Volgt Schippers het geld of toch haar sporthart?

Met haar titel op de 100 meter treedt Dafne Schippers in de voetsporen van Fanny Blankers-Koen. Maar wil ze blijven sprinten of keert ze terug naar de zevenkamp?

Dafne Schippers wil de snelste vrouw van Europa worden. Maar de vraag is of ze wil blijven sprinten of toch zal terugkeren naar de door haar geliefde meerkamp. FOTO Reuters

Vanzelfsprekend weet Dafne Schippers dat Fanny Blankers-Koen de grootste Nederlandse sprintster is geweest. Maar dat ze gisteravond, 64 jaar na dato, in haar voetsporen trad als Europees kampioene op 100 meter, nee dat had ze niet op haar netvlies. Schouderophalend: „Die cijfers van vroeger ken ik niet, hoor. Ik weet nog net mijn persoonlijke records. Prachtig wat Fanny Blankers-Koen heeft gepresteerd, maar ik ben 22 jaar en bezig met wat er nu gebeurt.”

En dat is in Europa de sprint domineren. Dafne Schippers is het hele seizoen al de snelste vrouw op zowel 100 als 200 meter. In die zin was het logisch dat de Nederlandse atlete op een stormachtige avond in Zürich Europees kampioen werd. Maar haar eerste grote titel werd allerminst vanzelf gewonnen.

Na enige vertraging vanwege het slechte weer moest Schippers in haar eerste grote finale ook nog eens opboksen tegen 1,7 meter per seconde tegenwind. Maar ook die tegenstand overwon ze. Na een matige start bracht een laatste versnelling haar voorbij de Française Myriam Soumaré (zilver) en de Britse Ahsleigh Nelson, die derde werd.

Dat Schippers er onder toeziend oog van de snelste man ter wereld, de Jamaicaan Usain Bolt, nog een tijd van 11,12 seconden uit peurde, in een wedstrijd die haar trainer Bart Bennema als „een vechtrace” omschreef, was gezien de moeilijke omstandigheden een voortreffelijke prestatie. Alleen interesseerden die cijfertjes haar gisteravond in het geheel niet. Met een brede lach: „Ik kwam hier om Europees kampioen te worden, dan is de tijd niet belangrijk.”

Deel één van de opdracht die Schippers zichzelf heeft gesteld, is volbracht. Ze wil drie gouden medailles winnen om de snelste vrouw van Europa te worden. Deel twee is vanochtend begonnen, met de series van de 200 meter. Op die afstand is Schippers’ dominantie dit jaar zo groot dat niemand eraan twijfelt dat ze Europees kampioen wordt. Zijzelf eigenlijk ook niet. De grote vraag die haar vooral bezighoudt, is: kan mijn lichaam in een tijdsbestek van zes dagen zes races aan?

Want na de 200 meter, die morgenavond afgerond wordt, volgt in het weekeinde de 4x100 meter. En ook voor de estafette geldt dat Nederland op grond van de Europese ranglijst kampioen gaat worden. Alleen heeft Schippers daarop niet in haar eentje invloed. Op die afstand is de garantie op goud minder hard. Dat ondervond in 1950 op de EK in Brussel ook Blankers-Koen. Zij won de 80 meter horden, de 100 en 200 meter, maar moest zich op de estafette tevreden tellen met zilver. Een plak die zij allerminst ambieerde. In eerzucht zijn de oude en nieuwe kampioen elkaars gelijke, want ook Schippers haat verliezen.

Hoewel er in haar scenario nog twee gouden medailles gewonnen moeten worden, heeft Schippers zich via het koningsnummer internationaal nadrukkelijk geprofileerd als een topsprintster. En dat voor een meerkampster.

Dus dringt zich nu al de vraag op: hoe verder? Schippers heeft altijd uitdrukkelijk gesteld dat ze geen afstand doet van de meerkamp – een uitspraak die ze gisteren in de internationale persconferentie nog eens herhaalde – maar terug uit Zürich kan niet anders of de twijfel moet toeslaan.

De verleiding om voor de sprint te kiezen, wordt steeds groter. En zal Schippers die verlokking kunnen weerstaan? In Zürich, nog voor er één meter was gelopen, merkte ze al de effecten van de favorietenrol. Dafne is hot in de internationale pers; ze zuigt de meeste aandacht op. Schippers voelt zich gestreeld, maar moet erg wennen aan haar rol in de spotlichten. Nu is ze ook niet naïef, want in aanloop naar deze zomer heeft ze haar Engels bijgespijkerd. Ze vond dat haar taalvaardigheid tekortschoot. En een perfectionist wil nu eenmaal geen flater slaan, zelfs niet buiten de baan.

Hoe oneerlijk misschien ook, maar als sprintster krijgt Schippers een overvloed aan aandacht. Dat kent ze niet als meerkampster. De waardering voor haar veelzijdigheid is groot, maar een atlete telt echt mee als ze de sprint domineert. Zie de status van Bolt, die in Zürich is vanwege publiciteitswerk voor zijn sponsor Puma en zijn verblijf gisteravond combineerde met een bezoek aan de EK.

De andere verleiding is het geld. De sprintster Schippers kan aanzienlijk meer verdienen dan de zevenkampster Schippers. Dan praat je al gauw over vele tienduizenden euro’s extra. Het startgeld voor een succesvolle sprintster is riant, de prijzenpot altijd goed gevuld en de bonussen voor titels zeer aanlokkelijk. Schippers is een dief van haar portemonnee als ze haar sprintsuccessen geen vervolg geeft. En er is nog een aspect dat Schippers interessant maakt voor wedstrijdorganisatoren: zij is blank. Een uitzondering in de wereld van de sprint, die gedomineerd wordt door donkere atleten.

De cruciale vraag na ‘Zürich’ wordt of Schippers tegen al die verlokkingen bestand is, haar sporthart blijft volgen en terugkeert naar haar geliefde meerkamp. Is er deze week een nieuwe sprintster geboren of niet? De keus zal moeilijk worden, want haar nieuwe status voelt weldadig, ook al moet ze wennen aan de vele verplichtingen van een kampioene. „Ik word overal naar toe gesleept”, sprak ze twee uur naar de wedstrijd. Maar ze klaagde met een vette lach.