooit wakker van de vele meeuwen in Den Haag.” Dan schaterlachend: „Het is eigenlijk best een goed gekozen symbool, die meeuw!”