Waarom Irak wel hulp krijgt en Syrië niet

Drie jaar geleden al eiste het Westen het vertrek van de Syrische president. Maar het blijft bij oproepen en loze beloftes.

Waar blijft nu de hulp aan ons, vragen de Syrische oppositie en de belegerde Syrische bevolking zich af. Want niet alleen in Irak rukken de extremisten van de Islamitische Staat (IS) op.

IS verovert steeds meer gebied op gematigde rebellen in Syrië

Ook in Syrië breiden de extremisten gestaag het gebied van hun kalifaat uit. Hier en daar gaat dat ten koste van het regeringsleger van president Bashar al-Assad.

Maar nog veel harder pakken de jihadisten van IS de meer gematigde Syrische oppositie aan. In het noordoosten van Syrië dreigen niet-jihadistische rebellen uit het volledige gebied te worden verdreven dat ze beheersten.

Er komt wapenhulp beloofde Obama. Alleen nu nog even niet

In Irak interveniëren de westerse bondgenoten van de niet-jihadistische rebellen nu met wapenhulp en zelfs luchtaanvallen op de Islamitische Staat. Dat moet de bedreigde minderheden en Koerdische geallieerden beschermen.

Voor Syrië maakte president Barack Obama twee maanden geleden bekend van plan te zijn voor een half miljard dollar duizenden rebellen te trainen en hun wapens te leveren. Maar het Congres gaat dit voorstel niet vóór september behandelen, mogelijk zelfs niet voor januari.

Congresleden zijn er tot dusverre verre van enthousiast over. „Waarschijnlijk te weinig en te laat”, zei de Republikeinse senator Lindsey Grahams. Het Witte Huis zit er zelf evenmin achterheen. President Bashar al-Assad is de lachende derde.

Ook vorig jaar zou de VS al ingrijpen. Dat ging toen niet door

Obama dreigde vorig najaar met beperkte luchtaanvallen op het Syrische regime, zoals nu in Irak, nadat Assads troepen gifgas hadden gebruikt tegen rebellen en burgers. Op het laatste moment werden de luchtacties geannuleerd. Dat gebeurde nadat Assad er onder Russische druk mee had ingestemd zijn chemische wapens in te leveren.

Er begon zich toen overigens een meerderheid in het Congres af te tekenen tegen Obama’s luchtacties – nergens zijn publieke opinies voorstander van ingrijpen in de chaotische oorlog in Syrië.

De eerste oproep tot het vertrek van Assad dateert al van 2011

Westerse leiders, onder wie Obama, riepen in de zomer van 2011 voor het eerst op tot het vertrek van Assad. Die had toen al duizenden doden gemaakt bij zijn inspanningen om een aanvankelijk geweldloze opstand neer te slaan.

Dergelijke oproepen worden nu niet meer gedaan, ook al heeft de oorlog in Syrië naar schatting 170.000 levens geëist en zijn er meer dan negen miljoen Syriërs ontheemd of naar het buitenland gevlucht.

Voor het Westen is de val van Assad steeds minder belangrijk

De westerse buitenwereld is niet meer geïnteresseerd in de val van Assad. Niet omdat zijn bewind minder repressief zou zijn, maar omdat andere crises, zoals die in Oekraïne en de oorlog in Gaza, de slepende Syrische oorlog naar de achtergrond hebben verdreven. Ook een factor: Assad en zijn bondgenoten Rusland en Iran zijn taaier dan het Westen had verwacht.

Waarschijnlijk het allerbelangrijkst: de opkomst van de Islamitische Staat. Deze extremisten die zich door hun fanatisme en discipline een dominante positie hebben bevochten onder de Syrische rebellen, zijn de facto Assads beste bondgenoot.

Geen westers land wil de kaliefs 1.300 jaar na hun val terughebben in Damascus. Gematigde rebellengroepen krijgen nauwelijks wapenhulp uit angst dat die bij de Islamitische Staat en andere jihadistische groepen terechtkomt.

Dus nog even en Assad heeft heel Syrië weer in handen

Dat betekent dat Assad zijn cruciale luchtoverwicht houdt. Als hij met zijn opgevoerde vatbommen-offensief binnenkort heel Aleppo herovert, waarvan nu sprake lijkt te zijn, heeft hij zijn land terug – op het economisch minder interessante platteland na.

Er zijn berichten dat gematigde rebellen de strijd opgeven, ontmoedigd door de geringe steun van buitenaf en door het steeds zwaardere stempel van de jihadisten op hun strijd. „Het lijden van het Syrische volk is ruimschoots in de publiciteit geweest, dus niemand kan voorwenden van niets te weten”, mailt Ammar Abdulhamid, die lange tijd als ideoloog van de opstand gold. „Maar de vrije wereld was onverschillig en blijft dat.”

    • Carolien Roelants