Geen bezuinigingen, maar toch moet het kabinet zuinig zijn

De ministerraad begint volgende week formeel aan de besprekingen die ertoe moeten leiden dat op dinsdag 16 september, Prinsjesdag, de Rijksbegroting voor het jaar 2015 aan het parlement wordt gepresenteerd. Als gebruikelijk wordt het overleg omgeven door onzekerheden over toekomstige economische ontwikkelingen. In de recente geschiedenis geldt de Miljoenennota die het vierde kabinet-Balkenende in 2008 uitbracht als meest extreem voorbeeld van de discrepantie tussen de cijfers uit een begroting en de ruwe werkelijkheid. Lastenverlichting voor een bedrag van 2,5 miljard euro. Meer koopkracht voor een groot deel van de bevolking. Een begrotingsóverschot van 1,2 procent. Het zag er grosso modo vrolijk uit, ook al sprak de fractieleider van de op een na grootste oppositiepartij, Mark Rutte van de VVD, toen van „gatenkaas”.

Korte tijd later bleek er wereldwijd een financiële crisis te heersen, die begon als een kredietcrisis bij banken. De gevolgen daarvan zijn tot op de dag van vandaag voelbaar.

Premier Rutte mag nu de ministerraad voorzitten in een periode die tekenen van economisch herstel laat zien. Afgaande op de cijfers die zowel het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als het Centraal Planbureau (CPB) deze week presenteerde, kan het kabinet, voor het eerst sinds jaren, afzien van extra bezuinigingen.

Maar ook nu is de onzekerheid groot. Het is ook een periode van geopolitieke instabiliteit. Het CPB wees daar zelf op. In zijn macro-economische raming is het ervan uitgegaan dat het conflict rond Oekraïne niet verder escaleert. Dat wil zeggen: dat er in of rond dat land geen (verder gaande) oorlog uitbreekt. Dat de wederzijdse sancties tussen Europese Unie en Rusland geen invloed hebben op de energieprijzen. Dat Rusland de gaskraan dus niet (een beetje) dichtdraait.

Rekenvoorbeeld: als de energieprijzen 10 procent hoger uitvallen dan nu en dat twee jaar blijven doen, dan uit zich dat in lagere economische groei en teruglopende wereldhandel. Dat heeft voor Nederland, economisch zo afhankelijk van die wereldhandel, directe gevolgen: stijgende werkloosheid, hogere inflatie, teruglopende koopkracht, een groter begrotingstekort.

Dat is niet de tegenslag waarmee het kabinet nu gaat rekenen, maar waarmee het wel rekening moet houden. Het CPB voorziet nu voor 2015 een groei van de relevante wereldhandel van 4,5 procent. Dan gaat het er ook vanuit dat de oplopende spanningen in het Midden-Oosten geen invloed zullen hebben op economische ontwikkelingen. Het vergt geen pessimisme om aan het realiteitsgehalte van deze prognose te twijfelen. Terwijl er elders in Europa, zoals in het voor Nederland zo belangrijke Duitsland, nu ook al sprake is van een haperende economie. Het betekent dat het kabinet er wijs aan doet voorzichtig te begroten. Niet bezuinigen, wel zuinigjes aan.

Jeroen Dijsselbloem, de PvdA’er, speelde vrijdag alvast de rol die de minister van Financiën toekomt: hij wees op de „smalle marges”, er is maar „beperkt ruimte” voor lastenverlichting, een wens die vrijwel alle partijen koesteren. Het was een boodschap aan zijn collega’s, zoals zijn partijgenote Liliane Ploumen die niet toevallig en niet zonder reden liet weten dat de pot geld die Ontwikkelingssamenwerking voor noodhulp beschikbaar heeft, snel opraakt. Ook met goede reden zal minister Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) erop wijzen dat de actuele internationale verhoudingen om een nieuwe visie op de omvang van het Defensiebudget vraagt.

Maar het is ook een boodschap aan de Tweede Kamerleden van D66 die in de achterkamers van het begrotingsoverleg mogen aanschuiven, net als enkele collega’s van ChristenUnie en SGP.

Want dat zal opnieuw het geval zijn. Er is een praktische noodzaak om gasten uit de oppositie aan tafel te nodigen. Zij kunnen ervoor zorgen dat het kabinet, de coalitie van VVD en PvdA, ook in de Eerste Kamer op een meerderheid mag hopen. De zogenoemde constructieve oppositiepartijen, ook wel C3 geheten, gaan zo steeds meer lijken op halve coalitiepartners. Tenslotte behoort het vaststellen van de Rijksbegroting tot de belangrijkste beslissingen die kabinet en parlement in een jaar te nemen hebben. Maar het wringt wel dat de rest van de Tweede Kamer zo buitenspel blijft staan, en slechts kan wachten tot de feiten voldongen zijn.