Gemeenten niet goed voorbereid op privacybescherming

Privacygevoelige informatie van burgers geniet in een een groot aantal gemeenten onvoldoende bescherming, bij gebrek aan voorgenomen maatregelen in verband met de drie grote zorgdecentralisaties van 1 januari 2015.

Dit blijkt uit onderzoek van deze krant onder 50 gemeenten, die representatief zijn voor Nederland. Tien gemeenten weten nog helemaal niet hoe ze willen omgaan met nieuw te verwerken gevoelige informatie, zoals het medisch dossier en het strafblad.

Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) waarschuwde al verschillende malen voor het privacygevaar van de decentralisaties. In juni schreef het nog een „nijdige” brief aan minister Plasterk (PvdA, Binnenlandse Zaken), nadat die had opgemerkt dat privacybescherming gezien kon worden als onderdeel van een „lerende praktijk.”

Onacceptabel, stelt het CBP: naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens kan niet „worden opgeschort.” Die boodschap is niet in alle gemeenten aangekomen. Breda schrijft dat nog onduidelijk is welke medewerkers inzage krijgen in medische en strafrechtelijke gegevens: „Daar zullen we in de loop van 2015 verder invulling aan geven.”

Gemeenten krijgen volgend jaar meer taken op het gebied van zorg, jeugd en werk. Daarvoor zijn drie nieuwe wetten ontworpen. Door de extra taken krijgen gemeenten meer privé informatie van burgers te verwerken. Ook werken ambtenaren en hulpverleners straks intensief samen. Gemeenten moeten zorgen dat gevoelige gegevens in vergaderingen of op interne systemen niet zonder meer gedeeld worden.

Afgezien van de tien gemeenten die nog helemaal niet weten hoe ze de privacybescherming aanpakken, heeft bijna geen enkele van de ondervraagde gemeenten een privacyconvenant opgesteld waarin voor de wijkteams regels zijn opgenomen voor de decentralisaties.

Jacob Kohnstamm, voorzitter van het CBP, toezichthouder en handhaver op het gebied van privacywetgeving: „Zonder speciaal protocol kunnen gaten vallen, schat ik in. Alle neuzen moeten in dezelfde richting, gemeenten moeten zorgen dat er geen blunders worden gemaakt. ”

    • Enzo van Steenbergen