Titelverdediger Martina mag op de 200 meter hopen op een klein wonder

Hoe goed is Churandy Martina? Sterk genoeg om vanavond zijn Europese titel op de 200 meter te verdedigen? Niemand die het weet. Zelfs Martina niet. De vorm lijkt stijgende, dat wel, maar zijn tijden zijn vooralsnog niet van kampioensniveau.

Omgeven door twijfels is Martina naar Zürich gekomen. Doorlopende liesklachten beletten hem al een seizoen lang voluit te lopen. Pijn, steeds weer is er pijn, die vooral opspeelt in de bocht op de 200 meter. Maar ook de 100 meter loopt hij geblokkeerd, met als gevolg dat de Curaçaose sprinter woensdag de finale miste.

Het valt niet mee zijn tegenvallende prestaties te duiden. Omdat de sprinter zich in raadselen hult. Vragen over zijn blessure lacht hij weg of doet hij af als niet ter zake doende. Bij de EK landenwedstrijd, twee maanden geleden in Braunschweig, liet Martina zich ontvallen door de Duitse sportarts Hans Wilhelm Müller-Wohlfart te worden behandeld. Opmerkelijk, want diens behandelmethoden zijn nogal eens aan kritiek onderhevig.

Martina wilde verder niet op die behandeling ingaan. Typerend voor de sprinter die allerminst zijn ziel opent. Of toch een beetje, toen hij woensdagavond na het missen van de 100-meterfinale boosachtig wegbeende en de pers meed. Hij was zichtbaar ontevreden. En dat zie je niet vaak bij Martina, althans niet openlijk.

Een dag later, toen de sprinter na een matige serie (20.60 seconden) en een redelijke halve finale (20.40) tot de finale van de 200 meter was doorgedrongen, beantwoordde hij wel vragen van journalisten. Maar om te zeggen dat vraagtekens uitroeptekens werden, niet bepaald.

Hij bleef blijmoedig, zei dat alles goed komt, dat hij altijd zijn best doet en dat hij een podiumplaats verwacht. Die voorspelling is meer gebaseerd op hoop dan op realiteit. Want de werkelijkheid is dat Martina dit seizoen niet hard loopt en hij op basis van zijn vorm niet in staat zal zijn om vanavond de Fransman Christophe Lemaitre, de kampioen van 2010, en de Brit Adam Gemili te verslaan.

Tenzij er een klein wonder gebeurt.

    • Henk Stouwdam