‘Prijsverschillen bouwvergunningen nog steeds te groot’

ANP / Vidiphoto

Een vergunning voor een kleine verbouwing in Alphen aan den Rijn kost een woningbezitter 37 euro, terwijl de gemeente Son en Breugel er 844 euro voor vraagt. De prijsverschillen van bouwvergunningen blijven “onverklaarbaar groot”, zegt de Vereniging Eigen Huis (VEH) na jaarlijks onderzoek.

Het kabinet zou gemeente moeten dwingen een uniforme rekenmethode te gebruiken om de prijs van een bouwvergunning te bepalen, aldus de VEH. De vereniging noemt nog een voorbeeld: een bouwvergunning voor de gemiddelde nieuwbouwwoning kost in Eindhoven 7588 euro, en in Hoogeveen 1789 euro.

De VEH stelt dat het voor consumenten “onmogelijk” is na te gaan of zij een redelijke prijs betalen voor een vergunning. De minister zou gemeenten daarom moeten gaan dwingen.

Plasterk: rol voor gemeenteraad

Plasterk ziet daar echter niets in, zo liet hij vrijdag na afloop van de ministerraad weten aan persdienst Novum. Volgens de minister zijn de gemeenten ‘vrij’ om de prijs van de vergunningen te bepalen. “

“De gemeenteraad moet daarop toezien. Die kan altijd vragen waarom de leges op een bepaald bedrag zijn vastgesteld.”

De politicus pleit verder voor transparantie. “Gemeenten moeten inzichtelijk maken hoe ze tot een bepaalde prijs zijn gekomen.” Ook daar is volgens de minister een rol voor de gemeenteraad weggelegd. “Zij kunnen vragen stellen als er onduidelijkheid is over de kosten die de gemeente maakt.”

‘In de gemeenteraden zitten mensen die van wanten weten’

Plasterk vindt het vaststellen van de prijzen de ‘verantwoordelijkheid’ van de gemeenten en is niet van plan dat naar het rijk te halen. “In de gemeenteraden zitten mensen die van wanten weten. Zij moeten aan de gemeenten vragen hoe het zit.” De verschillen tussen de gemeenten ontstaan volgens de minister door de keuzes die ze maken.

“Als de kosten voor de leges omlaag gaan, moet dat geld ergens anders vandaan worden gehaald.”

    • Mirjam Remie