24/7 leed in je tijdlijn

Deze zomer staan er afschuwelijk veel oorlogsbeelden tussen de gezellige terrasfoto’s op Facebook. Wat doet die permanente blootstelling aan leed met ons?

illustraties Ruiter Janssen

Het is grimmig geworden op mijn Facebook en Twitter. Je zegt: het was al een tijdje niet meer zo leuk. Maar Niet Meer Leuk dekt de lading niet meer. De rouwregisters voor MH17 zijn verdrongen door foto’s van dode peuters in Gaza. Doodbloedende ebola-artsen. 50.000 mensen op een berg die sterven van de dorst. Een jongetje met het losse hoofd van een militair in z’n handen. Geruchten van kinderonthoofdingen in Irak.

Kinderonthoofdingen. Het staat er echt. Gewoon tussen de kijk-eens-op-welk-terras-ik-nu-weer-zit-plaatjes.

Op nieuwssites verwacht je nieuws. Akelig nieuws, want het goede is zelden breaking. Maar wie nu zijn laptop openklapt, kan de ellende niet meer ontwijken. Mijn tijdlijn staat vol met onthutsende berichten, het ene nog gekker dan het andere. Rijk geïllustreerd met indringende camerabeelden. „Kijk nu hoe wanhopige mensen hun baby in een reddingshelikopter gooien!” Live, 24/7! En overal, overal dode kinderen. Ik word er knettergek van.

Het is aanmatigend mijn sores als nieuwsconsument in één artikel te noemen met het leed dat in de brandhaarden wordt geleden. Maar toch is het reëel: ik word deze zomer raar van het nieuws. Gedesoriënteerd. Alsof de alledaagse werkelijkheid niet helemaal meer intact is. Op de fiets naar de kinderboerderij denk ik aan stervende yezidibaby’s.

Het New York Magazine vroeg zich af wat de permanente blootstelling aan geweld door liveblogs en nieuwsfeeds met ons doet. Een volwaardige depressie zul je er niet van krijgen, zei de Amerikaanse hoogleraar Mary McNaughton-Cassill, die de relatie tussen stress en mediaconsumptie onderzoekt. De effecten zijn subtieler. Door elke dag naar extreem leed en wreedheid te kijken, schuift je idee van de mensheid onvermijdelijk een beetje op, naar de donkere, fatalistische kant.

De gevolgen? Onzeker. Maar er zijn aanwijzingen dat angstige mensen rechtser stemmen en sneller vreemden wantrouwen. En wie in het absolute Kwaad gelooft, stemt eerder voor agressief militair ingrijpen.

We kunnen ons helemaal onttrekken aan het nieuws, uit dat ding. Maar dat voelt niet eerlijk. Alleen als je kennis hebt, kun je besluiten welke hulporganisaties en politici je steunt. Alleen dan weet je wat vluchtelingen hebben doorstaan.

Maar we moeten ons wel realiseren, zegt McNaughton-Cassill, dat nieuws ons de extremen voorschotelt. De wildste verhalen, de ergste nachtmerries. Dat wordt het beste bekeken. We doen er goed aan zicht te houden op het ‘normale’. Op de grote trends, de werkelijke proporties van de conflicten – die zijn erg genoeg.

En de computer moet op tijd uit. Het is niet nodig om onszelf obsessief, acht uur per dag, met extremen te kwellen. We gaan er scheel van naar de wereld kijken.

Ik interviewde ooit een Duitse jongen die bij elk ‘familiedrama’ en schietpartij een bordje met ‘Warum?’ tussen de bloemen plaatste. Het was zijn manier om met het verdriet van de wereld om te gaan, zei hij. En daar was heel veel van in zijn leven. In zijn armoedige, verwaarloosde kamer hing een enorme, blauw oplichtende flatscreen, waarop hij voortdurend in z’n eentje CNN en BBC en ander nieuws keek.

Een junk, verslaafd aan de dood. Terwijl buiten het bos was, en de wolken, en de buren.

    • Carola Houtekamer