Groeten uit het pension

Veel honden verblijven deze zomer in een pension. Hoe is dat? Ierse terriër Lucy vertelt.

Er zijn hier veel honden, valt me op, maar wel veel dezelfde. Van die grote blonde en zwarte. Vroeger had je van die witte met zwarte stippen, die zie je eigenlijk nooit meer. Er zijn hier ook hokken voor kleine honden, die lijken ook nogal op elkaar. Ik ben niet zo groot, maar ik moet toch bij de grote honden zitten.

Ben ik zielig? Sommige mensen die hier langs de hokken lopen, kijken een beetje zo. Dat zijn mensen die nog niet weten of ze hier hun hond willen stallen. Nee, ik ben niet zielig. We hoeven niet te werken, krijgen geen slaag en hebben genoeg te eten, daar hoor je wel eens andere verhalen over. En: het duurt niet eeuwig, al weet ik ook niet hoe lang. Tot nu toe is de baas altijd teruggekomen.

Ze hebben hier andere brokken dan thuis, en die krijg je op rare tijden, maar het eten is eigenlijk wel oké. Ik heb mijn eigen deken, ze hebben me mijn bijtring meegegeven. En, te gek: we hebben hier vloerverwarming! Dat ligt heerlijk, je voelt je soms net een poes.

Gewoontedier

Ik mis in dit pension wel het een en ander. Mijn top 5:

1. Het pindaspel. Het goede moment aanvoelen waarop de baas in de stemming is om mij iets toe te stoppen. Het mag niet van haar, maar hij en ik zijn er heel goed in geworden om het zo te doen dat zij het niet ziet. Pinda’s, worst, zoute amandelen.

2. In mijn eentje uitgelaten worden. En dan niet zozeer het wandelen zelf, dat is vooral omdat hij en zij moeten bewegen. Maar ik mis de vaste punten op straat: de pishoek, het raam waar die poes vaak achter zit – ik ben een gewoontedier.

3. Op het strand: de vogels opjagen die altijd op dezelfde plek zitten. Snuffelen aan aangespoelde dingetjes. Veel te hard rennen als hij een bal gooit. Ik bedoel: ik zou er ook naar toe kunnen kuieren.

4. Ik heb hem geleerd dat hij eerst „Zit!” tegen mij moet zeggen, voor ik ga eten. Verveelt nooit, dat spel. Dat doen ze hier niet.

5. Door het huis scharrelen en dan ergens neerploffen en zuchten. Omdat het kan.

Herrie

Er zijn wel een paar dingen die me ergeren in dit pension. Nog een top 5:

1. De herrie, daar word ik eerlijk gezegd een beetje getikt van. Ik blaf zelden, alle andere hier doen het voortdurend, lijkt het. Van de weeromstuit ga ik zelf soms meedoen.

2. Hij van hiernaast, links, zit hier al een week en wil NU ECHT WEG, zegt hij. Hij zit zichzelf voortdurend te likken, schudt zich elke paar seconden uit. Hij drinkt wel, maar eet niks. Soms komen de verzorgers in zijn kooi zitten en dan praten ze tegen hem en ze aaien hem. Maar als ze weg zijn, gaat hij zich weer staan uitschudden. Hij werkt op mijn zenuwen.

3. De asielhonden. Die wonen hier ook. Ze hebben geen baas meer en wachten op een nieuwe. Die zijn echt zielig. Maar ik vind ze niet aardig, er is iets met ze aan de hand maar ik weet niet wat. Ik loop op de binnenplaats, als we met zijn allen gelucht worden, met een grote boog om ze heen.

4. De crèchehonden. Hun bazen werken overdag en brengen hun hond hier om hem aan het eind van de dag weer op te halen. De crèchehonden zijn er dan weer wel en dan weer niet, maar ze hebben wel de grootste bek. Daar loop ik ook omheen.

5. Het geklets bij het luchten, vier keer per dag. Je hebt er twee die de hele tijd tegen elkaar zeggen dat dit maar een gewoon pension is. Dat je ook het hondenhotel hebt, waar je wordt geföhnd.

Ten slotte nog iets waarover ik heb nagedacht. Eigenlijk zijn de mensen die hun hond hier brengen zelf een beetje zielig. Er hangen hier bakken met plastic bloemen aan onze hekken. Is dat omdat honden van bloemen houden? In sommige pensions spelen ze zachte muziek, zeggen ze. Muziek, voor honden? Sommige mensen bellen elke dag om te vragen hoe het met ons gaat. Terwijl ze met vakantie zijn, toch? Ik heb gehoord dat we een camera in ons hok kunnen krijgen, zodat de baas via het internet kan meekijken. Dat lijkt me niks. Dan ben je er nooit eens even helemaal uit.

    • David van Dam
    • Ierse terriër Lucy