In actie met een eigen Europees Militair Verbond

De NAVO is te defensief, de EU te verdeeld. Voor snelle militaire actie in bijvoorbeeld Irak is een kleiner verbond nodig. Laat Nederland het voortouw nemen, meent Jan Dirk Snel.

Illustratie Tomas Schats

Waar blijft Europa? Dat is de vraag die dezer dagen alom te horen is nu de Islamitische Staat (IS) in Syrië en vooral Irak steeds meer gebied verovert en zich aan gruwelijkheden schuldig maakt. De Verenigde Staten, die doen tenminste iets, merken commentatoren op.

Ook al duurde het even, president Obama besloot vorige week donderdag tot beperkte militaire actie in Irak. Maar waarom horen we niets van de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, Catherine Ashton?

Het is natuurlijk de vraag of de EU wel de aangewezen instantie is om zich op alle gebieden van buitenlands en vooral militair beleid te doen gelden. De EU houdt zich immers vooral bezig met de gemeenschappelijke markt, en het ligt dan ook voor de hand dat het gemeenschappelijk buitenlands beleid zich daarmee verhoudt. De EU kan alleen geloofwaardig blijven als ze haar beleidsterreinen beperkt en zich niet tot een superstaat ontwikkelt. Doet zij dat wel dan herhalen zich waarschijnlijk de nadelige gevolgen van de multiculturele rijken als Oostenrijk-Hongarije, het Russische en het Osmaanse Rijk. In het jaar waarin we het begin van de Eerste Wereldoorlog herdenken, zijn we ons daarvan misschien nog beter bewust.

Europees leger

In 1952 ondertekenden zes West-Europese landen (België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West- Duitsland) op initiatief van Frankrijk het verdrag voor de Europese Defensiegemeenschap, dat tot de vorming van een Europees leger had moeten leiden. Door toedoen van het Franse parlement werd dat initiatief in 1954 verijdeld. Ook het idee van een begeleidende Europese Politieke Gemeenschap met een gemeenschappelijk buitenlands beleid was daarmee van tafel.

Misschien was de mislukking van 1954 eigenlijk maar beter. Het lijkt niet verstandig de EU een al te uitgebreide taak op buitenlands en militair gebied te geven. Pas als de onomstreden gezamenlijke belangen helder zijn, kan een verenigd optreden in EU-verband krachtig zijn. In andere gevallen is het veel efficiënter als individuele lidstaten zelfstandig optreden en daar vervolgens eventueel andere lidstaten bij te betrekken. Het ligt nu eenmaal niet voor de hand dat alle 28 lidstaten dezelfde betrokkenheid voelen bij gebeurtenissen in Mali als Frankrijk.

Machtiger defensief blok

Het is daarom een gelukkige zaak dat de Europese defensie grotendeels in handen is van de NAVO – een andere organisatie met een andere samenstelling. 22 EU-landen maken daar deel van uit, zes dus niet: Cyprus, Finland, Ierland, Malta, Oostenrijk en Zweden. Daarnaast zijn er naast de Noord-Amerikaanse deelnemers Canada en de Verenigde Staten ook nog vier Europese staten die wel lid van de NAVO zijn, maar niet van de EU: Albanië, IJsland, Noorwegen en Turkije. Juist de verschillen in samenstelling van beide organisaties maken een zekere flexibiliteit mogelijk. Vergelijk het verschil tussen Noorwegen (alleen in de NAVO) en Zweden (alleen in de EU). En het voordeel is ook dat Europese landen met de VS, Canada en Turkije verbonden zijn, en dus een machtiger defensief blok vormen dan in EU-verband mogelijk is.

In defensief opzicht is de spreiding van bevoegdheden over Europese Unie en NAVO dus goed omdat juist door de grote overlapping meer gezamenlijke veiligheid ontstaat. Maar nu vaker een beroep wordt gedaan op humanitaire interventie – al dan niet in het verband van de Verenigde Naties – , is er wel degelijk behoefte aan een Europese legermacht die niet geheel samenvalt met de NAVO. De kerndoelstelling van de NAVO ligt immers in de bescherming van het grondgebied van de verdragspartners. De bestaansreden voor de NAVO is defensief, in zekere zin passief. NAVO-betrokkenheid gedurende de laatste decennia aan operaties in Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Afghanistan en Irak en elders stond dan ook op enigszins gespannen voet met die kerndoelstelling.

Niet iedereen hoeft lid te worden

Het zou daarom beter zijn als een aantal Europese landen binnen de NAVO het initiatief zou nemen tot de oprichting van een Europees Militair Verbond, dat meer actief zou kunnen optreden. Niet alle Europese EU- of NAVO-landen zouden er lid van hoeven te worden en de structuur zou flexibel moeten zijn. Uiteraard zou de operationele band met de NAVO nauw moeten blijven, maar politiek zou een dergelijke eigen organisatie met een eigen secretaris-generaal een actievere rol kunnen spelen dan de EU en de NAVO nu kunnen.

Het zou Nederland sieren als het initiatief nam tot een dergelijke derde optie. Europese landen zouden sneller kunnen reageren op gebeurtenissen als nu in Irak, zonder dat daardoor met name de EU overbelast wordt. Het het voordeel zou toch zijn dat de gehele NAVO weer een echt defensieve gemeenschap kan worden, en daarmee aan geloofwaardigheid wint. En als Europese landen actie willen ondernemen buiten de EU om, is er tenminste een organisatorisch verband waarbinnen ze direct om steun kunnen vragen.

De vraag ‘waar blijft Europa?’ zou in dat geval direct gesteld kunnen worden: niet de Hoge Vertegenwoordiger van de EU, niet de secretaris-generaal van de NAVO, maar aan de secretaris-generaal van het nieuwe Europees Militair Verbond.

    • Jan Dirk Snel