Het twitteren van valse beschuldigingen valt niet onder de vrijheid van meningsuiting

illustraties cyprian koscielniak

De medewerkster van onze coördinator terrorismebestrijding, die meende dat IS(IS) gewoon het zoveelste complot van het zionisme belichaamt, roept natuurlijk allereerst vragen op over het personeelsbeleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Als we de dame in kwestie beluisteren horen we haar vooral haar merkwaardige opvattingen over de islamitische terreur bevestigen, maar ze zegt ook iets anders. Zij beroept zich op de ‘vrijheid van meningsuiting’, die wij in Nederland kennen.

Artikel 7 van onze Grondwet verwoordt inderdaad een grondrecht waar we in Nederland nog steeds terecht trots op en blij mee zijn. Aanvankelijk vooral bedoeld om de geschreven pers te vrijwaren van ingrepen vanuit een bekritiseerde overheid is het in de loop der jaren vooral gaan functioneren als waarborg voor de vrijheid van iedereen om, via welk medium en onder welke omstandigheden dan ook, zijn of haar ‘gedachten of gevoelens’ te openbaren.

Voor dat aspect van deze zaak zou ik aandacht willen vragen. Op het gevaar af te worden beschuldigd van onvoldoende respect voor de ‘vrijheid van meningsuiting’ stel ik vast dat met een impliciet of expliciet beroep op artikel 7 zo langzamerhand de gekste stellingen en beweringen straffeloos de wereld in kunnen worden gestuurd.

Van dichtbij maakte ik mee dat een rechter de ‘vrijheid van meningsuiting’, die bovendien voor politici nog verder zou gaan dan voor ieder ander, hanteerde als argument om te weigeren het OM op te dragen onderzoek te doen naar of een gemeenteraadslid diende te worden vervolgd. Dit lid had (buiten de raadszaal) een wethouder onherstelbaar beschadigd met ongefundeerde beschuldigingen van seksuele intimidatie. Hier was natuurlijk helemaal geen sprake van ‘meningsuiting’, net zo min als bij de onzinnige theorie van de mevrouw van de terrorismebestrijding.

Er zijn meer voorbeelden. Nogmaals, het is absoluut niet mijn bedoeling te tornen aan de vrijheid van meningsuiting. Het uiten van meningen over wat dan ook moet absoluut gevrijwaard blijven van welke overheidsingreep dan ook. Maar we zouden misschien een discussie moeten beginnen over de vraag wanneer een uiting nu eigenlijk betrekking heeft op een ‘mening’. Zoals het grondwetsartikel nu functioneert zouden we beter kunnen spreken van ‘vrijheid van uiting’.

Wat u ook roept, welke onzinnige bewering u ook de wereld in stuurt, justitie bemoeit zich er niet mee. In de media plegen we prijs te stellen op een strikt onderscheid tussen commentaar, dat vrij is, en de feiten, die moeten kloppen en waar dus ook die vrijheid van meningsuiting geen betrekking op kan hebben.

, oud-journalist, oud-woordvoerder, oud-wethouder

    • Mr. A.M. Sanders