Live vanuit het bejaardenhuis

Niemand zit voor de lol in een bejaardenhuis. Hoewel, er valt wél genoeg te lachen. Dat en meer ontdekten Tim den Besten en Nicolaas Veul, die voor TV Lab’s Oudtopia een maand in een verzorgingshuis woonden.

Nicolaas Veul (boven met camera) en Tim den Besten woonden een maand in een verzorgingshuis. „Het leven begint eigenlijk best makkelijk en wordt moeilijker.” Foto’s Julie Hrudova

Op dag dertien ontdekten Tim den Besten (27) en Nicolaas Veul (30) dat de matrassen waarop ze sliepen van overleden bewoners waren. Ook de krappe eenpersoonsbedden in het tweekamerappartement op de vijfde verdieping van het verzorgingshuis bleken nooit te zijn opgehaald door nabestaanden.

De bedden waar ze vanaf toen nog ruim twee weken in zouden slapen.

Nicolaas en Tim woonden deze zomer een maand lang in verzorgingstehuis Jonker Frans in Den Haag om de driedelige documentaire Oudtopia te filmen. Ze wilden erachter komen hoe hun eigen toekomst eruitziet.

De eerste etage van Jonker Frans is de afdeling van dementerende ouderen. De beginnende dementerenden mogen naar buiten, de rest blijft binnen, met de deuren dicht. „Er zitten een paar mensen de hele dag aan tafel hetzelfde riedeltje te herhalen. Meneer, wie bent u?”, zegt Nicolaas. „Het is nogal intens.”

Tussen de zorgflats is één appartement dat eruitziet als een studentenkamer. Die van Nicolaas en Tim. Op het keukenblad staan zes flessen wijn. De meesten zijn aangebroken, geen enkele is leeg. Het laminaat in de slaapkamer is bedekt met hopen ongewassen kleding. De laatste dagen waren zwaar, zeggen ze.

„Eigenlijk is het de diksap van het leven hier. Het concentraat”, zegt Nicolaas. „Het ene moment wordt er hard gelachen, daarna valt er iemand om.”

Ochtendjas

De documentairemakers zitten in de tuin. Ze dragen een ochtendjas, geleend van de buurvrouw die tijdens het gesprek regelmatig vanaf haar balkon naar beneden kijkt. De zon schijnt, op het naastgelegen schoolplein rennen kleuters achter elkaar aan. Eerder maakten Tim en Nicolaas de documentaire Een man weet niet wat hij mist, waarin ze onderzochten hoe het is om als homo heteroseks te hebben. Ook trok het duo naar Oekraïne om verslag te doen van de eerste Gaypride in het land.

Verhuizen naar een bejaardenhuis is als nieuw zijn in een straat, als naar een camping gaan. Je moet de verhoudingen ontdekken, je wilt erbij horen. Maar het nieuwe was er voor Nicolaas en Tim gauw van af, vertellen ze in de tuin. In een bejaardenhuis moet je zelf iets van het leven maken. Wie dat niet doet, zit voor zich uit te staren. Nicolaas: „Er zijn mensen die zeggen: van mij hoeft het niet meer in deze ballentent.”

T: „Ik denk dat je pas weet wanneer je op je gelukkigst was als het al voorbij is. De meeste mensen hier hebben die periode al gehad. Toen de kinderen klein waren, toen man en vrouw nog gezond waren, toen het leven nog voor ze lag. Dat ben ik me steeds meer gaan realiseren. Je weet pas als er iets is als… Ja, hoe zeg je dat?”

N: „You don’t know what you’ve got ’till it’s gone.”

T: „Ja, zoiets, dat.”

N: „Janet Jackson.”

T: „Maar het is wel waar. Weet ik veel. Als morgen je been eraf moet denk je, ah shit, ik kon gewoon lopen, misschien had ik meer moeten…”

N: „Rennen.”

T: „Dat je alles eruit haalt. Al is dat been misschien niet zo’n goed voorbeeld.”

Alles valt weg en uit

Naar een bejaardenhuis gaat bijna niemand vrijwillig. Je gaat omdat je hoofd niet meer doet wat je wilt, omdat je lichaam niet meer werkt zoals het ooit deed. Je gaat omdat je het niet meer alleen kan. Nicolaas: „Soms heb ik het gevoel dat het einde gewoon je zwaarste beproeving is. Alles valt weg en uit.” En hoewel de meesten een manier hebben gevonden om daarmee om te gaan, zou het toch beter zijn geweest als het leven andersom was begonnen, zegt Tim. „Het begint eigenlijk best wel makkelijk en wordt steeds moeilijker. Daar is dus niet zo goed over nagedacht.”

N: „ Op een gegeven moment ben je heel emotioneel. Ik moest gisteren gewoon de halve dag huilen.”

T: „We hebben de laatste weken zo veel gehuild. De eerste week kan je nog denken, leuk! De tweede week denk je, pff. De derde week moet je gewoon huilen als je nog zo’n verhaal hoort. Je hebt geen filter of schild meer om ermee om te gaan.”

„Ik heb door dit alles beseft dat ik vaak alleen ben. Ik ben wel sociaal, maar dat kan ik alleen maar zijn als ik af en toe alleen ben.”

N: „Maar het is vaak ook lachen.”

Neem gisteren. Toen gaven ze een afscheidsfeestje, met een barbecue en een karaoke. De dames werden meisjes, de heren jongens. „Iedereen ging zingen en dansen, was echt heel leuk.’’

Ze zijn al een week bezig met hun afscheid, en iedereen zegt dat ze de jongens gaan missen. „Gisteren kreeg ik twintig euro in mijn hand gedrukt als bedankje. Mevrouw Van der Spek moest helemaal huilen.”

Dan loopt meneer Van der Veer (77) langs.

N: „Héééé feestbeest. Heeft u een kater?”

Van der Veer: „Ik heb geen kater, geen poes. Ik heb niks.”

Gelach.

N: „U heeft de sterren van de hemel gezongen gisteren. ‘Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant.’” Meneer van der Veer valt in en begint te klappen. „Daar bij de waterkant, daar bij de waterkant.” Hij pakt de achterkant van een stoel vast en zakt heupwiegend door zijn benen.

N: „Ons dansmarieke.”

De meest confronterende les was misschien wel dat ze te veel bezig zijn met hun toekomst. Dat ze denken dat het maakbaar is, en de bewoners van het verzorgingstehuis zich erbij hebben neergelegd dat het niet zo is. „Niks is maakbaar. Dat denken wij allemaal wel, maar het is niet zo en dat heb je te accepteren.” Het is eigenlijk knap dat mensen dat kunnen, zegt Tim. „Probeer het maar eens.”

N: „En ik wil een gezin.”

T: „Nicolaas wil graag een oproepje plaatsen.”

N: „Die eenzaamheid, dat wil ik echt niet. Maar ik mag er niet naar zoeken van meneer Turk. Ik mag niet daten van hem.”

T: „Hij vindt dat iedereen te veel aan het zoeken is en niet meer begrijpt wat liefde is. We zijn te veel aan het consumeren, terwijl, het moet gewoon groeien. Dat was voor mij een goede les.”

N: „Hoe die man over liefde praat, dan wil je het gewoon ook. Hij heeft zo’n grote liefde gehad. Als hij erover praat gaan zijn ogen stralen. Er is veel verdriet, maar het is zo mooi.”

T: „En het is ook dat je dan je kinderen hebt als je oud bent.”

N: „En je partner.”

T: „Die kan ook weer doodgaan.”

Gelach.

T: „Oh, Sorry.”

„God helpt de bewoners daar heel erg bij. Los van dat ik het niet eens ben met de kerk en dat soort dingen, het brengt de mensen hier wel veel moois”, zegt Nicolaas. Dus vertrokken Tim en Nicolaas met buurvrouw Van Boheemen, die van de ochtendjas, naar haar kerk. Het was mooi, zegt Nicolaas. „Het ritueel, dat je je met z’n allen gaat bezinnen over je leven is mooi, even los van dat er allemaal onzin wordt gezegd over Jezus en zijn lichaam eten. Maar wij hebben gewoon geen idealen meer. Wat zijn nu onze rituelen? Naar de Coffee Company gaan?”

Zombies

N: „Ze hebben wel voor ons gebeden. We liepen hier rond als zombies. Iedereen zei: jongens, gaat het nog? Ze waren echt bezorgd.”

T: „We zaten er allebei echt doorheen. Ik ben een dag weggeweest om alles weer op een rijtje te zetten. Je gaat denken dat je een aansteller bent. Wat is dit? Maar mensen die ons aanstellers vinden mogen dat pas zeggen als ze zelf een maand in een bejaardenhuis hebben gewoond.”

N: „Ga lekker je oma bezoeken.”

T: „Ja, en anders moeten ze hun bek houden. Schrijf dat maar op.”