Illegale immigratie heeft ineens weer de aandacht van het OM

Als mensensmokkelaars echt zo nobel zouden zijn, dan zouden ze niet zo veel geld vragen, zegt het OM.

Dé smokkelroute om mensen naar Nederland te halen bestaat niet

Ze komen met de bus via de N35 bij Enschede het land binnen. Of met de auto over de A76 langs Heerlen. Via een vlucht naar Schiphol. Of ze worden alleen op de luchthaven afgezet om het te laten líjken alsof ze met het vliegtuig zijn gekomen.

Ze reizen met de trein, en krijgen op station Rotterdam of Amsterdam Centraal een kaartje om verder door te reizen naar Ter Apel. Daar moeten vluchtelingen die in Nederland asiel willen, zich melden voor hun aanvraag.

Dé smokkelroute om mensen naar Nederland te halen vanuit Zuid-Europa – Athene of Zuid-Italië, maar ook Istanbul of Rhodos – bestaat niet.

Jarenlang was illegale migratie een minder in het oog springend probleem. In 2012 verdween mensensmokkel daarom uit het Nationaal Dreigingsbeeld, een rapport van de politie over de belangrijkste vormen van georganiseerde criminaliteit.

Mensen die de eigen taal spreken

Nu is de aandacht voor illegale immigratie volop terug – vooral de toename van asielzoekers. Afgelopen voorjaar en zomer kwamen de meeste vreemdelingen vanuit Syrië en Eritrea. Alleen al die twee ‘stromen’ zijn niet met elkaar te vergelijken, zegt Ronald Liefers. „De enige overeenkomst is dat ze meestal mensen inschakelen die hun eigen taal spreken.” Liefers is majoor bij de Koninklijke Marechaussee en voorzitter van de in mei opgerichte werkgroep van OM, politie en marechaussee die de mensensmokkel moet stoppen.

Van de Syriërs komt driekwart met het vliegtuig. Hoe zij aan hun ticket komen, weet de marechaussee niet. Syriërs die over land komen, krijgen vaak hulp van familie en kennissen, die ze op weg brengen naar een volgende locatie. „Op zichzelf staande cellen”, noemt majoor Liefers die ‘dienstverleners’. „We hebben nog niet hard kunnen maken dat zij samen een geschakeld netwerk vormen.”

De plotselinge toestroom van Eritreeërs in mei had niemand zien aankomen. Nog steeds hebben ze geen idee waarom ze ineens naar Nederland kwamen, zegt majoor Liefers. Eritreeërs zijn minder op familie aangewezen en meer op Eritrese belangenorganisaties, en komen vaker over land dan per vliegtuig. Maar ook bij hen is onduidelijk of die netwerken zich van begin- tot eindpunt hebben georganiseerd, of uit losse trajecten bestaan. Een hiërarchische maffia-achtige structuur hebben de Nederlandse autoriteiten niet kunnen ontdekken.

Het OM heeft tot nu toe 41 Eritreeërs als verdachte van mensensmokkel aangemerkt. Het gaat nadrukkelijk om de smokkelaars, niet om de gesmokkelden.

Toch verminderde de instroom van Eritreeërs al binnen drie weken nadat staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) alarm had geslagen. De werkgroep van majoor Liefers ontdekte twee hoofdredenen voor die snelle trendbreuk: de opvang zou in Nederland te sober zijn en de toegenomen controles op stations en snelwegen werkten afschrikwekkend.

Zijn mensen die familie, vrienden of vrienden van vrienden helpen per definitie smokkelaars en moeten ze dus gestraft worden? Ja, want ze handelen alleen uit winstbejag, zegt officier van justitie Warner ten Kate van het OM. Hij is landelijk coördinerend officier voor de aanpak van mensenhandel en smokkel. „Zij verdienen aan mensen die met gevaar voor eigen leven een enkele reis ondernemen, voor een bedrag waarvan je op wereldreis kunt.”

Als die smokkelaars echt het beste met hun (verre) familie of kennissen voor hadden, zouden ze heus geen geld vragen, zegt Ten Kate. De gesmokkelden betalen tussen de vier- en zesduizend euro.

Dienstverleners of criminelen

De gesmokkelden zien hun dienstverleners, dus hun taxichauffeurs of degenen die hen tijdelijk onderdak verlenen, helemaal niet als criminelen. Hoogleraar mobiliteit, toezicht en criminaliteit Richard Staring doet aan de Erasmus Universiteit onderzoek naar mensensmokkel. „Zij zien hen meer als reisagenten en hebben vaak niet het idee dat ze een criminele deal hebben gesloten.”

Mensensmokkel is soms een „opportuun delict”, zegt Staring. „Ik ken de weg hier, dus ja, ik kan je die rivier wel over helpen. Zo pragmatisch gaat het vaak.” Bovendien zijn volgens hem de meeste illegalen die in Nederland verblijven, ooit op légale wijze het land binnengekomen. Via een toeristen- of studentenvisum bijvoorbeeld, dat ze laten verlopen. „Naar schatting is dat tweederde van de groep. Maar de extremen, de vluchtelingen in de bootjes, bepalen het beeld.”

De link met mensenhandel en uitbuiting is veel minder hard te maken dan beleidsmarkers vaak doen voorkomen, zegt Starings. Er bestaat meer wetenschappelijke consensus over het bestaan van schaduweconomieën dankzij mensensmokkel. In ‘doorgangslanden’ zijn bijvoorbeeld paspoortenvervalsers actief. Kappers zijn er gespecialiseerd in look-a-like-kapsels, inbrekers letten bij hun bezigheden op of ze ergens paspoorten kunnen meenemen.

De werkgroep van de politie, marechaussee en OM heeft nu – dankzij aftappen, waarnemers op straat en controles bij de grens – alleen zicht op de mensensmokkel binnen Nederland. Om de hele route in beeld te kunnen brengen moet de samenwerking binnen de EU verbeteren, zegt Ten Kate.

Mensensmokkel internationaal gezamenlijk aanpakken ligt politiek ingewikkeld, omdat het direct raakt aan het Europese asielbeleid. Italië kan alle asielzoekers die daar aan land komen, niet meer aan. Door mensensmokkel zijn volgens Ten Kate nu landen als Zweden, Duitsland en Nederland „het laagste punt van de Europese rivier, waar al het water naar toestroomt”. Een betere samenwerking is niet in het belang van ieder EU-lid.

    • Annemarie Kas