Je gaat ons toch niet stapelen, hè?

De woonwagencultuur wordt nationaal cultureel erfgoed. In Zeist moet het kamp moderniseren. En er komen ook stenen huizen.

Een woonwagen wordt verplaatst op kamp Beukbergen in Zeist. Dat is nodig voor de brandveiligheid. Foto’s Maarten Hartman

Een man en vrouw staan naast elkaar op woonwagencentrum Beukbergen, in de bossen van Zeist. Hij: perfect gesneden snor, gladgestreken blauw overhemd. Zij: chique zwarte jurk, de lippen ietsje opgemaakt, haren keurig gekapt. Wim Kersten-Rooze roept naar een groepje bouwvakkers: „Kun je hem niet beter andersom oppakken?” Zijn vrouw Janneke: „Het zal wel misgaan. Ik heb altijd pech met mijn woonwagen.” Pech kunnen Wim en Janneke vandaag niet gebruiken. Hun bruine woonwagen wordt verhuisd. Een hijskraan tilt hem hoog de lucht in en moet de wagen – alle meubels zijn vastgezet – honderd meter verderop weer neerzetten.

De gemeente Zeist breidt de komende jaren voor 28,5 miljoen euro het grootste woonwagencentrum van Nederland uit en renoveert het terrein bovendien. Beukbergen wordt een normale woonwijk van Zeist, het wordt op termijn mogelijk dat ‘burgers’ – zoals mensen van buiten het kamp wel worden genoemd – een huis huren op het kamp. De operatie behelst onder meer de verplaatsing van negentig woonwagens en de bouw van nieuwe.

Negen jaar geleden werd Koos Janssen (CDA) burgemeester van Zeist en kreeg hij het dossier Beukbergen onder ogen. Janssen: „Tussen de gemeente en het kamp was nonchalance en verwaarlozing over en weer. Het kwam de bewoners goed uit dat door de overheid nauwelijks naar ze werd omgekeken, en andersom ook.”

Allerlei handeltjes

In een rapport van de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en VROM uit 2006 heet Beukbergen een „vrijplaats met geweldsdreiging”. Er waren toen ruim 450 kampen in Nederland; 5 procent was vrijplaats. Beukbergers vormden zich niet naar de samenleving. Toen de directrice van de dichtstbijzijnde school gezinnen wilde verbieden midden in het schooljaar te gaan reizen, werd ze bedreigd en opgesloten in haar kantoor. Op het kamp hadden de bewoners allerlei handeltjes; de grond raakte ervan vervuild. Woonwagens werden zonder vergunning neergezet, bewoners timmerden zelf verkeersdrempels.

Toen in 1990 de landelijke overheid het woonwagenbeleid losliet, en gemeenten verantwoordelijk werden, kozen veel gemeenten ervoor woonwagencentra te verkleinen of op te delen in kleine stukjes. Zeist wil dat niet. Janssen: „We hadden hier het probleem dat er grote wachtlijsten waren. Dat zorgde voor irritatie. We laten ons niet leiden door beeldvorming, maar lossen het probleem op. Voor ons zijn dit gewone burgers. Om dit probleem op te lossen hoeven we niet in te staan voor de brandschoonheid van alle inwoners.”

Reizen gaat met de caravan

De woonwagen van Wim en Janneke wordt opgetild. Janneke loopt weg. Even het dorp in, bloemen kopen voor een jarig familielid. Wim: „Ze kan de spanning even niet aan.” De zus van Janneke komt in haar roze joggingbroek foto’s maken. Ze begint te huilen. „Ja, familie is heel belangrijk voor ons. Al mijn hele leven kijk ik naar mijn zus als ik ’s ochtends opsta. Al 28 jaar, elke dag. Nu is er een gat.”

Het woonwagenleven is veranderd, zegt Wim Kersten-Rooze. Hij woont al 55 jaar op Beukbergen. Bijna de hele familie woont er, en zo moet het blijven. Wijzend naar zijn wagen – die in de lucht hangt – vertelt hij over de wielen eronder. „Vroeger reisden woonwagenbewoners veel. Om te werken in Oost- en Zuid-Europa, langs andere kampen. Dat doen we nu niet meer met de wagen, maar gewoon met een caravan. De wielen hebben geen functie meer.”

Er hebben zich ondertussen nieuwsgierige Beukbergers verzameld. Ze roepen naar de bouwvakkers, of ze het allemaal niet anders moeten aanpakken. Daar moet Wim Timmer, coördinator van de verplaatsingen op Beukbergen, om lachen. Woonwagenbewoners weten het altijd beter, grijnst hij. Timmer is betrokken bij verplaatsingen op centra in het hele land. In Maastricht, op het beruchte Vinkenslag, maakte hij wel eens vechtpartijen mee, als mensen hun emoties niet meer de baas waren wanneer hun wagen in de lucht hing. Timmer: „Dit is een rustig kamp. Nu is er alleen wat verplaatsingsstress.”

De verplaatsingen zijn nodig voor de brandveiligheid. Alle wagens moeten vijf meter uit elkaar staan, vertelt directeur Willem de Bruin van woningcorporatie De Kombinatie. In de plannen is rekening gehouden met de „bijzondere bevolkingsgroep”. Dat begon met vertrouwen winnen, want jarenlang is niet naar ze omgekeken. Er zijn talloze bijeenkomsten geweest, waar De Bruin en Janssen hun plannen steeds weer hebben uitgelegd. De Bruin: „Belangrijk was dat de beleving moest verdwijnen dat de bewoners op de schopstoel zaten. Wij hebben gezorgd dat ze niet in het verdomhoekje zitten.”

Een normale woonwijk moet het dus worden, voor vijfhonderd bewoners. Met 42 nieuwe sociale huur- en koopwoningen, een hoop oude woonwagens die verplaatst worden en een aantal nieuwe ouderenwoningen – 220 wooneenheden in totaal. Bewoners konden zelf kiezen: een koop- of huurwoning, een woonwagen of een huis zonder wielen.

De identiteit blijft. De meeste woonwagens worden weer in een traditionele cirkel neergezet en hebben allemaal een eigen berging. De meeste huizen worden op het binnenterrein van de cirkel gezet. En, gehoord op een bewonersbijeenkomst: „Je gaat ons toch niet stapelen hè!” Nee dus, geen beneden- en bovenwoningen, maar nieuwe huizen die er uitzien als woonwagens.

Het is een uur nadat de wagen van Wim en Janneke is opgehesen in de kraan. Op een vrachtwagen wordt de woonwagen een stukje gereden, en daarna weer neergezet. Een Beukberger roept naar Wim: „Die banden kun je wel van de wagen halen.” Wim, die de Beukbergse handelsgeest eer aandoet: „Zeker. Zet ik op Marktplaats.”

Wim en Janneke zijn opgelucht. Het is goed gegaan. Ze kunnen weer hun huis in. Bang dat Beukbergen gaat veranderen zijn ze niet. Dat gewone Zeisters op het kamp willen wonen gelooft Wim niet. Ook al is dat straks dan mogelijk. Nee, zegt Wim: „De sfeer hier verander je niet zomaar. Beukbergen blijft altijd hetzelfde.”

    • Enzo van Steenbergen