Twee spoken duiken op in geanimeerde smalltalk

De nieuwe bundel van deze Spaanse schrijver met dertig van zijn beste en meest intrigerende verhalen toont glashelder aan waaruit de échte grote literaire kracht van zijn oeuvre bestaat.

Illustratie Paul van der Steen

Spookverhalen kom je in de Spaanse literatuur niet zo vaak tegen. Ze horen eerder thuis in de Engelse sfeer van het fantastische genre of de gothic novel. Toch zijn ze goed vertegenwoordigd in de bundel Terwijl zij slapen waarin de Spaanse schrijver Javier Marías al zijn toe nu toe verschenen verhalen heeft verzameld. Althans: de verhalen die hij nog altijd de moeite waard vindt, aangevuld met een kleine selectie van wat er nog net mee door kan. Dertig verhalen in totaal, waarvan zeker een stuk of zes te maken hebben met geesten of bovennatuurlijke verschijningen.

Dat begint al meteen met het eerste verhaal, ‘Het ontslag van Santiesteban’ uit 1975 (Marías heeft de verhalen chronologisch geordend). In een onderwijsinstituut worden elke nacht stappen gehoord en treft de conciërge op het prikbord ’s ochtends een ontslagbrief aan. Elke dag dezelfde, ondertekend door dezelfde Leandro P de Santiesteban van wie niemand ooit heeft gehoord en wiens naam in geen enkel archief is terug te vinden.

Die onderwijsinstelling is het Instituto Británico in Madrid – en dan vallen de stukken op hun plaats. Want Engeland, waar Marías ooit twee jaar Spaanse taalvaardigheid onderwees, speelt een grote rol in diens oeuvre. Zijn roman Allerzielen uit 1989 (naar het All Souls College in Oxford, waaraan Marías verbonden was) is er gesitueerd, net als de magistrale trilogie Jouw gezicht morgen (2002-2007) die daar deels op voortborduurt.

De wonderlijke ‘roman’ De zwarte rug van de tijd, die tegelijk een essay is over de verhouding tussen werkelijkheid en fictie, heeft niet alleen een Shakespeare-citaat als titel. Hij fabuleert ook lustig door op de verwikkelingen uit Allerzielen, waarvan je niet weet of ze echt of verzonnen zijn.

In zo’n oeuvre past het Britse spookverhaal wonderwel, en Marías brengt het er in ‘Het ontslag van Santiesteban’ dan ook schitterend van af. Nadat de jonge employé Lilburn in de ban van het spook is geraakt, doet hij alle moeite om daarmee in contact te komen. Tenslotte lukt hem dat, zij het ten koste van zijn aardse bestaan. Voortaan verschijnen er iedere nacht twee spoken, onderling in geanimeerde small talk verwikkeld.

Meesterschap

Wie zijn leesplezier door deze onthulling vroegtijdig verpest acht, kan ik geruststellen. Marías’ meesterschap beperkt zich niet tot de ontknoping, maar schuilt – afgezien van zijn elegante stijl – vooral in de vorm van zijn plots. Soms kiest hij voor de verdubbeling, zoals in het eveneens spookachtige verhaal over de Engelse soldaat die bij terugkomst uit de oorlog ziet hoe zijn vrouw vermoord wordt door een man – die hij zelf is.

Soms krijgt dat verdubbelingsmotief de vorm van de verwisseling, zoals in het verhaal over de parallelle levens van twee vrouwen wier wederwaardigheden steeds met elkaar in tegenfase zijn. Scheidt de een van een jongere echtgenoot, dan gaat de ander juist een huwelijk aan met een jongeman. Wordt de ene echtgenoot ernstig ziek in Thailand, dan wordt de andere dat, later in het verhaal, in Vietnam.

Wie eenmaal oog heeft gekregen voor de formele, analytische vorm van Marías’ verhalen, ziet regelmatig dezelfde configuraties terugkomen. Het is alsof de schrijver zijn personages door een bijna mathematische kunstgreep in een bijzondere situatie plaatst, om vervolgens te bekijken wat dat psychologisch met hen doet. In een paar vertellingen speelt een lijfwacht een hoofdrol, die de opdracht krijgt zijn beschermelingen niet langer te behoeden maar juist te liquideren of over te laten aan een wisse dood. De huurmoordenaar die in andere verhalen rondspookt, blijkt het in één ervan gemunt te hebben op de verteller die kort daarvoor zelf van diens diensten heeft afgezien.

Dat levert een aantal intrigerende vertellingen op. Veel elementen deze verzamelde verhalen verwijzen naar Marías’ romans: situaties, eigennamen, soms hele passages. Maar het niveau van de romancier Marías, veelvuldig genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs, haalt hij hier zelden.

Daar lijkt Marías zelf zich ook goed van bewust. De ‘aanvaardbare verhalen’ die er nog net mee door konden, kunnen door de lezer gemakkelijk worden overgeslagen, zo schrijft hij in zijn inleiding: ‘Daar zal hij niet al te veel aan missen’. Van verhalen schrijven komt het de laatste jaren toch al steeds minder. Wellicht is deze verzameling meteen de definitieve. ‘Ik heb er nauwelijks enige twijfel over dat dit genre, mocht dat zo zijn, daardoor geen al te groot verlies lijdt.’

Wraak en haat

Dat is ongetwijfeld te bescheiden en doet onrecht aan deze bundel, die vanuit de schaduw van Marías’ roman-oeuvre de contouren daarvan soms scherp belicht. Niet alleen de techniek van zijn intriges, maar ook de morele krachtlijnen van zijn grotere werken komen erin naar voren. Wraak en haat spelen een belangrijke rol. Ze worden bijna essayistisch ontleed aan het begin van ‘Kwaadaardig’, het langste verhaal in deze bundel: over een bizar Mexicaans avontuur van Elvis Presley waar de verteller het slachtoffer van wordt.

Nog indringender is het thema van de aangekondigde dood of moord, waar de verteller wetenschap van krijgt, maar waaraan hij niets kan doen. Als in een film (één van Marías’ geliefde onderwerpen) schuift het leven aan hem voorbij. Hij ziet en weet, maar is machteloos – en Marías heeft als columnist satirisch genoeg leren zijn om dat nooit helemaal dramatisch, maar hoogstens tragikomisch te laten aflopen.

Niet alle verhalen in deze ‘definitieve’ bundeling zijn even overtuigend. Van hen die dat wel zijn, verscheen ruim vijftien jaar geleden al eens een selectie onder de titel Geen liefde meer. Die dertien zijn nu aangevuld met een goede handvol die – zoals ‘Het ontslag van Santiesteban’ – ruimschoots de moeite waard zijn. Ze maken deze bundel op de valreep tot een aanwinst voor Marías’ oeuvre.

    • Ger Groot