Niemand weet hoe je moet poetsen. Is dat erg?

Wat is de beste poetstechniek? Deskundigen zijn het er niet over eens: er zijn zes bekende technieken en ze kunnen allemaal.

Foto Thinkstock

Hoe poets jij je tanden? Gebruik je de Bass-techniek? Of liever de Fones? Ben je meer van Stillman? Of ben je gewoon een schrobber?

Er bestaan maar liefst zes aanbevolen technieken voor handmatig tandenpoetsen, plus alle mogelijke combinaties daarvan. Maar wie wil weten welke techniek nu echt de beste is, hoort overal iets anders.

Dat meldt het British Dental Journal. Britse onderzoekers vergeleken de aanbevelingen van tandartsverenigingen, tandenborstel- en tandpastafabrikanten, professionele handleidingen en medische studieboeken. Ze concludeerden: er is géén overeenstemming, noch over de techniek, noch over de frequentie of de duur van de ideale poetsbeurt. En dat komt doordat er nauwelijks onderzoek naar is gedaan.

Eén ding is wel bekend: elektrisch poetsen – zonder ingewikkelde techniek: gewoon stilhouden die borstel – verwijdert meer plaque en is beter voor het tandvlees dan handmatig poetsen. Dat bleek onlangs uit een grote overzichtsstudie.

Naar schatting heeft ongeveer de helft van de Nederlanders een elektrische tandenborstel. Maar het gros poetst ook nog regelmatig met de hand. En elektrisch poetsen is voor een groot deel van de wereldbevolking niet haalbaar. Daarom vinden de Britse auteurs eenduidige adviezen over handmatig poetsen zo belangrijk.

Van de 66 professionele bronnen die de Britten raadpleegden, wezen 19 géén beste poetstechniek aan. Evenveel adviseerden Modified Bass: de techniek die het meest compleet lijkt, maar ook motorisch het meest ingewikkeld. Elf gaven de voorkeur aan Bass, tien aan Fones, vijf aan ‘schrobben’, twee aan Stillman.

Er is geen wetenschappelijke basis

En hoe vaak en hoe lang moeten we dan poetsen? Een op de drie bronnen zegt er niets over. Van de rest zegt het merendeel: twee keer per dag, twee minuten. Maar consensus ontbreekt.

„Dat is echt heel raar”, zegt John Wainwright van het University College London, hoofdauteur van het artikel, „want tandenpoetsen ligt aan de basis van een gezond gebit. Je zou verwachten dat er al lang evidence-based aanbevelingen zouden zijn. Maar elke wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt.”

Dat komt vooral, denkt hij, doordat tandenpoetsen geen populair onderwerp is onder tandheelkundigen. „Die worden sneller enthousiast van technisch onderzoek naar behandelingen in de tandartspraktijk.” En ten tweede is het lastig goed onderzoek te doen. Dat vereist namelijk een experimentele aanpak: dat je mensen een andere techniek aanleert en dan kijkt hoe hun mondhygiëne verandert.

„Maar gedrag is lastig bij te sturen”, zegt Wainwright, „en daarnaast zijn de hoeveelheid plaque en tandvleesbloedingen moeilijk te meten en sterk individueel bepaald.”

Je zou daarom grote onderzoeksgroepen nodig hebben en die over langere tijd moeten volgen. En controleer dan maar eens of mensen ook echt consequent een bepaalde techniek gebruiken.

Wainwright is zelf ook tandarts. „In mijn praktijk zie ik dat de meeste mensen vrij lukraak poetsen”, vertelt hij, „waarbij ze vooral letten op de voorkant van hun voortanden. Maar de probleemgebieden zitten vaak op de overgang naar het tandvlees en op de kauwvlakken.”

Welke van de zes technieken ze gebruiken, maakt volgens hem niet zoveel uit. Als ze maar regelmatig poetsen. En daarbij kan een ingewikkeld advies soms averechts werken. Mensen hebben weinig tijd en poetsen graag zoals ze het altijd al deden – en dat is beter dan dat ze gedemotiveerd raken door een wirwar aan verschillende adviezen.

Hoe poetst Wainwright zelf eigenlijk? „Met de hand, want dat vind ik prettiger dan elektrisch”, zegt hij, „maar dat is prima, want ik heb gelukkig geen probleemgebit. Ik denk dat mijn techniek het meest lijkt op Bass. Ik gebruik een hoeveelheid tandpasta ter grootte van een erwt. En ik poets drie minuten.”

    • Nienke Beintema