Den Haag staat niet in brand, zegt Van Aartsen

Een „diep geraakte” burgemeester Van Aartsen verdedigde zich gisteren in de raad. „Ik verzet me tegen het beeld van anarchie.”

De Schilderswijk in cijfers

Het is net voor middernacht als Jozias van Aartsen zijn jasje rechttrekt en de raadszaal rondkijkt. De Haagse burgemeester heeft net vier uur lang onbewogen een stroom van verwijten en diskwalificaties geïncasseerd: „een laffe burgemeester” die „antisemitisme hoogtij heeft laten vieren” in zijn stad. Hofleveranciers van de aantijgingen zijn de oppositiepartijen PVV en Groep De Mos, onder leiding van ex-PVV’er Richard de Mos.

Van Aartsen, net terug van vakantie in Frankrijk: „U zet hier vanavond wéér een beeld neer van een stad in brand waar veldslagen plaatsvinden en anarchie heerst. Als dat zo zou zijn, zou ik moeten aftreden.” Dan met stemverheffing en hoorbare emotie: „Maar ik verzét me tegen dat beeld. Het wás niet zo en het ís niet zo.”

Aanleiding voor het spoeddebat gisteravond in de Haagse gemeenteraad waren ongeregeldheden bij recente demonstraties in de Schilderswijk. Moslimradicalen betuigden steun aan islamitische terreurorganisatie IS waarna rechtsextremisten bij een tegenbetoging de confrontatie zochten met allochtone buurtbewoners. De op sociale media en door De Telegraaf dagenlang breed uitgemeten schermutselingen hebben de tribune van het stadhuis doen volstromen met pers en publiek.

In die atmosfeer trapte Van Aartsen af met een korte verklaring waarin hij vertelde de komende twee maanden geen demonstraties toe te staan in de „sociaal kwetsbare” Schilderswijk. Daarna vormde de bijdrage van De Mos („Het imago van onze stad heeft in afwezigheid van de burgemeester een deuk opgelopen tot ver buiten de landsgrenzen”) de opmaat voor een ongeremde stroom verwijten en beledigingen. Niet alleen richting Van Aartsen, maar ook onderling. Zo had Hasan Küçük van de Islam Democraten volgens De Mos „duidelijk een tik van de mallemolen gehad” getuige zijn vragen aan hem. Küçük op zijn beurt noemde De Mos „een clown” en PVV-fractievoorzitter Leon de Jong „een stuk tuig”.

De PVV’er richtte zijn pijlen op Van Aartsen, die volgens hem „Jodenhaters hun gang heeft laten gaan” en met zijn demonstratieverbod in de Schilderswijk „een stukje Nederland weggaf”. De Jong op gedragen toon: „Een heel trieste avond. Het kalifaat heeft gewonnen.” Hij kon naar eigen zeggen niet anders dan een motie van wantrouwen indienen tegen Van Aartsen. „Want nergens kan het islamitische tuig zo tekeergaan als in Den Haag.”

Na de weggestemde motie – geen enkele partij steunde de PVV – kon Van Aartsen „eindelijk” zijn hart luchten na „de eindeloze speculatie over wat hij zou hebben gezegd en gedaan”. Met afschuw had hij vanaf zijn vakantieadres „de opgeklopte hetze” tegen hem gevolgd. De verwijten van het oogluikend toestaan van antisemitisme hadden hem „diep geraakt”, zei hij. Even had hij overwogen terug te komen van vakantie maar hij besloot dat niet te doen. Van Aartsen: „Ik ga niet reageren op alle berichten en al het vuil dat wordt gespoten.”

Van Aartsen probeerde zich gisteravond naar eigen zeggen „echt te beperken tot de feiten”, al was dat soms lastig. Bijvoorbeeld toen het ging over de aanvankelijk uitgebleven aanhoudingen bij IS-demonstratie op 24 juli. „Toen duidelijk was dat er ‘Dood aan de Joden’ en andere beledigende en discriminerende teksten waren geuit, heb ik direct tegen de hoofdofficier van justitie gezegd: Doe er iets aan! En dat is toen ook gebeurd.” Twee dagen na de demonstratie heeft het OM aanhoudingen verricht.

Dat op sociale media al kort na de demonstratie duidelijk was te zien en horen wat er allemaal was geroepen, rekende Van Aartsen noch Openbaar Ministerie noch de politie aan. „U gaat vanavond van mij niet horen dat er een fout is gemaakt, in deze zaak.” Die uitspraak, zonder de laatste nuance, circuleert een paar seconden later overal op internet. Van Aartsen daarmee geconfronteerd na afloop van het debat: „Pfff. Dat is wat dit alles duidelijk maakt: wij bestuurders moeten ons niet laten leiden door Twitter en dat soort spelletjes.”

    • Hugo Logtenberg