Beleid van Maliki voedde geweld van IS

De ziekte van jonge democratieën is dat ze snel veranderen in de dictatuur van de meerderheid. Premier Maliki liep in die val.

Nouri al-Maliki geeft op. Hij legt zich er onder zware druk bij neer dat hij geen derde termijn krijgt als premier van Irak. Hij was het belangrijkste obstakel voor de vorming van een regering van nationale eenheid. Nu Maliki uit de weg is kan op de valreep langs democratische weg worden geprobeerd te voorkomen dat het land uiteen valt en dat oprukkende jihadisten nog verder profiteren van de verdeeldheid.

„Het is mijn democratisch recht om als leider van de grootste partij een regering te vormen”, herhaalde Maliki sinds de verkiezingen eind april. Het is een coup tegen de grondwet, protesteerde hij begin deze week toen de nieuwe president Fouad Masoum niet hem, maar Maliki’s partijgenoot Haidar al-Abadi tot formateur benoemde.

Maar Maliki was in zijn acht jaar aan de macht het soort democratisch gekozen leider geworden dat zorgt voor verdeling in plaats van nationale eenheid. De emancipatie van de sjiitische achterban van Maliki betekende in de praktijk de onderdrukking van sunnieten.

Het is de ziekte van jonge democratieën dat ze al snel veranderen in de dictatuur van de meerderheid. Minderheden voelen zich onbeschermd en durven niet op de staat te vertrouwen. Maliki viel in die val. Als gevolg daarvan sloot een deel van de sunnieten in Irak zich aan bij de moordende jihadisten van IS.

Die probleemanalyse was na de verovering van IS van de grote Iraakse stad Mosul twee maanden geleden snel gemaakt. Moeilijker was om Maliki weg te krijgen, zonder de prille Iraakse democratie verder te beschadigen door van buitenaf een machtswisseling te forceren. De Irakezen moeten het zelf doen, bleef de regering Obama stug herhalen. Intussen won IS terrein, sloegen ruim 1,2 miljoen Irakezen op de vlucht en werden duizenden sjiieten, Koerden, christenen en yezidi gedood.

De dreiging dat Irak uiteen zou vallen en de geweldspiraal in de regio het hele Midden-Oosten verder zou destabiliseren werd zo reëel, dat geleidelijk ook de bondgenoten van Maliki tot de conclusie kwamen dat zijn positie onhoudbaar was. Een voor een maakten zijn belangrijkste medestanders duidelijk dat hij moest gaan. Belangrijk daarin waren de handgeschreven boodschap van ayatollah Ali al-Sistani, een belangrijk geestelijk leider van de sjiieten in Irak en het wegvallen van de steun van regering in Iran.

Ook de VS, die bij het vertrek van de militairen in 2011 nog hoopten het land in zijn handen goed achter te laten, drongen achter de schermen aan op zijn vertrek. Maliki lag voortdurend overhoop met de Koerden in Irak. Mede daardoor waren die meer gericht op het beschermen van hun eigen autonome regio, dan het verjagen van IS.

Het vertrek van Maliki biedt nieuwe mogelijkheden voor gematigde Irakezen van verschillende etniciteiten en religies om een front te vormen tegen de extremisten. Het geeft hoop dat de Koerden weer aan boord zijn en willen deelnemen aan de regering. Voor het slagen van Irak is het cruciaal dat het veiligste deel van het land zich niet afkeert van de rest.

De parallellen met de eerste jaren van Maliki zijn groot: opnieuw moet een onder internationale en militaire druk benoemde compromiskandidaat proberen het land te stabiliseren. Opnieuw vechten Koerden en Amerikanen samen in Irak tegen moslimextremisten. En wederom lijdt een groot deel van de bevolking onder het sektarische geweld. Irak is weinig opgeschoten.

Het land heeft politici nodig die de onderlinge spanningen verminderen en voor eenheid zorgen. Dat kunnen ze doen door boven hun eigen achterban uit te stijgen. Maliki deed in zijn laatste fase het tegenovergestelde. Haidar al-Abadi mag een nieuwe poging wagen de prille democratie in Irak te reanimeren.

    • Marloes de Koning