Marathonzwemmen kan ze dus ook

Zonder ervaring wint Sharon van Rouwendaal goud in het open water. Met dank aan de extra trainingskilometers.

Sharon van Rouwendaal wil na goud in het open water nu ook succes in het zwembad. Foto EPA

Ervaring heeft ze niet of nauwelijks, kracht en snelheid des te meer. Met haar verrassende Europese titel op de tien kilometer in open water, gisteren in Berlijn, schaart zwemster Sharon van Rouwendaal (20) zich in één klap onder de topfavorieten voor een olympische medaille, over twee jaar in Rio de Janeiro.

Na bijna twee uur zwemmen in een moordend tempo perste de jonge alleskunner er een heuse eindsprint uit in het water van de Regattastrecke Grünau. Het bleek genoeg om de regerend olympisch kampioene, de Hongaarse Eva Risztov, met een seconde te verslaan. „Ik wist dat ik een van de sterksten kon zijn, maar ik ben ook de meest onervaren in open water”, zei ze na afloop telefonisch.

Van Rouwendaal, die sinds vorig jaar traint in de Zuid-Franse stad Narbonne, is de derde Nederlandse die de Europese titel op de tien kilometer in open water wint, na Edith van Dijk in 2002 en Linsy Heister in 2010.

Anders dan de meeste andere Nederlandse topzwemmers is Van Rouwendaal geen product van de school van Jacco Verhaeren, die de afgelopen decennia vooral sprinters voortbracht, van Pieter van den Hoogenband tot Ranomi Kromowidjojo.

Van Rouwendaal is precies hun tegenpool: zij keerde vorig jaar na een teleurstellende periode van vier jaar in Eindhoven terug naar Zuid-Frankrijk, waar ze opgroeide – en heel hard leerde zwemmen. Maar wel op z’n Frans: loodzware trainingsprogramma’s, met loodzware nummers.

Spartaans

De spartaanse aanpak van haar toenmalige coach in Narbonne, Alexis Pannier, was in 2009 zelfs een reden om de wijk te nemen naar Eindhoven, tot verdriet van de Fransen. In de Franse pers was de jonge tiener – la cannibale des bassins – al uitgeroepen tot opvolgster van Laure Manaudou. Van Rouwendaal, die op achtjarige leeftijd met haar ouders vanuit het Gooi naar Zuid-Frankrijk was verhuisd, won veel, als 14-jarige, maar was altijd moe, had altijd spierpijn. Tegenstribbelen werd niet geduld: ze moest doorzwemmen.

Maar in zwemoase Eindhoven maakte ze kennis met de andere kant van het spectrum. Niet dat onder Verhaeren niet hard werd getraind, maar Van Rouwendaal miste het pure volume, de kilometers die ze in Frankrijk gewend was te maken. De trainingsschema’s waren vooral geschreven voor sprintsters als Kromowidjojo, zei Van Rouwendaal vorig jaar bij de EK kortebaan in Denemarken. „Voor de lange afstanden is het te weinig.”

In het buitenbad van Narbonne leefde ze het afgelopen jaar helemaal op, dit keer onder de hoede van de excentrieke coach Philippe Lucas, die eerder wereldsterren als Manaudou en Federica Pellegrini begeleidde. Zwom ze in Eindhoven gemiddeld zo’n 45 trainingskilometers per week, in Zuid-Frankrijk komt ze rond de 86 kilometer uit. „Ik ben een stuk sterker geworden”, zegt ze vanuit Berlijn.

Vanaf nu is Van Rouwendaal dus een naam in het marathonzwemmen. Zelf kijkt ze er niet eens echt van op. „Mijn lichaam is gewend aan het nieuwe trainingsprogramma. Ik voel me heel sterk in mijn hoofd. Ik ben niet bang om pijn te hebben. Ik kon de laatste dertig meter nog mijn benen gebruiken voor de eindsprint.”

Het Europese goud zal weinig veranderen aan haar trainingsprogramma, al staat de tien kilometer op de WK in Kazan (2015) en de Olympische Spelen van Rio de Janeiro (2016) dikgedrukt in haar agenda. Maar ze zal de tien kilometer blijven combineren met de lange zwembadnummers, tussen 400 en 1.500 meter vrije slag.

Nog lang niet klaar

Want ook in Berlijn is Van Rouwendaal nog lang niet klaar. Vanmiddag zou ze nog de vijf kilometer zwemmen, gevolgd door de gemengde teamwedstrijd in open water op zaterdag, met Ferry Weertman en Marcel Schouten. Bij het langebaantoernooi, dat maandag begint, zwemt de nieuwe Europees kampioene bovendien de 800 en 1.500 meter vrije slag, en zal ze een keuze maken tussen de 400 vrij en de 200 meter vlinderslag.

Door de zware trainingsarbeid kijkt Van Rouwendaal nergens meer tegenop. „Ik kan het tien kilometer volhouden. De 800 meter van volgende week is voor mijn gevoel een sprint. Ik wil graag nog een medaille in open water winnen, en in het zwembad. Maar ik moet eerst uitrusten.”

Volgens technisch directeur Joop Alberda had het EK niet beter kunnen beginnen voor de Nederlandse ploeg. „Sharon verslaat op haar tweede tien kilometer ooit de olympisch kampioene. Een wereldprestatie. En een geweldige opsteker voor de hele ploeg.”