Een lobby om jaloers op te zijn

Kritiek op Israël? Dan verschijnt het CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie Israël, al snel in beeld. Hoe werkt de lobby van het CIDI? En hoe effectief is die?

De Gaza-oorlog ligt weer stil. Hamas en Israël schieten even geen raketten meer af.

Maar de pr-oorlog gaat ondertussen vrolijk verder. Aan Palestijnse zijde worden op social media foto’s verspreid van bebloede burgers, gedode kinderen, huizen in puin – allemaal door Israëlische beschietingen. En aan Israëlische zijde? Daar heb je het CIDI, al tientallen jaren de joodse belangenbehartiger.

Wat voor lobby voert het CIDI eigenlijk? En heeft de joodse organisatie enige macht in Nederland?

Op 5 minuten lopen van het Tweede Kamergebouw staat het kantoor van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Directeur Esther Voet zit achter haar bureau, met boven zich een groot portret van John Manheim, erevoorzitter van het CIDI. „Een goeie vriend van mij”, zegt Voet. „Hij kijkt mee over mijn schouder.” Het CIDI bestaat uit 7,5 fte, een klein bestuur en heeft nu twaalf vrijwilligers, die zich het merendeel van de tijd bezighouden met het monitoren en bestrijden van antisemitisme. De begroting van de lobbygroep bedraagt circa 600.000 euro per jaar.

Dat geld is afkomstig van anonieme donateurs. Ook krijgt de organisatie een deel van de restitutiegelden, die door Nederland zijn betaald als compensatie voor de geroofde joodse tegoeden na de oorlog. Het CIDI wordt níet gefinancierd door de Israëlische regering, zegt Voet. „Dan zouden we niet meer onafhankelijk zijn.”

Als lobbygroep onderhoudt het CIDI goede banden met politici. En dat levert ze ook invloed op. Zo stelde het CIDI vorig jaar aan de orde dat de Palestijnse autoriteit geld uitkeert aan vermeende terroristen die door Israël gevangen zijn genomen. Het CIDI drong er bij politici op aan vragen te stellen over de kwestie. ChristenUnie en SGP dienden een motie in waarin het kabinet werd opgedragen de Palestijnen hierop aan te spreken. De motie werd aangenomen. Ook voerde CIDI een campagne tegen het etiketteren van producten die afkomstig zijn uit Israëlische nederzettingen. Hoewel het kabinet eerst van plan was dit in te voeren, werd opeens besloten te wachten op Europese regelgeving. Dit was volgens een Kamerlid mede het gevolg van lobbywerk van het CIDI.

En toen kwam de ambassadeur

Buiten het Binnenhof heeft het CIDI ook invloed. Abvakabo FNV-voorzitter Edith Snoeij kreeg enkele jaar geleden te maken met het CIDI toen haar vakbond een Palestina Conferentie organiseerde. Toen duidelijk werd dat er op die conferentie steun zou worden uitgesproken voor de Palestijnse vakbeweging, belde het CIDI haar op. Een CIDI-medewerker maakte Snoeij in „heel stevige” bewoordingen duidelijk dat zij de conferentie geen goed idee vond.

Daarna kwam de Israëlische ambassadeur langs en uitte een uur lang zijn ongenoegen over het houden van de conferentie. „Of ik mij geïntimideerd voelde? Nee. Maar ik dacht wel: wat is dit een vreselijk goed georganiseerde lobby”, zegt Snoeij.

„Een effectieve en professionele lobbygroep”, zo omschrijft bijzonder hoogleraar public affairs Arco Timmermans van de Universiteit Leiden het CIDI. „Ze verstaan als geen ander de kunst van de stille lobby: iets agenderen zonder er zelf mee naar voren te treden.” Een voorbeeld daarvan is volgens Timmermans ook de advertentie die De Telegraaf vorige week afdrukte, waarin bekende Nederlanders zich uitspreken tegen antisemitisme. Het leek een initiatief van de BN’ers, maar de actie bleek geïnitieerd door het CIDI.

Studiepunten bij het CIDI

Het CIDI speelt ook een belangrijke rol in het „onderwijzen” van journalisten, politiek betrokken jongeren en universitaire studenten. CIDI organiseert al 25 jaar een studievak genaamd Israël en buitenlandse politiek. De jaarlijkse colleges, samengesteld door universitaire docenten, vinden plaats in het CIDI-kantoor in Den Haag. Esther Voet of haar voorganger Ronny Naftaniel geeft het laatste vak ‘Het Israëlisch beleid ten aanzien van vredesopties’ in de collegereeks. De studenten kunnen studiepunten krijgen voor het volgen van deze vakken.

Daarnaast organiseert het CIDI jaarlijkse reizen voor journalisten en neemt zijn jongerenorganisatie CIJO vertegenwoordigers van politieke jongerenpartijen mee naar Israël. Deelnemers dragen 500 euro bij, het CIDI betaalt 800 euro van de kosten. Sinds 2009 hebben naar schatting 150 beginnende journalisten en politici deelgenomen aan deze reizen. Daarvan werken nu diverse journalisten bij gezaghebbende media als Elsevier, Trouw en NRC.

Volgens directeur Esther Voet zijn deze reizen bedoeld om deelnemers „kennis te laten maken met Israël”. Het programma geeft volgens Voet een „gebalanceerd beeld” van de verhoudingen tussen Israël en Palestina.

Oud-deelnemers vertellen een ander verhaal. „Gebrainwasht word je niet, maar je begrijpt door de reis wel beter waarom Israël een sterk bewapend beleid voert”, zegt Tina Ehrami die in 2011 meereisde naar Israël. „Het was heel duidelijk dat het CIDI ons één kant van de medaille iets beter wilde laten zien”, zegt Trouw-journaliste Fleur de Weerd die toen als freelancer meeging met de reis.

Deelnemers spreken acht dagen lang onder andere met het Israëlische leger, bewoners van nederzettingen en Israëlische regeringswoordvoerders. Daar tegenover staan twee dagen in Palestina, waar onder andere een vluchtelingenkamp wordt bezocht. Kritische vragen konden wel gesteld worden.

Volgens Volkskrant-journalist Alex Burghoorn, die enkele jaren geleden een groep jongeren toesprak op de CIDI-reis, geeft de reis geen gebalanceerd beeld omdat de journalisten geen bezoek brengen aan Gaza. „Je kunt het conflict niet begrijpen als je niet ziet hoe de mensen daar leven.”

Ook op wat de gidsen zeggen wordt gelet. Zo werd een Israëlische gids die kritiek leverde op de Israëlische regering tot de orde geroepen door een voormalig CIDI-medewerker. Deze medewerker heeft zelfs het stadhuis in Israël ingelicht over de negatieve houding van de gids, zo blijkt uit gesprekken met deelnemers en de betrokken medewerker.

Hebben die persreisjes effect? Het CIDI stelt als voorwaarde dat deelnemers van de reis ieder „één mediaproductie” maken die het CIDI „kan gebruiken voor een multimediatentoonstelling over Israël”. En dus schreef een nrc.next-journaliste na de persreis een artikel over het conflict, publiceerde het Nederlands Dagblad zes artikelen (vier vanuit het perspectief van Israël, twee vanuit Palestina) en schreef historicus Dirk-Jan van Baar na zijn Israëlreis in een opiniestuk in de Volkskrant dat Palestijnen „onder een gestoord zelfbeeld lijden” en „elk realiteitsbesef ontberen”.

Warme banden met de VVD

Het politieke netwerk van het CIDI manifesteert zich met name in regeringspartij VVD. Onno Hoes, VVD-burgemeester van Maastricht, is tevens voorzitter van het CIDI. Hoes deed in een interview in 2011 de beladen uitspraak dat Palestijnen bij de stichting van de staat Israël niet zijn verdreven, maar uit zichzelf zouden zijn weggegaan uit het land. VVD’er John Manheim, tot 2010 voorzitter van het CIDI, is nu honorair consul van Israël. Hij leidde diverse VVD-buitenlandwoordvoerders en fractieleiders rond door Israël. Met de huidige buitenlandwoordvoerder, Han ten Broeke, is hij persoonlijk bevriend. „Ik ken John al heel lang”, zegt Ten Broeke. Hij maakte recent twee reizen met Manheim naar Israël en Palestina. De voormalig CIDI-voorzitter onderhoudt tevens nauwe banden met VVD-Europarlementariër Hans van Baalen. Manheim was voorzitter van de stichting Vrienden van Hans van Baalen en heeft geld gedoneerd voor zijn campagne. Bronnen rondom de VVD zeggen dat hun contact met het CIDI inmiddels amicaal is. De partij spreekt bijna dagelijks met aan het CIDI gelieerde personen. „We zien elkaar in de wandelgangen of in de kroeg”, aldus een VVD’er.

Kamerlid Han ten Broeke ziet er geen enkel probleem in. „Het CIDI is nuttig, deskundig en heel evenwichtig”, zegt hij.

Ook bij andere partijen zijn er dwarsverbanden. Oprichter van de CIDI-jongerenorganisatie was Simone Kukenheim. Zij werd hierna beleidsmedewerker van D66-leider Pechtold en is nu wethouder in Amsterdam. Voormalig ChristenUnie-jongeren-voorzitter IJmert Muilwijk en oud-Tweede Kamerlid voor het CDA Henk de Haan zitten in een andere, aan het CIDI gelieerde organisatie: het Iran Comité.

Bellen met Europarlementariërs

Officieel is het Iran Comité een stichting die zich zorgen maakt om het Nederlands beleid ten opzichte van Iran. In werkelijkheid was het CIDI nauw betrokken bij de oprichting van het Iran Comité. Op zijn website schrijft het Comité dat Iran „tal van terroristische organisaties” steunt die het gemunt hebben op „Israëlische burgers en Joodse doelen”. Ook staat volgens het Comité vast dat Iran werkt aan een atoombom en gaat hier „met name voor Israël” een „extreem gevaarlijke dreiging” van uit.

Is het Iran Comité een project van het CIDI?

„Nee, dat is niet het geval”, zegt Esther Voet, de huidige directeur van het CIDI.

„Ik was een van de oprichters”, zegt Ronny Naftaniel. Hij was ten tijde van de oprichting van het Iran Comité tevens directeur van het CIDI. „Maar dat staat los van de oprichting van het Comité”, meent Naftaniel.

Voet: „Ze hebben alleen een tijdje bij ons een kantoor gehuurd.”

Naftaniel: „De eerste twee jaar hebben we kantoor gehouden in het CIDI-kantoor.” En oh ja, het CIDI en het Iran Comité hebben ook meerdere bijeenkomsten samen georganiseerd, herinnert Naftaniel zich, en het zou ook goed kunnen dat het CIDI wel eens een zaal heeft bekostigd voor het Iran Comité.

Dit Comité probeerde te voorkomen dat Nederlandse Europarlementariërs in 2009, als onderdeel van een officiële delegatie, een bezoek aan Iran zouden brengen. Ze werden opgebeld door mensen van het Iran Comité. Er werd gezegd dat de namen van politici die de Iran-reis wel zouden maken in de Nederlandse media beschadigd zou worden, zeggen bronnen tegen deze krant.

Naftaniel erkent dat er „gesproken” is met drie Nederlands Europarlementariërs die naar Iran wilden gaan. „Misschien is uit enkele artikelen in de media gebleken dat wij die reis een verkeerde gang van zaken vonden.”

Esther Voet ziet geen problemen in de werkwijze van het CIDI. Volgens haar is het CIDI geen lobbyclub. „Wij nemen mensen niet mee op dure reisjes en gaan niet met ze uit eten, zoals veel lobbyisten doen. Er wordt geen politicus door het CIDI gefêteerd.” Wat is het CIDI dan wel? Voet: „Een belangenorganisatie.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Maral Noshad Sharifi