Waar blijft de regen met al die stenen?

Het regent harder en vaker. En de steden verstenen.

Er zijn slimmigheden nodig tegen wateroverlast.

Ondergelopen straten in Kockengen, na de hevige regen van 28 juli. Het waterschap zette noodpompen in. Foto ANP

Het regent niet maar het basketbalterrein ligt nog steeds vol water. Regenwater dat eerder is gevallen. Water dat niet in de riolering is gestroomd maar hier is bewaard, op een diep gelegen plein tussen twee scholen, kantoren, appartementen en een kerk in het centrum van Rotterdam. Zodat het riool niet overbelast werd, putten niet overstroomden en straten blank kwamen te staan.

Het zogenoemde waterplein werd eind vorig jaar in gebruik genomen en heeft zijn nut inmiddels bewezen. „Toen ik hier vijftien jaar geleden kwam werken, was er al discussie over de vraag of wij als hoogheemraadschap moesten investeren om toenemende buien de baas te worden, of dat die verhalen over klimaatverandering een luchtballon waren”, zegt Toon van der Klugt, locodijkgraaf van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard in Rotterdam. „Als we tien jaar geleden niet waren begonnen, dan hadden we nu grote wateroverlast gehad.”

Het Benthemplein, dat een dikke vier miljoen euro heeft gekost, trekt als grootste waterplein van Europa veel bekijks. Het plein oogt als een zitkuil voor reuzen. Het stroomt na hevige piekbuien vol met water via goten in de omgeving. Twee andere, iets hoger gelegen bassins lopen al vol bij kleinere buien. Op dit plein kan 1.700 kubieke meter water worden opgevangen. „Dat is voor dit deel van de stad genoeg om de ergste piek op te vangen, en overlast te voorkomen.”

Waterpleinen en andere slimmigheden zijn geen overbodige luxe. Het aantal buien en de intensiteit van extreme regenbuien is sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw met 40 procent gestegen, meldt het KNMI, en dat worden de komende decennia zeker enkele procenten meer. De kans op records neemt toe, vooral in de zomer. Op 28 juli nog was er sprake van „uitzonderlijk intensieve” buien.

De extra regen valt samen met een andere ontwikkeling: Nederland verhardt. Er liggen stenen op plaatsen waar ooit zand was. Er ligt asfalt. Er zijn veel meer stoeptegels. Meer daken op plaatsen waar vroeger weilanden waren. Deze verstening heeft vooral in de Randstad toegeslagen, uitgerekend het lage deel van Nederland. De steenwoestijn verhindert dat regenwater de bodem in zakt en het grondwater bereikt. Het water blijft op straat en zoekt z’n weg via het riool, dat op zulke hoeveelheden niet is berekend, en ook eigenlijk niet is bedoeld voor het afvoeren van regenwater. Het riool voert immers afvalwater af.

Dat we in de steden droge voeten moeten houden, is wettelijk vastgelegd in „gebiedsnormen” en als taak toebedeeld aan de waterschappen. Voor steden geldt als werknorm dat ze bestand moeten zijn tegen een regenbui die een keer in de honderd jaar voorkomt. „Daar waar we die norm niet halen, nemen we dit soort maatregelen”, zegt locodijkgraaf Van der Klugt, staande bij het waterplein. In twee parkeergarages in de stad kan sinds kort eveneens overtollig regenwater tijdelijk worden opgeslagen, en onlangs werd ook de Eendragtspolder in het Zuid-Hollandse Zevenhuizen getransformeerd tot waterberging voor vier miljoen kubieke meter water. Handig, wanneer bij veel regen de rivier de Rotte vol raakt en deze geen regenwater meer kan afvoeren.

Je kunt steden natuurlijk droog houden door de capaciteit van het riool te vergroten. Maar dat is veel te duur. De enige optie is het riool te ontzien. Door water op te vangen op daken, zoals op het dak van het hoogheemraadschap van Schieland gebeurt, maar ook op kantoren van de Zuidas in Amsterdam. Door parken en speelplaatsen maar ook particuliere tuinen lager aan te leggen zodat ze af en toe onder water kunnen lopen, en het water pas later in het riool terecht komt.

Nog beter is het om het water nooit in het riool te laten stromen. Door regenwater rechtstreeks af te voeren naar vaarten en sloten. En vooral door tuinen groener te maken. „Zodat het water daar komt waar het hoort, namelijk in de grond”, zegt Iverna Zaalberg, die als ontwerper en „tuincoach” de actie Stop de Verstening is begonnen. Veel tuinen zijn betegeld. Dat scheelt onderhoud, zo wordt gedacht, en je kunt er een auto op parkeren.

En: „Achter het huis moeten je loungemeubilair en je buitenkeuken natuurlijk ook op een schoon en droog plekje staan”, constateert met spijt Operatie Steenbreek, een samenwerkingsverband van wetenschappers, natuurliefhebbers en vijf gemeenten dat de tuinen weer groen wil maken. „Het zou me niet verbazen als in de loop der jaren de verstening met 10 procent is toegenomen”, zegt een van de medewerkers, Joop Spijker van kennisinstituut Alterra in Wageningen. Het woord „tegelbelasting” wil hij niet in de mond nemen, maar hij wijst er wel op dat je in andere landen betaalt voor de mate waarin je het riool belast.

Spijker hoopt dat steden hun ruimte anders gaan inrichten, bijvoorbeeld door tuinen lager aan te leggen. Dat alles „integraal” door samen te werken met bijvoorbeeld woningcorporaties, en natuurlijk in samenwerking met bewoners. „We zitten in een participatiesamenleving.” Wat ook al flink zou helpen: een regenton in elke tuin. Want stel nu eens dat 300.000 huishoudens in Rotterdam een regenton zouden hebben, die bij een regenbui elk 125 liter zou kunnen bergen. „Dan praat je over een besparing van miljoenen voor het riool”, aldus Spijker.

    • Arjen Schreuder