Hoera! De Nederlandse economie gaat weer vooruit. Alleen niet al te hard

De economische vooruitgang stagneert in Europa: 0 procent groei in het afgelopen jaar. In Duitsland was er zelfs krimp, in Italië is er recessie. Maar, Nederland krabbelt op, met een groei van 0,1 procent.

Nul procent groei in de eurozone en krimp in Duitsland. De minimale groei die de eurozone het afgelopen jaar kende, is in het tweede kwartaal tot stilstand gekomen. Is de crisis terug? Of is zij eigenlijk nooit echt weggeweest? Hoe dan ook: het lukt de eurozone al een jaar niet om uit de schemerzone rond de nulgroei te komen.

Duitsland was de grootste tegenvaller onder de eurozonelanden die gisteren hun groeicijfers voor het tweede kwartaal publiceerden. De grootste economie van de eurozone, de voortrekker van het economisch herstel in het afgelopen jaar, kromp in de periode april-juni met 0,2 procent. Frankrijk, de tweede economie, kwam voor het tweede achtereenvolgende kwartaal uit op nulgroei. Van Italië, in omvang de derde economie, werd vorige week al bekend dat er de laatste twee kwartalen krimp is geweest, wat betekent dat het land officieel terug is in recessie.

Daarbij vergeleken deed Nederland het goed. Hier groeide de economie met 0,5 procent ten opzichte van het eerste kwartaal, toen er krimp was. Aanvankelijk leek de krimp destijds groot: 1,4 procent, volgens de berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Later stelde het CBS het cijfer bij naar -0,6, het gevolg van een nieuwe rekenmethode en meer gegevens. Gisteren corrigeerde het CBS het cijfer opnieuw, naar -0,4 procent.

Nog geen juichstemming

Per saldo staat Nederland er nu dus 0,1 procent beter voor dan een half jaar geleden. Dit is vooral te danken aan de export. Nederland voerde met name meer metalen, machines en landbouwproducten uit. Cijfers die het CBS eerder deze week publiceerde, laten zien dat de vorige week ingestelde Russische boycot van westerse landbouwproducten geen grote gevolgen zal hebben voor de Nederlandse export: de landbouwproducten die voor Rusland bestemd waren beslaan slechts 0,1 procent van de totale Nederlandse uitvoer.

Volgens Marieke Blom, hoofdeconoom van ING, bevestigen de Nederlandse cijfers het beeld van „een heel voorzichtig weer opkrabbelende economie”. Ze legt uit: „Consumenten laten heel voorzichtig de rem los. Hun koopkracht is ongeveer 1 procent gestegen ten opzichte van vorig jaar, door lagere zorg- en pensioenpremies en een belastingverlaging. Ook profiteren zij van de lage inflatie. De woningverkopen trekken aan, en dat leidt tot meer bestedingen in bouwmarkten en dergelijke. Maar de consument is echt nog niet in een juichstemming.”

Het herstel is zo fragiel, zegt Blom, dat „kleine dingen zoals het warme winterweer het beeld bepalen. In het tweede kwartaal is de export van gas flink gestegen, maar dat is vooral relatief ten opzichte van de daling in het eerste kwartaal.” ING houdt vast aan een groeiprognose van 0,5 procent voor heel 2014, lager dus dan de 0,75 procent die het Centraal Planbureau verwacht.

Een jaar geleden was de situatie precies omgekeerd: toen vierde de eurozone het einde van anderhalf jaar recessie, terwijl Nederland nog niet groeide. Destijds was de gedachte dat Nederland buiten de kerngroep viel, en zich wat groeicijfer betreft aansloot bij de perifere landen, of daar zelfs door werd ingehaald.

Nu zijn het de grote drie economieën van de eurozone die tegenvallen, en dus niet in staat blijken om de regio weer definitief aan het groeien te krijgen.

De Duitse krimp wordt toegeschreven aan tegenvallende handel met het buitenland en de investeringen, met name in de bouw. De binnenlandse vraag was de enige opsteker. Consumenten profiteerden van loonstijgingen in combinatie met een lage inflatie. In het eerste kwartaal groeide de Duitse economie nog met 0,7 procent, deels te danken aan het milde winterweer, waardoor bijvoorbeeld productie in de bouw kon worden vervroegd, ten koste van het tweede kwartaal.

Eerder deze week wees het Duitse Centrum voor Europees Economisch Onderzoek op negatieve gevolgen van de geopolitieke spanningen voor de Duitse economie. Maar de strijd tussen Rusland en Oekraïne en de sancties vormen slechts een deel van het verhaal. Structureler is het probleem van de tegenvallende vraag in de eurozone. De inflatie is al maanden veel lager dan de bijna 2 procent die de Europese Centrale Bank beoogt. President Draghi zei vorige week dat hij de laatste twee tot drie maanden „een vertraging van het groeimomentum” zag.

De Franse minister van Financiën Michel Sapin schreef gisteren in Le Monde: „Het is beter om de feiten te erkennen dan te hopen op iets dat niet komt.” Frankrijk moest door de slechte cijfers zijn groeiverwachting voor 2014 halveren, naar 0,5 procent. Dat betekent dat het begrotingstekort hoger zal uitvallen dan de beoogde 3,8 procent. En dat roept de vraag op of Frankrijk volgend jaar zal kunnen voldoen aan de Europese eis om het tekort tot onder de drieprocentsnorm te hebben teruggebracht.