Groot en klein gedram

Bernard Hulsman grasduint door de stapel goedkope en mid-price uitgaven van biografieën en geeft zijn eerste indruk.

Toen Joséphine, de weduwe van de in 1794 onthoofde Franse legerofficier Alexandre de Beauharnais, Napoleon Bonaparte leerde kennen, zag ze niet zo veel in hem. Ze kon „wel iets beter krijgen” dan een kleine, slonzige Corsicaan, schrijft de Britse historica Kate Williams in Joséphine. Verlangen, ambitie, Napoleon [1], de biografie van de vrouw die in 1763 op Martinique was geboren als Marie-Josèph-Rose de Tascher de la Pagerie. Maar toen Napoleons ster in het revolutionaire Frankrijk dankzij het neerslaan van een opstand van royalisten snel steeg, zwichtte ze voor zijn verleidingen.

In haar smakelijke boek dist Williams veel details op uit het leven van Joséphine, de naam die ze van Napoleon kreeg. Ze was bijvoorbeeld heel goed in „slaapkameracrobatiek”, weet Williams: „Napoleon prees haar ‘zig zags’. Joséphine wist hoe ze genot moest veinzen. Zoals hij haar later schreef, zou hij ‘zijn bezoeken aan het donkere woudje’, nooit vergeten.”

Joséphine begint met een beschrijving van de avond voor de kroning van Napoleon en Joséphine tot keizer en keizerin van Frankrijk op 2 december 1804. Omdat ze geen kind van Napoleon heeft en al 41 is, denkt ze dat Napoleon van haar wil scheiden. Ze vertelt de paus, die de kroningsceremonie zal leiden, dat Napoleon en zij niet voor de kerk getrouwd zijn. De paus vindt een kerkelijk huwelijk noodzakelijk voor de kroning. Voor een noodaltaar worden de twee nog diezelfde nacht in de echt verbonden. Scheiden is nu moeilijk voor Napoleon, maar niet onmogelijk, blijkt later.

PvdA-politicus Joop den Uyl, premier van het roemruchte naar hem vernoemde kabinet, definieerde politiek eens als het nemen van „kleine stapjes”. Maar in de jaren 1963-1965 was dat wel even anders, zo blijkt uit Joop den Uyl 1919-1987. Dromer en doordouwer, [2], de prachtige biografie die Volkskrant-journaliste Anet Bleich in 2008 publiceerde. Als de machtigste wethouder van Amsterdam wilde Den Uyl juist grote stappen nemen. Niet alleen speelde hij een belangrijke rol in de bouw van de Bijlmermeer, de grootste stedenbouwkundige mislukking uit de Nederlandse geschiedenis, maar ook wilde hij grote delen van de historische binnenstad slopen om plaats te maken voor kantoortorens. Zijn voortijdige vertrek naar Den Haag, waar hij minister in het kabinet-Cals werd, voorkwam dat de ‘dromer’ de stad kon platwalsen.

‘Doordouwer’ noemt Bleich Den Uyl ook in de ondertitel van haar biografie. Maar volgens zijn politieke tegenstanders was hij eerder een drammer. Dit is ook een van de kwalificaties die Ben Knapen, ex-hoofdredacteur van NRC Handelsblad en ex-staatssecretaris van Buitenlandse Zaken gebruikt voor Johan voor Oldenbarnevelt in De man en zijn staat [3]. „Een biografie over natievorming. Met Johan van Oldenbarnevelt als de handelende persoon”, noemt Knapen de herziene editie van zijn boek uit 2005 in het nieuwe ‘Woord vooraf’. Knapen schildert de landsadvocaat en raadspensionaris – die in 1619 werd onthoofd na een door zijn tegenstrever, prins Maurits, geleid proces – af als de architect van de Nederlandse republiek. De staatsinrichting van de nieuwe Nederlandse staat was, net als die van het huidige Europa, een rommeltje, constateert Knapen. Toch ‘werkte’ de republiek.

Den Uyl speelt ook een rol in Frans Goedhart. Journalist en politicus (1904-1990) [4], de uiterst gedetailleerde biografie van de verzetsman en oprichter van Het Parool, geschreven door Madelon de Keizer. Toen het PvdA-Kamerlid Goedhart in 1970 brak met zijn partij wegens de anti-Amerikaanse houding van de meeste PvdA’ers inzake de oorlog in Vietnam, kreeg hij van Den Uyl een kort antwoord op een lange brief. Den Uyl liet weten dat het anticommunisme van Goedhart, die in 1934 had gebroken met de Communistische Partij Holland, achterhaald was. Zijn „hardnekkig opereren met voorstellingen uit de jaren 50 blokkeerden het uitzicht op een realistische en vruchtbare politiek”, schreef de PvdA-leider.