Opinie

    • Raymond van den Boogaard

Zó spannend – je wilt weten hoe het afloopt

Een van de redenen dat Nederlanders het bijzonder met zichzelf getroffen hebben, is ons politiek systeem. Er zijn natuurlijk conflicten tussen bevolkingsgroepen, maar die worden in goed overleg door onze elites aan de top verzoend in een op compromissen gericht win-winsysteem, waarvan iedereen voordeel heeft. In een woelige wereld is Nederland aldus een baaierd van geleidelijkheid en redelijkheid.

Dit systeem heeft oude wortels. Vermoedelijk houdt het verband met onze reeds in de vroege Middeleeuwen begonnen strijd tegen het water: als iedereen uitsluitend zijn eigen belang zou nastreven, verzuipen we met z’n allen. Een handicap werd in de loop der geschiedenis een zegen.

Dit alles is een genoeglijke, door Nederlanders breed gedragen mythe. Er blijft weinig van over in het nieuwe boek van de historicus Piet de Rooy: Ons stipje op de waereldkaart. De politieke cultuur van modern Nederland.

Er verschijnen in Nederland, geklaag over het verval van de alfadisciplines ten spijt, veel aardige historische studies. Maar geschiedwerken die je hele kijk op Nederland kunnen veranderen, zijn zeldzaam. Dit is er eentje.

De Rooy – emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis – had in 2002 al opzien gebaard met Republiek van rivaliteiten, ook al een boek dat het Nederlands politiek systeem sinds 1813 als een in wezen conflictueus bestel beschreef. In dit nieuwe boek begint hij – terecht – al met de staatsregeling voor het Bataafsche volk van 1798, ons enig experiment met onversneden volkssouvereiniteit.

Om de lezer vervolgens te laten zien hoe – temidden van veel politiek conflict – de meest uiteenlopende politieke systemen elkaar afwisselden: de autoritaire natiestaat van koning Willem I, de parlementaire democratie van 1849 met zijn burgerlijk-liberale hegemonie, de opkomst van elkander te vuur en te zwaard bestrijdende politieke partijen en ideologieën na 1879, het verzuild-corporatieve bestel van de jaren 1930, en zo verder.

Vooral leuk is de consequent volgehouden strijdlust van de geleerde. Polemisch hoogtepunt is De Rooy’s bestrijding van de politicoloog Arend Lijphart. Diens Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek is door generaties politicologen en historici beschouwd als het ‘nec plus ultra’ in beschrijving van ons politiek bestel door de eeuwen heen. In krap anderhalve pagina maakt De Rooy korte metten: Lijphart definieert de ‘zuilen’ gebrekkig, en de befaamde verzoening onder politieke elites laat zich nauwelijks met historische feiten staven.

De Rooy laat weinig heel van een typisch Nederlandse verwatenheid: wij zijn dan wel een kleine natie, maar juist dat stelt ons in staat de politieke excessen en dwaalwegen te vermijden die de geschiedenis van machtiger landen ontsieren. Het is een diepgeworteld gevoel van morele superioriteit dat de toets van de machtspolitiek zelden kan doorstaan.

De Rooy’s boek is zó spannend, dat je aan het eind eigenlijk zou willen weten hoe het verder gaat. Links en rechts in één kabinet voeren nu in goede onderlinge sfeer hun neoliberaal programma uit, terwijl in de bevolking het vertrouwen in politici en instituties met de dag afneemt. Waar gaat dat heen? Kan de geleerde daar niet een voorspelling doen?

    • Raymond van den Boogaard