VS: humanitaire situatie van yezidi’s minder ernstig

Er blijken minder yezidi’s vast te zitten in gebergte en ze zijn er beter aan toe; evacuatie ‘veel minder waarschijnlijk’.

De leden van de Iraakse yezidi-minderheid in het Sinjar-gebergte in Noord-Irak zijn er minder slecht aan toe dan eerder werd gevreesd. Daarom is een door de Verenigde Staten geplande grootschalige evacuatie van de yezidi’s uit het gebergte „veel minder waarschijnlijk” geworden, zei de Amerikaanse minister van Defensie Chuck Hagel gisteren.

Volgens het Amerikaanse ministerie van Defensie zitten er minder yezidi’s vast in het gebergte dan eerder werd aangenomen. Het zou gaan om duizenden, niet om tienduizenden vluchtelingen. Zij zijn er ook beter aan toe dan verwacht, zo concludeert het Pentagon op basis van een verkenningsmissie in Sinjar die gisteren vanuit het Noord-Iraakse Erbil werd uitgevoerd door ongeveer twintig Amerikaanse militairen. Washington stuurde deze week 130 militairen naar Irak om beter zicht te krijgen op de situatie.

Volgens het Pentagon is de toestand van de yezidi-vluchtelingen verbeterd door de westerse voedsel-en waterdroppings van de afgelopen dagen. Door Amerikaanse bombardementen en door aanvallen van de Koerdische peshmerga-strijders zou bovendien de dreiging van de extremistisch-soennitische Islamitische Staat (IS) zijn afgenomen. Veel yezidi’s, volgens sommige schattingen zo’n 45.000, konden daardoor zelf wegkomen uit het gebergte.

De yezidi’s, een etnisch-Koerdische minderheid met eigen geloof, is op de vlucht voor IS, dat religieuze minderheden actief vervolgt. Inmiddels zijn enkele duizenden aanhangers van het yezidi-geloof erin geslaagd Turkije te bereiken.

Daarmee is de humanitaire crisis in Noord-Irak geenszins voorbij. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kondigde gisteren voor Irak het hoogste niveau van humanitaire nood af. De aandacht in de internationale publieke opinie was de afgelopen dagen gericht op de yezidi’s, maar ook 400.000 andere Irakezen zijn sinds juni gevlucht naar de provincie Dahuk in autonoom Koerdisch gebied. In totaal zijn zo’n anderhalf miljoen mensen op de vlucht geslagen voor de wreedheden van de IS-eenheden sinds deze in juni Mosul veroverden, de grootste stad van Irak na de hoofdstad Bagdad.

Overal in Irak houdt het geweld aan. De Koerden leverden gisteren strijd met de IS in Diyala, ten noordoosten van Bagdad. In Bagdad kwamen minstens twaalf mensen om het leven bij bomaanslagen in twee shi’itische wijken. In de stad Fallujah, die al sinds januari in handen is van IS, kwamen vier kinderen en zeker tien IS-strijders om het leven bij gevechten tussen de extremisten en het Iraakse leger.

Ondertussen weigert de Iraakse premier Nouri al-Maliki nog steeds te wijken voor zijn rivaal Haider al-Abadi, die eerder deze week werd benoemd door president Fouad Masoum. De Iraanse opperste leider ayatollah Ali Khamenei sprak gisteren op zijn website zijn steun uit voor Abadi, net als Maliki een shi’iet. (Reuters, AP)