Het ebola-experiment

Moeten doodzieke patiënten voor wie geen behandeling is, toegang krijgen tot experimentele medicijnen? Tot middelen die nog niet uitgebreid op mensen zijn getest, waarvan veiligheid en werking niet vaststaat en die nog niet door officiële instanties zijn goedgekeurd? Die vraag is actueel onder uitbehandelde kankerpatiënten, ALS- en MS-patiënten. Hij kreeg een nieuwe dimensie door de heersende ebola-epidemie.

Tegen ebola bestaan geen geregistreerde medicijnen. Er is wel grote behoefte aan, nu er dagelijks tientallen patiënten bijkomen en tientallen anderen overlijden. Zonder medicijnen overleeft maar 30 à 40 procent van de patiënten in Guinea, Sierra Leone, Liberia en Nigeria. Er zijn enkele medicijnen in ontwikkeling die klaar zijn om op mensen te worden uitgeprobeerd. Eén ervan werd begin dit jaar al aan gezonde vrijwilligers toegediend, maar daarna niet meer: er waren aarzelingen over de veiligheid.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) liet weten het ethisch verantwoord te vinden die medicijnen al aan zieke patiënten te geven. Prima. Maar de WHO stond voor een voldongen feit. Er wáren al drie ebolapatiënten met experimentele medicijnen behandeld. Blanke hulpverleners: een Amerikaanse arts, een Amerikaanse ziekenhuishygiëniste, een Spaanse priester. De Amerikanen zijn opgeknapt. De priester is overleden. En die medicijnen zijn op, meldde de fabrikant. Het duurt maanden voor er nieuwe voorraad is.

Een veel reëler probleem is dus: wie krijgen die schaarse medicijnen? De WHO vindt dat de experimentele toediening kennis over de werking van de medicijnen moet opleveren. Daarmee zijn patiënten in eenvoudiger ziekenhuizen vrijwel uitgesloten. Terwijl de situatie in West-Afrika al gecompliceerd is. Het wantrouwen daar tegen de autoriteiten of het ontbreken van staatsgezondheidszorg wordt door velen gezien als oorzaak van het doorsudderen van de ebola-uitbraak, terwijl die met strikte maatregelen goed te bestrijden is. Maar de vraag of je vanwege dat verdeeldilemma helemaal moet afzien van het gebruik van medicijnen, is nu niet reëel.

De ebolamedicijnen zijn niet ontwikkeld om arme en onverzekerde Afrikanen te helpen die soms met ebola worden besmet. Gemiddeld zijn het er geen 100 per jaar. Daarvoor komt de farmaceutische industrie niet in actie. De medicijnen die er nu (bijna) zijn, zijn ontwikkeld met forse subsidies van het Amerikaanse ministerie van Defensie. Dat gebeurde uit angst voor aanslagen met biologische wapens. De WHO zou er goed aan doen om te regelen dat er in de toekomst voldoende voorraden van de medicijnen voorhanden zijn om bij een uitbraak alle patiënten te behandelen.