Festivalgangers zullen het podium nooit bereiken

Saamhorigheid geeft een kick, daarom bezoeken we massaal festivals. Maar het is niets meer dan een lifestyle, meent Paulien Derwort.

Festivals zijn populairder dan ooit. Elk weekend kun je wel ergens losgaan op een van de vele outdoor festivals. Gebroederlijk komen massa’s mensen bijeen om samen naar muziek te luisteren. En in tegenstelling tot de gemiddelde discotheek valt er geen onvertogen woord. Het is er gemoedelijk en er heerst een gevoel van vrijheid en saamhorigheid.

Dit festivalgevoel is typisch voor de generatie van creatieve, randstedelijke twintigplussers: collectiviteit lijkt een spectaculaire comeback te maken. Toch heeft niet iedereen zin om elk weekend met tienduizenden anderen in een weiland te kamperen. En daar is niets mis mee. Die zonderlingen hebben we juist hard nodig.

Het Britse opinieblad The Spectator kondigde kortgeleden het einde van het individualisme aan. De twintigers en dertigers die nu langzaam de arbeidsmarkt opstromen, delen hun huizen, werkplekken en vervoersmiddelen en komen bijeen op muziekfestivals. Opmerkelijk genoeg is dit de generatie die juist individualistisch is opgevoed. Ze zijn opgegroeid in een competitieve omgeving waarbij zelfontplooiing en zelfredzaamheid de sleutels tot succes zouden zijn.

De jonge individualist is altijd ingeprent dat hij moet slagen in het leven en dat hij zijn eigen, unieke talenten moet ontwikkelen. Verveling en eenzaamheid krijgen in zo’n wereld nog maar weinig ruimte. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vertwijfelde individualist op zoek is naar gemeenschappelijkheid.

Zo’n gezamenlijke belevenis kan dan ook een intense ervaring zijn: saamhorigheid geeft een kick. We zoeken daarom massaal de drukte op. Stil in een hoekje met een boekje wordt vervangen door een literair feestje; genieten van muziek gebeurt gezamenlijk op een festival. Daar eten we bioburgers, hebben we een vrolijke outfit aan en met wat xtc op komt de saamhorigheid sowieso vanzelf. Kortom: we zijn eensgezind en toch uniek in ons eigen, creatieve ikje.

Maar helaas houdt deze saamhorigheid nooit lang stand. Bij thuiskomst ebt dat extatische wij-gevoel weg en voegen we ons weer in forensentrein of file. Waar de buren op de festivalcamping onze nieuwe beste vrienden waren, daar zijn we thuis het liefste weer anoniem. Het zogenaamde einde van het individualisme vertaalt zich dan ook niet in opleving van sociaal-economische solidariteit. De welvaartskloof wordt juist alleen maar groter. Samen actievoeren voor de goede zaak gebeurt het liefst op Facebook middels een boude status-update, of een simpele like. Echte collectieve acties stranden in desorganisatie (Occupy) of komen alleen van de grond als er commercieel succes te halen valt. Bewust leven in een collectief blijkt vooral een lifestyle en geen manier om daadwerkelijk iets zinvols voor de publieke zaak te bereiken.

De groeiende populariteit van het festival maakt bovendien dat deze nu volkomen mainstream is geworden. Waar het vroeger een vrijplaats voor creatievelingen was, is het festival nu een toevluchtsoord voor de moderne kudde. In zo’n kudde heerst een democratische structuur, is gelijkheid het ideaal en middelmatigheid de norm. En in zo’n homogene groep is er weinig ruimte meer voor ongelijkheid of excentriciteit. Want als iedereen bijzonder is, is ook niemand bijzonder. En inderdaad, ook op het festivalterrein lijkt iedereen op elkaar.

Maar is de charme van een festival ook niet dat je imago er niet toe doet? Dat je ongegeneerd junkfood kunt bestellen zonder aan de lijn te denken? Dat je ‘s nachts je tent niet kon vinden en nu per ongeluk in een bakje mayo ligt te slapen? Hoe zwart is Zwarte Cross nog en hoe goed bewaard het geheim van Best Kept Secret? Is nonchalance op het festival nog toe te schrijven aan gemak en gezelligheid of hoort het nu bij je boodschap, imago en identiteit?

Natuurlijk is er niets verkeerd aan om gezamenlijk een feestje te vieren. Het festival is een geweldig medicijn tegen eenzaamheid en verveling. Een medicijn voor een samenleving vol individualisten die snakken naar gemeenschappelijkheid. Maar het lost de kwaal niet op. Daarom moeten we de steeds schaarser wordende thuisblijvers, dagdromers en einzelgängers koesteren. Want een teruggetrokken leven vereist moed. Zoals het ook moed vereist om jezelf buiten de kudde te plaatsen. Afzondering kan heilzaam zijn en verveling vruchtbaar. De meest briljante uitvindingen, muziekstukken of literaire meesterwerken zijn niet gemaakt door kuddedieren maar door zonderlingen. En juist die eigenzinnige prestaties hebben hun belang voor het collectief bewezen. Fijne Lowlands allemaal.

    • Paulien Derwort