De schaduw van Mark Rutte

Paul Huijts is vanaf maandag de machtigste ambtenaar van Den Haag: de nieuwe secretaris-generaal van Algemene Zaken. Rutte wilde iemand die hem tegensprak. De topambtenaar in zes karakteristieken.

Door Tom-Jan Meeus

Foto Hollandse Hoogte, beeldbewerking Fotodienst NRC

I De onzichtbare

In de Eerste Kamer, met uitzicht op de Hofvijver, werkten ze aan een nieuw regeerakkoord. Probleem was alleen, zegt oud-D66-leider Boris Dittrich, dat er zoveel rokers aan tafel zaten.

„Stel je even voor”, vertelt hij. „Zo’n klein zaaltje, volgepakt met mannen, allemaal gespannen. Dus wat doen die rokers?”

Ze steken er eentje op. En nog één. Het is de formatie van Balkenende II in 2003 en gaandeweg vormen de niet-rokers een groepje dat in de pauzes wegvlucht: premier Balkenende, Dittrich en een van de secretarissen van de formatie, Paul Huijts.

Dezelfde Paul Huijts die aanstaande maandag, 18 augustus, de hoogste ambtenaar van Nederland wordt: secretaris-generaal van Algemene Zaken, het ministerie van Mark Rutte.

Als secretaris van de formatie is Huijts destijds nagenoeg onzichtbaar, vertelt Dittrich. „Echt zo’n man – strak in het pak, streng brilletje – die zwijgend in een hoekje zit.” Met zijn collega zet hij ’s avonds alle politieke afspraken op papier, zodat onderhandelaars ze de volgende dag nog éénmaal kunnen verifiëren. „Hij zei nooit iets”, vertelt Dittrich. „Je vergat dat hij aan tafel zat.”

Dit is ook de bedoeling. Het ging zover, zegt de oud-D66-leider, dat Huijts zich ook op de vlakte hield als Dittrich zich in zo’n pauze bij Balkenende beklaagde over de rokers, en de premier dezelfde ergernis bleek te hebben. „Zelfs dan”, zegt Dittrich, „keek hij uitdrukkingsloos voor zich uit.”

II De crisismanager

Maar bij Paul Huijts is niet alles wat het lijkt.

In april van dit jaar blijkt dat Mark Rutte op zoek moet naar een nieuwe secretaris-generaal: Kajsa Ollongren vertrekt om voor D66 wethouder in Amsterdam te worden. In gesprekken op Algemene Zaken laat Rutte nadrukkelijk merken dat hij een open generatiegenoot zoekt die, dat vooral, in staat is hem tegen te spreken.

En Paul Huijts heeft op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), waar hij sinds 2004 werkt, laten zien dat hij exact doorheeft wat moderne bewindslieden van hun topambtenaren verwachten: ze maken zich klein zolang de buitenwereld meekijkt – en groot als er niemand meer bij is.

„Ik heb begrepen dat het vooral met Ab Klink”, zegt Roel Bekker, oud-secretaris-generaal op VWS, „hard tegen hard kon gaan.”

„We hadden keiharde dossiers die van beiden kennis en bezonnenheid vergden”, zegt Klink, de CDA’er die in 2007-2010 minister op VWS was. „Dat was zeker zo.”

De econoom Huijts, opgegroeid in Den Haag, is in 2009 directeur-generaal Volksgezondheid geworden. Achtereenvolgens breken twee levensbedreigende infectieziekten uit: de Mexicaanse griep en de Q-koorts. De belangen van de economie en de volksgezondheid staan tegenover elkaar.

Huijts leidt het crisismanagement, en heeft dagelijks, ’s ochtends negen uur, contact met Roel Coutinho van het Centrum Infectieziektebestrijding. Die leert zo hoe Huijts opereert.

Huijts betrekt alle partijen bij mogelijke oplossingen. „Professionals in de volksgezondheid moet je niet de les voorschrijven”, zegt Coutinho. Hij ziet wat Huijts ermee bereikt: potentiële weerstand tegen ongemakkelijke beslissingen heeft hij al op voorhand weggemasseerd.

„Razend knap in zo’n gespannen situatie”, zegt Coutinho. „Die man is de absolute top.”

III De rationalist

Crisismanagement staat haaks op de Haagse logica, die risico’s probeert uit te sluiten: snel beslissen op basis van schaarse kennis. In deze gevallen is vooral de aanschaf van vaccins link. Wie te veel koopt, loopt een financieel risico. Wie te weinig koopt, loopt een gezondheidsrisico. En de Gezondheidsraad, Coutinho is lid, kan bij de Mexicaanse griep niet kiezen. „Het ministerie stond er alleen voor”, zegt Coutinho.

Klink laat weten dat hij de maximale hoeveelheid vaccins wil inslaan. Kosten: maar liefst 300 miljoen euro. Huijts heeft hem langs die lijnen geadviseerd, al voegt hij er in 2009 in een mail aan Klink, later onthuld door RTL Nieuws, aan toe dat „de kans groot is dat we [...] te veel kopen. Achteraf zal dit niet uit te leggen zijn”.

Van de 34 miljoen aangeschafte vaccins worden er uiteindelijk 14 miljoen gebruikt; de rest wordt vernietigd.

Ook voor Klink illustreert de episode dat Huijts „een van de beste ambtenaren” van Den Haag is. Hij merkt het eens te meer, zegt hij, tijdens een toenmalig conflict tussen vicepremier André Rouvoet en staatssecretaris Jet Bussemaker over embryotests die voorspellen welke ziekten zich later kunnen voordoen.

Rouvoet (CU) wil er een rem op, Bussemaker (PvdA) niet – en Klink zit klem. Maar Huijts bestudeert het dossier „en wist in no time in te schatten wat voor beiden haalbaar was”, vertelt de oud-minister. Zo bereikt Klink een compromis, waarbij vooral Rouvoet met minder genoegen moet nemen. „Maar in feite was het Paul die dit voor elkaar bokste. Hij bemiddelde tussen André en Jet.”

IV De kameleon

Die dubbele houding – stil naar buiten, stellig naar binnen – komt niet uit de lucht vallen: de nieuwe hoogste ambtenaar vertegenwoordigt er een hele generatie mee.

Decennialang waren Haagse topambtenaren big characters. Mensen als Arthur Docters van Leeuwen (inlichtingendienst, Openbaar Ministerie), Joop van Londen (Volksgezondheid), Frans Rutten (Economische Zaken) of Jan Riezenkamp (Cultuur) overtroffen vaak het aanzien van hun bewindspersonen.

Ze waren beter ingewerkt, ze zaten er langer – en zo gedroegen ze zich. Fameus was het antwoord van Riezenkamp toen de nieuwe staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg bij de kennismaking vroeg: „Wanneer ga je nou eens weg?” „Na jou”, zei Riezenkamp.

De vorming van een poule van roulerende topambtenaren vanaf medio jaren negentig, de Algemene Bestuursdienst (ABD), maakte geleidelijk een einde aan dit verschijnsel. De macht van dit soort topambtenaren werd gebroken, politici moesten weer de onbetwiste baas van hun ministerie zijn. De topambtenaar was voortaan manager, geen deskundige.

En bij voorkeur ingetogen, empathisch. Een kameleon. Zo merkte deze krant dat Paul Huijts bij bijna al zijn Haagse gesprekspartners – ambtenaren, politici, lobbyisten – de indruk wekt dat hij een partijgenoot van ze is. Het klopt alleen niet: Huijts is partijloos.

„Maar het lichte cynisme over het politieke bedrijf, dat zoveel topambtenaren kenmerkt, is hem niet vreemd”, zegt Bekker. „Daarvoor doorziet hij het spel te goed.”

V De gitarist

In zijn eerste periode op Algemene Zaken (2000-2004) zien collega’s dat Paul Huijts óók een ruige rocker kan spelen. Op personeelsfeestjes in de hal van het departement speelt in die tijd een bandje van topambtenaren nummers van onder meer Lou Reed. Sweet Jane, Walk on the wild side. Huijts, met zonnebril, is een van de gitaristen.

Hij heeft veertien jaar op Economische Zaken gewerkt als hij in 2000 naar Algemene Zaken wordt gehaald. Op EZ, waar hij meteen na zijn studie terechtkomt, hopt hij van de ene naar de andere functie. Onder meer werkt hij als plaatsvervangend directeur Algemeen Technologiebeleid.

Maar Algemene Zaken is anders. Een klein en cruciaal departement: globaal is er voor elk ministerie één raadadviseur, en die wordt geacht alle gevoelige dossiers voor de premier te volgen. Het is zwaar werk – een raadadviseur dient 24 uur per dag beschikbaar te zijn. En het is precies werk – het kleinste foutje kan de reputatie van de premier schaden.

Huijts heeft als raadadviseur asielbeleid en zorg in zijn portefeuille, en op AZ krijgen ze snel door dat de leiding plannen met hem heeft. Secretaris-generaal Wim Kuijken is eerder op Binnenlandse Zaken een van de drijvende krachten achter de Algemene Bestuursdienst geweest. Hij wil nu dat ook raadadviseurs niet blijven plakken en „doorgroeien’’ op andere ministeries. De gedachte is dat je zo steeds meer topambtenaren krijgt die weten hoe het op AZ gaat – wat de Haagse invloed van dit departement ten goede komt.

Het werkt: mensen als Manon Leijten (nu secretaris-generaal Financiën), Richard van Zwol (secretaris-generaal Binnenlandse Zaken) en Wim Geerts (directeur-generaal Politieke Zaken op Buitenlandse Zaken) zijn in die tijd raadadviseur.

In diezelfde periode wordt Huijts tweemaal – bij Balkenende I (2002) en II (2003) – als een van de twee secretarissen toegevoegd aan de formatie. En iedereen op AZ weet: een betere scholing kan een topambtenaar niet krijgen. Alle gevoelige dossiers komen langs, zorgvuldigheid en snelheid strijden om voorrang, je ziet politici op kwetsbare momenten: als ze hun grootste risico’s nemen.

Mat Herben (LPF), zelf oud-ambtenaar van Defensie, ziet hoeveel werk van Huijts ten slotte in het regeerakkoord komt. „Onderhandelaars schrijven niets zelf”, legt hij uit. Alle compromissen worden door de secretarissen op papier gezet. Nooit merkt Herben dat Huijts enige sturende ambitie heeft.

„Maar als penvoerder van de formatie schrijft zo’n jongen, ik schat, 80 procent van het regeerakkoord.”

VI Het stijlicoon

Paul Huijts is niet iemand, zoals Rutte, die snel informeel wordt. Op het werk gaat zijn das nooit af, het contact met collega’s blijft zakelijk. Aan de muur op zijn werkkamer op VWS hingen de laatste jaren foto’s van zeilboten – Huijts is een zeiler. Daar kan hij met geestdrift over praten, zeggen collega’s, maar dat is het ook: zijn privéleven blijft afgeschermd.

Mensen die met hem werken houden ook niet zozeer van de persoon Paul Huijts: ze houden van zijn stijl.

Jantine Kriens, directeur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), moet de laatste jaren met Huijts een van de ingewikkeldste Haagse dossiers tot een goed einde brengen: de decentralisatie van de jeugdzorg. Die gaat vooraf aan de decentralisatie van de langdurige zorg, en iedereen weet: als dit mislukt, wordt het met de langdurige zorg ook niets.

Kriens merkt dat er gelijkenissen zijn tussen Huijts’ stijl en die van Martin van Rijn, de staatssecretaris (VWS, PvdA) die eerder topambtenaar op hetzelfde ministerie was. Dit zijn ambtenaren, zegt ze, die in staat zijn mensen met de meest uiteenlopende belangen bij de oplossing te betrekken. Ze laten iedereen meepraten en brengen zo mogelijke oplossingen in kaart.

Rond de overheveling van de jeugdzorg, legt ze uit, had je ongeruste ouders van psychiatrische jongeren. Zij vreesden dat gemeenten niet de deskundigheid hadden om hun hulpvraag te beoordelen. Uiteindelijk kwam in de wet dat de huisarts een toetsende rol krijgt: iedereen tevreden. „Paul bedenkt zoiets niet zelf: hij geeft mensen de ruimte met zo’n oplossing te komen.”

Zijn stijl, legt Jantine Kriens uit, is de stijl van het moderne bestuur. Het is een verandering die je bij veel topambtenaren ziet, zegt ze, maar die vaak nog niet tot de politiek doordringt.

Decennia was het kunstje bij onderhandelingen om je kaarten voor de borst te houden. „Je duwde je gesprekspartner een bepaalde richting op zonder je eigen doelen prijs te geven.’’

„Een man als Paul Huijts draait het om”, zegt Kriens. Hij geeft al zijn dilemma’s bloot en nodigt zo zijn gesprekspartners uit dat ook te doen. Onderhandelingen zijn dan open, iedereen weet wat de ander inlevert, zodat het wantrouwen afneemt.

„Het nadeel is dat precies duidelijk is wat je weggeeft’’, zegt Kriens. „Maar het enorme voordeel is dat die oude machtspolitieke spelletjes voorbij zijn.’’

Er komt iets bij. Jonge ambtenaren die nu de rijksdienst instromen, en over twintig jaar aanspraak maken op de stoel van mannen als Huijts, laten nu al blijken dat zij behoefte aan ‘zelfverklaring’ hebben: zij willen, in lijn met de tijdgeest, óók aan de buitenwereld laten zien wat ze doen.

En onvermijdelijk, erkent Roel Bekker, Huijts’ vroegere baas, zal dit ertoe leiden dat Paul Huijts de onzichtbaarheid van topambtenaren, waarmee hij zelf groot werd, weer een beetje ongedaan maakt. „De behoefte aan meer openheid over het werk van topambtenaren is duidelijk en logisch”, zegt Bekker, Huijts’ oude baas.

„En als secretaris-generaal van AZ is hij bij uitstek degene die daar gehoor aan kan geven.”

    • Tom-Jan Meeus