Het is groen, stil, mooi en de worstjes zijn onovertroffen

Idyllische plekken worden omgetoverd tot tijdelijke hotels. Ze zijn soms maar negentig dagen open en alle gasten willen er helpen met koken. „De traditionele hotelwereld roept vanaf de zijlijn ‘Oeh’ en ‘Aah’.”

foto daan borrel

Als een familie uit een reclame van een Italiaans pastamerk. Zo zitten we iedere avond aan een lange tafel. Van de antipasti om half acht tot de tiramisu om half twaalf. Een gast helpt mee de tafel te dekken, een ander loopt de keuken in om wijn te halen en vinkt een flesje rood af onder zijn naam op het A4’tje op de koelkast. Een groepje gasten, net als iedereen Nederlands, wilde vandaag helpen koken. Op de barbecue grillen ze vurige paprika’s en aubergines, om ze daarna te marineren in grote vuilniszakken gevuld met olijfolie.

We zijn in Novanta, een pop-uphotel dat negentig dagen open is - zolang de zomer reikt. Een unieke kans, beloofde de reclamefolder. Bovenop een Toscaanse berg vertoeven waar geen enkele andere toerist komt. Waar de worstjes op je bord van de buurman-boer komen, de sla direct uit de tuin.

De folder had gelijk: het is groen, stil, mooi en de worstjes zijn onovertroffen. Ja, ik zakte wel door een houten plank bij het zelfgemaakte zwembad. Maar toegegeven: dat was ook een ietwat domme stap – had ik er bij een ‘echt’ hotel wel een probleem van gemaakt? – en ergens past het in het concept. Het hoeft allemaal niet zo perfect. Het is toegepast hip Berlijns op een Toscaanse heuvel. Veel improvisatie, een beetje eigen verantwoordelijkheid, sober maar tegelijkertijd luxe.

Voor drie maanden een hotel beginnen in een verlaten dorpje in de Toscaanse heuvels. Het is een droom die uitkomt voor de drie Amsterdamse ondernemers Igor Sancisi (38), projectontwikkelaar, Mart Hijmans (28), kok en bouwkundig ingenieur en de net afgestudeerde hotelier Leonard Crijns (26). Via via kwam Igor Sancisi bij het verlaten dorpje Borgo di Gello. Door de vastgoedcrisis had de eigenaar van het dorp geen geld om het verder te ontwikkelen en dus stond het, inclusief oud-gastenverblijf, leeg. Pop-up is een uitkomst volgens de drie ondernemers: een tijdelijke hotel creëert unieke ervaringen, daagt de traditionele hotelwereld uit om eens wat anders te proberen en voorkomt leegstand. Sancisi: „Het zou zonde zijn niets met deze idyllische plek te doen.”

Pop-up: het concept zelf – ontstaan vanuit de leegstand van panden – is niet nieuw. De trend van het tijdelijke, die aansluit bij de vraag naar het exclusieve en laagdrempelige, sloeg al eerder aan bij restaurants, winkels en galeries. Een pop-uphotel vraagt om een andere organisatie. De gast verwacht immers een goed matras, fris geurend linnengoed, zeepjes bij de wastafels, compleet servies, en bijvoorbeeld een verkoelend zwembad. De mannen van Novanta verbouwden binnen een maand het oude gastenverblijf in het verlaten kunstenaarsdorpje tot een hotel van vijf kamers met ruimte voor 21 personen. Daarbij gebruikten ze alles wat ze konden gebruiken. Pallets voor stoelen, kledingrekken van takken, allerlei verschillende vintage bordjes en voor het diner producten van het land.

Het sloeg meteen aan

Dit alles wordt gefinancierd door een soort van crowdfunding. Eenderde van de vooraf betaalde boekingen zorgt dat ze quitte draaien. Haalden ze dat aantal boekingen niet binnen bepaalde tijd voor de opening, dan waren ze er nooit mee doorgegaan. Sancisi: „De grootste risico’s hadden we uitgesloten. Er was gelukkig direct veel interesse.”

De drie ondernemers zien het pop-uphotel vooral als een avontuur uit een jongensboek. Maar er is meer. „Naast idealisme, is het ook een manier om de traditionele hotelwereld open te breken”, legt Crijns uit. „We merken dat ons netwerk van hoteliers extreem geïnteresseerd is in de afloop van dit nieuwe ondernemen. Als het werkt, kan het een revolutie betekenen. Dan kunnen hotels met de meest experimentele concepten op de meest bijzondere plekken op de wereld tijdelijk opengaan. Zo willen wij volgende zomer het concept van Novanta toepassen op een andere plek.”

Volgens de drie ondernemers zijn gasten al veel langer op zoek naar unieke ervaringen op vakantie. Niet voor niets werd online hotelcommunity Airbnb zo’n enorme trend. Elk jaar naar hetzelfde hotel in hetzelfde badplaatsje is passé. „Vernieuwing in de hospitality komt vaak van buitenaf”, vertelt Crijs. „En de traditionele hotelwereld roept vanaf de zijlijn ‘Oeh’ en ‘Aah’. Ze hebben te lang stil gestaan uit angst.”

Nog voordat het pop-upconcept een bekende naam had, opende de Nederlandse conceptontwikkelaar Suzanne Oxenaar, samen met Otto Nan, initiatiefnemer van het Lloyd Hotel en Culturele Ambassade, in 2010 een tijdelijk hotel in een leegstaand gebouw in Tokio. Het Llovehotel was open gedurende slechts zes weken, en ook Oxenaar zag haar hotel vooral als een avontuurlijk experiment. Kan een hotel ingericht als een museum-expositie op een bizarre plek een succes worden? Het antwoord was ja. Met een tijdelijke insteek kan zoveel meer. Subsidies werden toegewezen; de locatie goedgekeurd.

Een metamorfose voor zes weken

Oxenaar zelf zag haar pop-up eerder als een tentoonstelling dan een hotel, en liet in samenwerking met de Japanse architect Jo Nagasaka de zestien themakamers ontwerpen en inrichten door vier Nederlandse en vier Japanse kunstenaars en ontwerpers. In drie dagen toverde het Japans-Nederlandse team een leegstaand gebouw in een hippe wijk volledig om: naast de vijftien kamers, ontwierpen ze een restaurant, een lounge en een badhuis. Zelfs het servies was speciaal ontworpen door grafisch ontwerpers Thonic. En dat dus allemaal voor maar zes weken.

„Het tijdelijke aspect is je grootste nadeel én voordeel als hoteleigenaar”, legt Oxenaar uit. „Het is gekkenwerk want het hotel moet aan dezelfde eisen voldoen als een normaal hotel. Zo hadden sommige kunstenaars bijvoorbeeld in het LLovehotel bij het opbouwen de telefoons uit de muren gerukt terwijl we als hotel verplicht waren op iedere kamer een werkende telefoon te hebben. In het laatste uur voor de opening moest er nog snel een elektricien komen om ze terug te installeren.”

Anderzijds, de tijd die een pop-uphotel quitte moet draaien, is te overzien. Koude stille winters hoeven niet overbrugd te worden en de inrichting hoeft geen tien jaar mee. „Als er een gast door zijn bed zakt, is dat niet zo erg’’, vertelt Oxenaar. „De insteek voor een tijdelijk hotel is veel opener en vrijer dan die voor een traditioneel hotel. Dat is zo enerverend om mee te maken.” Spannender, maar ook veiliger. Sancisi van Novanta: „Dit is een Ik vertrek-light, want in september gaan we veilig terug naar Nederland. Dat maakt dit project overzichtelijk en het geeft energie: vóór die tijd moet het een succes zijn.”

    • Daan Borrel